Potrozenproducent Harg & Roses in Vierpolders gebruikt sinds twee maanden een biologieverstrooier in de opkweekfase. Vooral om trips en spint te bestrijden. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, maar Pieter van der Harg ziet wel al voordelen van de nieuwe werkwijze. “De draaiende buizen die over het gewas heen bewegen, verdelen de biologie gelijkmatiger dan wanneer je dat lopend doet. Het geeft ook nog eens gemak en arbeidsbesparing.”

De afgelopen drie jaar had Harg & Roses relatief veel uitval door spint. Ook trips hielden ze niet altijd in bedwang met biologie, met name in de zomer. En dan was chemisch corrigeren onvermijdelijk. De broers van der Harg vonden het tijd voor verandering. “Ik klopte aan bij een andere biologie-leverancier voor advies. Van Iperen gaf me twee belangrijke inzichten. Eén: optimale verdeling van de biologie over het gewas is cruciaal. Tot voor kort gingen we lopend of met een monorailfiets door het gewas heen met een verblazer. Dat was arbeidsintensief, geen pretje en je kon best eens een hoekje missen. En twee: we gebruikten Azatin tegen trips, maar dat blijkt een negatief effect te hebben op de Phytoseiulus. We zijn dus gaan kijken naar een andere strategie en een nieuwe werkwijze.”

Eenvoudig en snel

Om de biologie beter te verdelen over de potrozen, schafte het bedrijf een buisverstrooier aan. “Die is voor ons op maat gemaakt door Wim van Wijk Techniek. Hij was gewend om ze voor kappen van 9.60 meter te maken, maar bij ons is elke tralie 12.80 meter. De buis rolt via de staander van de monorailverwarming over het gewas heen. Van voor naar achter en weer terug. Zelfs op een kap van deze breedte, beweegt de buis zich heel stabiel. Door de gaatjes in de draaiende buizen valt de biologie gelijkmatig over het gewas. Heb je een kap klaar, dan til je de verstrooier er vanaf met de lift, en verplaats je die naar de volgende kap met het rollerbaansysteem. Het is echt heel eenvoudig. Het apparaat rolt in vijf minuten over de kap heen. De meeste tijd gaat zitten in de voorbereidingen: het klaarmaken van het mengsel van biologie en zaagsel.”

Combinatie van natuurlijke vijanden

Ook het mengsel en het programma zijn veranderd, zegt de teler. Tegen spint zet Van der Harg nog steeds Phytoseiulus in. Wekelijks Azatin spuiten tegen trips gebeurt niet meer. In plaats daarvan voegt hij Montdorensis en voermijten toe aan het mengsel in de verstrooier.
“Jaren geleden hebben we ook wel Swirskii ingezet tegen trips. Maar in de zomer kon de biologie de aanwas niet bijhouden en moesten we toch chemisch ingrijpen. Dat hielp de totale biologie dan weer om zeep. Dus daar zijn we mee gestopt en we gingen over op Azatin. Nu stoppen we ook met dat middel. Met een combinatie van natuurlijke vijanden en de inzet van de buisverstrooier denk ik dat we het goed voor elkaar hebben en we zelfs de zomers goed kunnen doorkomen.”

Alleen in opkweekfase

In de opkweekfase, die zo’n vijf weken duurt, zet de teler nu eens per week alle vijanden in. Voorheen gebeurde dat alleen in specifieke groeistadia, hooguit drie keer tijdens een periode van vijf weken. “We gebruiken nu per keer wel kleinere volumes dan voorheen, dus in totaal wijkt het volume toch niet veel af. In de tussen- en de afkweekfase, waar we nu een nieuwe kas voor in gebruik hebben, passen we het systeem niet toe. Als de planten schoon de opkweekkas verlaten, is dat ook niet nodig.”

Uitvalcijfers vergelijken

Over de spintbestrijding is Van der Harg tevreden tot nu toe. Trips begint nu toch wel weer de kop op te steken. “Dat is in deze periode van het jaar ook niet zo gek natuurlijk. De vraag is of we het met de nieuwe werkwijze en strategie onder controle kunnen houden. Ik kan nog geen conclusies trekken na twee maanden, vooral omdat de lastigste periode nog moet komen. Maar tot nu toe heb ik nog vrijwel geen uitval gehad door spint, dus dat is al een goed teken. Vorig jaar was dat wel anders. In oktober ga ik de balans opmaken en kan ik de uitvalcijfers over een heel seizoen vergelijken.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis, beeld: Mario Bentvelsen