Het is tropisch warm in de kas van de Neder Bananen op het parkeerterrein van de Mauritskazerne in Ede, waar straks het World Food Center komt. Er staan zo’n honderd planten in kuipen gevuld met cocopeat onder een tropisch lichtregime: 12 uur dag, 12 uur nacht. De Neder Groep kweekt niet alleen bananen, maar zorgt ook voor korte afzetlijnen en dat behalve de vruchten ook de schillen, bladeren en stammen worden gebruikt.

Het telen van bananen op substraat begon in 2018 als een project ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Wageningen University & Research. Een bodemschimmel bedreigt wereldwijd de productie, die voor 50% maar uit één ras bestaat: de Cavendish banaan.
De voortplanting verloopt via scheuten naast de moederplant. Dus eigenlijk komen alle Cavendish bananen uit één moederplant en kun je de teelt als monocultuur beschouwen. Als één plant ziek wordt, bestaat het risico dat alle planten ziek worden. Dat is in het verleden al eens gebeurd bij het ras Gros Michel. Honderdduizenden hectares van dit ras zijn verwoest door de Panamaziekte, veroorzaakt door een reeks van bodemschimmels uit het geslacht Fusarium.
De oplossing toen was om het resistente ras Cavendish te gaan telen. Nu dreigen deze bananen ten prooi te vallen aan een vergelijkbare Fusarium bodemschimmel: Tropical Race 4 (TR4). Als de schimmel eenmaal in de grond zit, kun je er niet meer telen.

Veredelen of de grond uit

De lange termijn oplossing is het ontwikkelen van nieuwe resistente rassen door veredeling. Dit is een langdurig proces van zeker tien jaar. In het project heeft Gert Kema, buitengewoon hoogleraar tropische Fytopathologie van Wageningen Universiteit gekozen voor een pragmatische aanpak: haal de planten uit de grond en teel ze ziektevrij in substraat.
Het eerste teeltjaar liep bij het Wageningse proefbedrijf Unifarm. Er stonden zestig Cavendish planten. Het plantmateriaal is afkomstig uit de genenbank bij het Laboratorium voor Tropische Plantenteelt in Leuven. De helft groeide in cocopeat en de andere helft op steenwol. De teelt verliep goed. Pieter Vink, mede-oprichter van Boerenhart, groothandel in lokale en streekproducten, kreeg de vraag om te zorgen voor de afzet.

Eigen kas voor banaan

Jammer om er na een jaar mee te stoppen, vonden Vink en twee andere ondernemers. In samenwerking met WUR vond hij de alternatieve locatie in Ede en liet er een simpele 7 meter hoge kas bouwen voor de productie van Neder Bananen. Begin 2021 zijn hier honderd planten in kuipen met cocopeat geplant: circa 30 van het ras Cavendish, 30 Gros Michel en 20 bak- en 20 bierbananen. “Wat je dan verder nodig hebt, is warmte, licht en water.” Ook nu komen de stekken weer uit de Leuvense genenbank.
Doel van Vink was het telen van bananen in Nederland om zo een kleine regionale markt te bedienen én zo duurzaam mogelijk te telen en het verwaarden van alle onderdelen van de plant die anders als afval weg zouden gaan. Begin december begon de oogst met 1.500 Cavendish bananen. Daarna volgden Gros Michel en de bak- en bierbananen.

100% hergebruik

Vink: “Na de oogst is de plant ‘klaar’. De uitlopers naast de plant zorgen weer voor nieuwe planten. Wij zien het als een uitdaging om korte afzetketens te maken en ook de rest van de plant te verwaarden, zodat er geen afval is. Door reststromen te benutten, zijn er minder nieuwe grondstoffen nodig. We hebben actief samenwerking gezocht met verschillende partijen, zoals studenten en startups.”
Vink die vanuit Boerenhart gewend is om in korte ketens te denken koos voor Banketbakker Ritmeester, die ze gebruikt voor mini-bananeneclairs. Brouwerij Kleiburg gaat een speciaalbiertje maken van de bierbananen.
Vink benaderde vijf studenten van de universiteit Maastricht, die een master Health Food Innovation Management deden. “Zij waren al bezig met het maken van een veganistisch product van de schillen: pulled peel en vonden het leuk om dit ook met onze schillen te doen. Ze snijden reepjes van de schillen en marineren ze in de oven. We hebben het product door Eurofins laten testen op goede en schadelijke stoffen. Er zit veel ijzer in. Het product kan in de vriezer bewaard worden.”

Mooie lingerie en pallets

En dan heb je nog de bladeren en de stam. In de bladeren kun je eten stomen of gebruiken als decoratie of bakje. Met de stam kan veel meer dan verwacht. Vink benaderde daarvoor MUSA Intimates uit Utrecht. Dit is een initiatief van drie vrouwen die mooie lingerie maken van afval uit de bananenindustrie in India. Daarmee maken ze zowel de teelt- als de fashionindustrie duurzamer.

“Eerder kwamen de stammen via Frankrijk uit India. Na het bewerken van de stam, blijven er vezels over, waarmee ze mooie zacht weefsels maken.”
In de praktijk worden de bananenboomstammen meestal na afloop verbrand. In Costa Rica loopt een initiatief om pallets te maken van geperst vezelmateriaal van de stammen.

Kleine stappen, grote plannen

“We gaan zelf niet naar het buitenland. Wij innoveren op kleine schaal en verwachten nog een lichte uitbreiding binnen Nederland op locaties waar we energiezuinig kunnen telen door gebruik te maken van restwarmte”, aldus Vink. “Wereldwijd gaat het om enorme hoeveelheden afval. Onze focus ligt op het onderzoek hier in Nederland en het exporteren van de opgedane kennis. We hopen bananentelers te inspireren om op een vergelijkbare manier een bijdrage te leveren aan een duurzamere sector. Dat we afgelopen jaar officieel benoemd zijn tot WUR spin-off bedrijf voelt als een eretitel. Het geeft aan dat we bijdragen aan de oplossing van een probleem.”

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn