Glasgroenten die in Nederland in kassen worden geteeld, gedijen het beste in een warm klimaat van boven de twintig graden. In de periode dat de buitentemperatuur niet toereikend is, worden de kassen verwarmd met een warmtebron. Dit gebeurt in Nederland sinds eind jaren ’70 het meest met gas en dat maakt het door de torenhoge energieprijzen in deze tijd lastig om die ‘warme’ omgeving te bieden.  

Telers moeten nu inventief worden om met deze nieuwe situatie om te gaan die waarschijnlijk nog lang aanhoudt. Vaak was het niet eens meer een vraag of er minder warmte de kas in kan, maar een noodzakelijke keuze. Wat kun je dan wel doen onder deze nieuwe omstandigheden? Als je moet kiezen, dan is de ervaring dat je het beste rond zonsopgang warmte in de kas brengt. Mede hierdoor creëer je het beste actieve klimaat in de kas.

Te weinig CO2 beschikbaar

Het teeltjaar loopt bijna ten einde. Dat de gasprijs dit seizoen een historisch hoge prijs van boven de 3 euro per kuub heeft bereikt, was tot voor kort nog ondenkbaar. Door de verhoging van alternatieve manieren van stroom opwekken zoals zon- en windenergie, ontstond deze zomer de trend dat de lage stroomprijs overdag veroorzaakte dat de WKK-installaties niet draaiden. Het gevolg hiervan was dat er onvoldoende CO2 beschikbaar was op momenten dat het gewas dit het meeste nodig heeft. Dit met een forse productiedaling tot gevolg. Net als met de warmtebuffers zullen we technisch moeten bekijken of we de gemaakte CO2 door de WKK-installaties op kunnen slaan. Nadeel is wel dat dit waarschijnlijk veel fysieke ruimte in beslag neemt.
Het jaar 2022 kenmerkt zich door de hele milde buitentemperaturen gedurende het teeltseizoen. Zelfs tot en met oktober waren de buitentemperaturen bovengemiddeld hoog. Dat kwam goed uit in de huidige gascrisis, maar biedt nog geen garantie voor het volgend teeltseizoen, niets is zo veranderlijk als het weer.

Ziekten en plagen

Een zorg voor de teelt van vooral paprika’s was dit jaar de bladluizendruk. Of het nu een nieuwe luizensoort is laten we nog even in het midden. Feit was dat vooral de telers met een vroege luisaantasting in de winter van 2021, de luis later in het seizoen niet onder controle kregen met de huidige toegestane chemische gewasbeschermingsmiddelen. De laatste 5 à 10 jaar, zien we dat het middelenpakket voor telers veel te smal wordt.
We komen uit een tijd dat goed werkende chemische luisbestrijdingsmiddelen beschikbaar waren, en het dus ook makkelijk was om de luizen onder controle te krijgen. Nu ontstaat er een nieuwe situatie door de strengere eisen vanuit wet- en regelgeving. Als gevolg hiervan maken enkele telers vanuit kostenoverweging de keuze om te weinig biologische bestrijdingsmiddelen in te zetten. Ons advies is om niet te zuinig te zijn met de inzet van biologische bestrijders. Het is even zoeken, maar als je als teler de juiste mix van biologische inzet hebt gevonden, dan heb je meer kans van slagen om bladluis onder controle te krijgen. Positief is dat er momenteel een grotere diversiteit aan biologische bestrijdingsmiddelen beschikbaar is. Welke combinatie werkt, is echt maatwerk voor ieder bedrijf.

Tekst: Ruud van den Berg, Vortus