Wageningen University & Research bespeurt een trend naar intensivering van relatief weinig energie vragende teelten. Ook voor deze gewassen zijn de technieken van Het Nieuwe Telen (HNT) interessant. Eén afdeling in een nieuwe kas is ingericht voor aardbeienonderzoek en heeft hijsbare teeltgoten.

Op het terrein van WUR Glastuinbouw in Bleiswijk is afgelopen voorjaar een nieuwe kas gebouwd voor fossielvrij telen gebaseerd op het principe van een Next Generation semi-gesloten kas en gefinancierd door het ministerie van LNV (Kas als Energiebron). In deze afdelingen staan aardbei, gerbera, freesia en potanthurium. De eerste zomerteelt aardbei heeft inmiddels plaatsgevonden. De tweede teelt, die de winter in gaat, wordt nog interessanter. Onderzoekers Frank Kempkes en Jan Janse laten de kas zien.
De kas heeft vier afdelingen met diffuus glas, ieder twee kappen breed, met een traliemaat van 8 meter. Het is een redelijk standaard kas, met 3-ruits luchting. Voor de ontvochtiging is het Actief Ventilatie Systeem (AVS) met warmteterugwinning van Van Dijk Heating geïnstalleerd.
Een warmtepomp voorziet de afdeling van warm water voor het verwarmen en koud water voor de ontvochtiging. Kempkes: “Het is dus in de winter een gesloten teeltsysteem, met beperkte koelcapaciteit. De kas is met de belichting en elektrische verwarming all-electric.” De opzet is om in deze kas emissieloos te telen. Het water wordt gerecirculeerd en ontsmet met ozon.

Meer planten door hijssysteem

Vooruitkijkend naar de toekomst heeft de aardbeienafdeling 100% LED-toplicht gekregen, goed voor 200 µmol/m²/s. LED flowering lampen zorgen voor het aandeel verrood licht. Bovendien liggen er drie schermen; lichtuitstoot, energie en zonwering. De afdeling heeft verneveling.
Bijzonder is het hijssysteem van Meteor Systems. De goten hangen aan stalen kabels. Bij gewashandelingen, zoals oogsten kunnen ze om-en-om naar boven of beneden bewegen. Voordeel ten opzichte van een conventioneel systeem is dat er 27% meer planten hangen. Bovendien is de verdeling over de kap veel beter. De padbreedte van dit systeem is 80 cm, tegen meestal 110 cm in een standaard kas. Tot nu toe voldoet dit prima. Janse: “Doordat de planten dichter op elkaar hangen valt er minder licht op de grond, dus de lichtbenutting is beter. Hierdoor kan de productie flink stijgen.”

Eerste teelt

De eerste teelt was geplant op 28 maart met een plantafstand van 5 planten per strekkende meter (6,25 planten per m²). De onderzoekers kozen voor de doordrager Favori, mede vanwege de goede smaak. Deze teelt liep door tot half augustus. De planten kwamen uit de koeling, maar het plantmateriaal was niet helemaal homogeen.
In de eerste maanden trad wat tipburn op, ofwel rand in de jonge bladeren en bloemtakken. Desondanks was de opbrengst 9,3 kg/m² klasse 1, inclusief kleine vruchten. Het gemiddelde vruchtgewicht was 14,3 gram.
Fotosynthesemetingen toonden aan dat de activiteit van het gewas toeneemt als de temperatuur 20ºC of hoger is en bij toenemende lichtintensiteit vanaf 200 µmol/m²/s. Bij hogere temperaturen tot 30ºC neemt deze nog steeds toe, mits de CO2-concentratie ook toeneemt. De fotosynthese bij 800 ppm CO2 is bij 30ºC twee keer zo hoog als bij 15ºC. Aardbei kan dus hoge temperaturen verdragen.

Het Nieuwe Telen

Eind augustus, net voor aanvang van de natuurlijke kortedagperiode, startte de tweede teelt met hetzelfde ras. Ditmaal is de plantafstand 8 planten per strekkende meter (10 planten per m²). Kempkes: “Nu begint het echt spannend te worden. We gaan de principes van HNT gebruiken en actief ontvochtigen, dus geen minimumbuis inzetten en eventueel een iets hogere RV toelaten.”
In het onderzoek is extra aandacht voor gewasbescherming. “Dus proberen we ook zoveel mogelijk biologisch en weerbaar te telen”, legt Janse uit. “De gewasbescherming proberen we met natuurlijke vijanden rond te zetten en de ontvochtiging zou de fungicidedruk moeten beperken.” Voor de bestuiving is in het begin een hommelkast geplaatst. Vanaf week 19 zijn aanvullend zweefvliegen geïntroduceerd, die moeten helpen bij de bestuiving.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden