De natriumgevoeligheid van cymbidium vormt geen belemmering voor het hergebruik van drainwater. Dat is de belangrijkste conclusie uit een onderzoek uitgevoerd op verzoek van de gewascoöperatie Snijcymbidium. De natriumophoping kan weliswaar tot problemen leiden, maar in de praktijk blijft het gehalte onder de kritische grens. Advies aan telers is wel om te allen tijde alert te blijven.

Dat deze snijorchidee gevoelig is voor natrium is niets nieuws onder de zon. Dat was ook de reden dat telers jarenlang een vrijstelling hadden voor recirculatie. Hergebruik van drainwater kan immers leidden tot natriumophoping. Maar inmiddels groeit langzaam maar zeker de noodzaak om te gaan recirculeren. “In 2013 verviel de vrijstelling en kregen cymbidiumtelers te maken met wettelijke emissienormen voor de lozing van stikstof”, vertelt Arca Kromwijk, gewasspecialist snijbloemen/potplanten bij Wageningen University & Research businessunit Glastuinbouw. “Dat betekende niet dat recirculatie per definitie nodig was; zolang telers maar voldeden aan de stikstofnormen.”

De meeste bedrijven redden dit toen nog zonder hergebruik van hun drainwater. Maar door verdere aanscherping van de stikstofnormen en de verplichte zuivering van drainwater per 1 januari 2018 neemt de noodzaak om te recirculeren wel steeds verder toe. “Tot voor kort was echter niet duidelijk bij welk natriumniveau nadelige effecten zichtbaar worden op productie en kwaliteit. Deze vraag móest worden beantwoord voordat de telers van deze snijbloem op grote schaal aan de slag konden en wilden met recirculatie.”

Proefopstelling

Om deze reden startte WUR Glastuinbouw in 2014, op verzoek van de gewascoöperatie Snijcymbidium, een onderzoek naar de kritische grenzen voor natriumophoping. Dit werd gefinancierd door de gewascoöperatie, Productschap Tuinbouw, Stichting Programmafonds Glastuinbouw en de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. “De hoofdvraag van het onderzoek was dus bij welke waarden schade optreedt”, vertelt Kromwijk. “Bij de start richtten we diverse proefvakken in op het bedrijf van Herman Vermeer in Bleiswijk. In één proefvak gaven we de normale voedingsoplossing van de teler mee, dus zonder extra natrium. In de andere proefvakken werd, bij een gelijkblijvende EC van 0,8, extra natrium toegevoegd aan de voedingsoplossing.”

De onderzoekers namen drie jaar lang de effecten op het gewas onder de loep. Aangezien cymbidium een meerjarig gewas is en slechts één keer per jaar bloeit, is meerdere jaren monitoren noodzakelijk om een betrouwbaar beeld te krijgen. Het onderzoek werd uitgevoerd met jonge planten van twee cultivars: Golden Boy ‘Nevada’ en Forty Niner ‘Alice Anderson’.

Productieverlies

In het eerste jaar had de toediening van extra natrium nog geen consequenties voor de productie, maar in het tweede en derde teeltjaar waren wel nadelige effecten zichtbaar. Vooral bij de hogere doseringen. “Aan het einde van het eerste teeltjaar zagen we vlekken op het blad ontstaan en begonnen de bladpunten te verkleuren. Dit zette later verder door: bladpunten stierven af en uiteindelijk zelfs hele bladeren. Bij doseringen van 3,5 en 5 mmol/l Na leidde dit tot een productieverlies van 55 tot 75%, bij 2 mmol/l Na was de afname beperkter. Kortom: hoe hoger het natriumgehalte, hoe groter de productie-afname.”

Volgens Kromwijk zijn de negatieve effecten van natrium hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan een lagere kaliumopname. “Aangezien we de EC op hetzelfde niveau wilden houden, konden we minder kalium, calcium en magnesium toedienen. Uit analyse van het drainwater bleek dat dit nog weinig kalium bevatte, daarnaast zat er ook weinig kalium in het blad. We denken daarom dat dit lage gehalte een belangrijke oorzaak was van de bladschade.”

Monitoring praktijkervaringen

De natriumproef op zichzelf zei echter nog niet alles. Cruciaal was ook de vraag hoe ver het gehalte in de praktijk oploopt, wanneer een teler gaat recirculeren. De onderzoekers monitorden daarom drie jaar lang de ophoping en andere ontwikkelingen op het bedrijf van Peter Zwinkels in De Lier. Hij was de eerste cymbidiumteler die aan de slag ging met recirculatie.

“Ik realiseerde me dat recirculeren op termijn onontkoombaar zou worden, aangezien de emissienormen steeds verder worden aangescherpt”, geeft de teler aan. “Als je tijdig begint, kun je rustig experimenteren en ervaring opdoen. En indien nodig naar andere oplossingen zoeken.”

Onder de grenswaarde

Het natriumgehalte op het bedrijf van Zwinkels bleef onder de grenswaarde waarbij in de proef schade was opgetreden. De waarde kwam namelijk niet boven de 1 mmol/l Na. “Dat is dus ruim onder de 2 mmol/l Na, waarbij schade zichtbaar kan worden”, zegt Kromwijk.

Omdat één bedrijf geen representatief beeld geeft, monitorden de onderzoekers in 2017 ook twee andere bedrijven die aan de slag gingen met recirculatie. “Ook daar bleef het gehalte hangen rond de 1 mmol/l Na, soms zelfs nog lager. Bij één teler trad op een bepaald moment wel plotseling een hoog gehalte op – bij een bepaalde cultivar kwam de hoeveelheid natrium in het drainwater toen uit op 4 mmol/l – wat enige schade veroorzaakte. Dat kwam doordat brijn van het osmose-apparaat terecht was gekomen in de drainsilo, zo bleek later. Dit voorval bevestigde de hoge natriumgevoeligheid van cymbidium, die we ook in de natriumproef hadden geconstateerd.”

Vertrouwen

Samenvattend toonde het onderzoek dus aan dat het gewas weliswaar gevoelig is voor natrium, maar dat dit recirculatie niet in de weg staat. “De uitkomsten hebben ons in positieve zin verrast; het probleem blijkt in de praktijk minder groot dan we dachten”, zegt Zwinkels. “Deze bevindingen hebben de recirculatie een boost gegeven, telers het vertrouwen gegeven dat hergebruik van drainwater mogelijk is. Ik schat dat inmiddels een derde van de bedrijven recirculeert en ik heb nog niet gehoord dat dit ergens tot problemen leidt.”

De teler benadrukt wel dat een mogelijk tekort aan regenwater tijdens droge zomers in de toekomst wellicht voor moeilijkheden kan zorgen. “Wanneer we onze toevlucht moeten zoeken tot leidingwater kan dat leiden tot een flinke ophoping, aangezien dit water doorgaans veel meer natrium bevat. Het is belangrijk dat we hier een oplossing voor vinden.”

Zwinkels geeft daarnaast aan dat recirculeren voor een grote groep collega’s nog ver weg is, aangezien zij hun drainwater nog niet opvangen. “Zij moeten eerst die stap zetten, voordat ze überhaupt kunnen gaan recirculeren. En dat vergt behoorlijk wat investeringen. Een struikelblok, vooral omdat de rendementen de laatste jaren niet geweldig zijn.”

Niet achterover leunen

Hoewel recirculeren dus mogelijk is, benadrukt Kromwijk dat telers niet achterover kunnen leunen. “Het is belangrijk om alert te blijven wanneer je aan de slag gaat met hergebruik van drainwater. Het kan altijd een keer misgaan; dat bleek wel uit het eerdergenoemde incident. Het advies is daarom om, bij het starten met het hergebruik van drainwater, alle waterstromen en natriumbronnen op het bedrijf in kaart te brengen. Neem deze bronnen vervolgens zoveel mogelijk weg. Gebruik bijvoorbeeld water en meststoffen met een laag gehalte en zet niet te veel producten in waar natrium in zit. Kortom: zorg dat er zo min mogelijk natrium in je systeem komt.”

Samenvatting

Onderzoekers bekeken de afgelopen jaren bij welke natriumwaarden schade optreedt in cymbidium. Vooral bij hogere doseringen bleek sprake van productieverlies. In de praktijk blijven de waarden van recirculerende telers echter onder de kritische schadegrens, zo wees een monitoringsonderzoek uit. Dat betekent dat hergebruik van drainwater in de teelt van deze snijorchidee tot de mogelijkheden behoort. Wel is het zaak dat telers voortdurend de vinger aan de pols houden.

Tekst: Ank van Lier.
Beeld: Studio G.J. Vlekke.





Gerelateerd