Sinds enkele jaren veroorzaakt de ringpootoorworm schade in gerberateelten, phalaenopsis en mogelijk nog meer gewassen. Onderzoek heeft nog geen oplossing opgeleverd, maar het probleem lijkt zich niet uit te breiden naar andere gewassen. Op gerberabedrijven neemt het op enkele locaties nog wel toe. “We krijgen nog weinig signalen over verdere uitbreiding”, zegt netwerkcoördinator Mark Meijers daags voor een bijeenkomst van de BCO. “Positief is dat er een breed draagvlak is om het onderzoek voort te zetten.”

In 2019 kwamen de eerste meldingen binnen van gerberatelers die last hadden van relatief kleine oorwormen. Het bleek te gaan om de ringpootoorworm (Euborellia annulipes), een exoot die in Nederland alleen in kassen kan overleven. Daar gedijt hij vooral op bedrijven met gerbera en phalaenopsis.

Vraat aan jonge bloemknoppen

In gerbera is sprake van aanzienlijke schade door vraat aan zeer jonge bloemknoppen, die later tot misvormingen leidt, vertelden Meijers en gerberateler Arjan Koolhaas eerder dit jaar in de februari editie van Onder Glas. Ook in phalaenopsis wordt schade geleden. In opdracht van de gewascoöperaties Gerbera en Potorchidee doet Stichting Control in Food & Flowers onderzoek naar de verspreiding, leefwijze en de bestrijdingsmogelijkheden van de nieuwe plaag.

Nog geen oplossing

Meijers: “Dat heeft al de nodige kennis en inzichten opgeleverd, maar nog geen pasklare oplossing. De ringpootoorworm is met de beschikbare middelen en maatregelen nauwelijks te bestrijden. Ook niet door intensieve kasreiniging en ontsmetting tijdens een teeltwisseling. Dit komt door het wegvallen van breedwerkende insecticiden, zijn verborgen levenswijze en volop schuilgelegenheid in de kassen en de wortelomgeving van containergewassen.”

Stabilisatie?

De oproep in het voornoemde artikel om waarnemingen van de ringpootoorworm op bedrijven te melden, bracht weinig reacties teweeg. Daaruit zou je af kunnen leiden dat het probleem zich niet verder uitbreidt.
“Op bedrijven die er al langer last van hebben blijven de problemen vaak beperkt tot een of enkele afdelingen, of delen daarvan”, vult Meijers aan. “Misschien is er sprake van stabilisatie. De schade is echter onverminderd groot en we zoeken door naar oplossingen. Ik ben blij dat de gewascoöperaties Gerbera en Phalaenopsis dat blijven steunen. Hopelijk levert dat de komende jaren toch nog iets op. Ons verzoek om eventuele waarnemingen door te geven, wil ik nog eens herhalen.”

Oproep aan telers

Het vermoeden bestaat dat de ringpootoorworm ook in andere kasteelten dan gerbera en phalaenopsis aanwezig is en schade veroorzaakt. De projectgroep die de problematiek inventariseert, komt graag in contact met telers die deze diertjes op hun bedrijf hebben waargenomen. Alles wat kan bijdragen aan meer kennis over en inzicht in deze nieuwe plaag is welkom. Dit kan rechtstreeks per mail aan o.calf@scff.nl of mmeijers@glastuinbouwnederland.nl.

Tekst: Jan van Staalduinen