De zuidelijke groene stinkwants Nezara viridula heeft vaste voet aan de grond in de lage landen. Paprikatelers ondervinden de grootste problemen. Een effectieve biologische bestrijder is er nog niet, waardoor meerdere telers met toegelaten biologische en chemische middelen moesten corrigeren. Zo ook Luc van den Bosch van kwekerij Walero uit Bleiswijk, die eerder in Onder Glas vertelde hoe ze de plaag met moeite de baas blijven.

Gewasbeschermingsadviseur Marvin Koot van Biobest Nederland stelt tot zijn spijt vast dat de uit Zuid-Europa afkomstige wants zich kiplekker voelt in de paprikakassen, waar hij behoorlijke schade veroorzaakt aan jonge plantdelen en vruchten. “De problemen lijken groter dan in het vorige seizoen. Telers kregen er al vroeg mee te maken en gericht bestrijden blijkt lastig.”

Scouten en doodknijpen

Luc van den Bosch erkent dat. “We hebben er goed op gelet tijdens het scouten en wat we tegenkwamen is consequent doodgeknepen, maar we hadden wellicht nog specifieker naar de wants moeten zoeken. Hoe langer je de populatieopbouw kunt onderdrukken, des te langer je een correctie kunt uitstellen en de biologie zijn werk kan doen tegen trips en spint. We hebben het lang kunnen volhouden, maar eind mei, begin juni werd het te gek. In juni hebben we twee keer volvelds gespoten met een combinatie van Neemazal en Spyro. Dat hielp.”

Corrigeren noodzakelijk

Hoewel de bespuitingen beslist effectief waren, kregen ook het gewas en de biologische bestrijders Orius en Transeius montdorensis een stevige tik. “Door de gewasschade verliep de zetting moeizamer en werden de planten merkbaar schraler”, blikt de teler terug. “In combinatie met het wegvallen van de bestrijders, werden de problemen met trips en spint snel groter. Gelukkig hebben de gebruikte middelen een korte nawerking, waardoor we drie dagen na de laatste bespuiting opnieuw Orius konden uitzetten. Dat is goed aangeslagen, maar voordat Orius zich echt op de tripsen kan storten, ben je drie weken verder.”
Inmiddels draait de biologische bestrijding weer naar behoren en wordt er nog kritischer gescout op Nezara. “Bij gebrek aan beter lijkt dat de verstandigste optie”, aldus Van den Bosch. “Door al in het begin van de teelt of direct na een correctie wat extra tijd te stoppen in scouten en doodknijpen schuif je het probleem feitelijk voor je uit. Dat kost weliswaar tijd en moeite, maar minder dan de schade die we nu hebben ondervonden. Een echte biologische oplossing is er nog niet. Ik weet dat de paprikacommissie en WUR er mee bezig zijn, alleen kosten dergelijke trajecten vaak heel veel tijd. We zullen voorlopig moeten roeien met de riemen die we nu hebben.”

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen