Het is 5 voor 12 wat betreft de (biologische) bestrijding van katoenluis in chrysanten. “De zorg bij ons als telers is groot.” Teler en BCO-lid Dennis Ammerlaan heeft een duidelijke boodschap: “Er moeten écht nieuwe middelen worden toegelaten en daarnaast moet worden gezocht naar nieuwe natuurlijke vijanden die de luis beter kunnen bestrijden.”

Twee jaar onderzoek naar biologische bestrijders in luis heeft nog niet tot de gewenste strategie geleid in luisbestrijding in chrysant. Dat is zorgelijk voor de chrysantenteelt, omdat na dit jaar een aantal breedwerkende synthetische insecticiden wegvalt. Telers kunnen straks alleen nog teruggrijpen op het middel Teppeki maar dat is niet afdoende, zegt netwerkcoördinator Marrah Pfister van Glastuinbouw Nederland.

Kans op resistentie neemt toe

Luis was nooit een groot probleem in chrysant, omdat het insect door strategieën tegen andere plagen, zoals trips, automatisch werd aangepakt, aldus Pfister. Nu alleen Teppeki overblijft, is de kans op resistentie groot, legt ze uit. “Dat betekent dat het probleem alleen maar groter wordt, de luis past zich aan.” Meer biologie inzetten heeft nog niet tot de oplossing geleid. “Chrysant is een korte teelt, je kunt moeilijk iets opbouwen in het gewas. Dan moet je wekelijks natuurlijke bestrijders gaan uitzetten. Dat wordt te prijzig.”
“Luisbestrijding op een geïntegreerde manier is lastig,” zegt ook Dennis Ammerlaan, chrysantenteler in De Lier. “Geïntegreerde middelen vallen weg en er komen geen nieuwe middelen op de markt. Uit de proeven met natuurlijke vijanden blijkt telkens dat die niet in staat zijn luizen voldoende te bestrijden en onder controle te houden. Ook met het preventief inzetten van biologie wordt niet het gewenste resultaat behaald. De ontwikkeling van luis gaat dermate snel dat natuurlijke vijanden het niet bijhouden of effectief genoeg zijn. Daarnaast oogsten en verkopen wij het gehele gewas. Onze klanten accepteren geen takken met mummies van geparasiteerde luizen.”

Veel biologie geen succes

De afgelopen twee jaar zijn er meerdere onderzoeken gedaan naar de inzet van biologie tegen luis in chrysant. Er werd in een proefkas geprobeerd om biologie curatief in te zetten, maar dat was geen succes, zegt Pfister. Vervolgens werd gekeken naar een preventieve aanpak, door tien keer zoveel biologie in te zetten als in de praktijk. “Het idee was een standing army op te bouwen, dat in staat zou zijn de luishaard op te ruimen”, vertelt de netwerkcoördinator.
Helaas bleek ook deze proef niet succesvol. “Natuurlijke vijanden blijven maar kort leven als er geen luis aanwezig is”, zegt Ammerlaan. Pfister vervolgt: “Chrysant wordt van bovenaf beregend, mogelijk wordt de biologie daardoor weggespoeld. Maar dat is nooit aangetoond.”

Suikerwater en pollen

Samen met Stichting Control in Food & Flowers werd het idee bedacht om voedingsstations te gaan testen. Er werd een prototype ontwikkeld met suikerwater en pollen, dat in eerste instantie met allerlei biologie in cellen werd getest. Het idee hierachter was dat de natuurlijke vijanden door het bijvoeren langer in leven blijven zodat ze, als er luis aanwezig is, die direct kunnen opruimen. “De biologie leek het goed op suikerwater te doen”, aldus Pfister. “De beestjes kwamen naar het station terug.”
De proef bleek op grotere schaal echter veel minder goed te werken: de natuurlijke vijanden keerden niet meer terug naar het voedingsstation. “Waarom niet, dat weten we nog niet”, zegt Pfister. “Mogelijk moeten we de proefopzet anders insteken. Dat is nu de zoektocht. Biologie in chrysant is gewoon moeilijk. Het gewas staat daarvoor te kort in de kas. Dat is het grootste probleem.”

Tekst: Annemarie Gerbrandy, beeld: Jan van Staalduinen