In een eigen proefkas verkent een potgrondleverancier de toepasbaarheid van vloeibare biologische calciumnitraat (CaNO3) in een biologische teelt van puntpaprika’s. Het idee is om biologische grondteelten, waarvoor compost als basisbemesting dient, beter stuurbaar te maken met behulp van deze vloeibare meststof.

“Met deze biologische meststof kun je pieken en dalen in de hoeveelheid opneembare stikstof afvlakken. Dat resulteert in een sterker, gezonder gewas dat meer produceert en minder last heeft van ziekten en plagen. De verwachtingen lijken uit te komen”, zegt Karel de Bruijn van Van der Knaap Groep uit Kwintsheul.”
Biologisch telen is beter voor het gewas, zolang de bodem de plant kan voeden. In biologische grondteelten komt die voeding uit compost. Deze wordt in de bodem geleidelijk afgebroken. “Dat verloopt soms sneller en soms – meestal, moet ik zeggen – langzamer dan je zou willen. In dat laatste geval kunnen er tijdelijke tekorten ontstaan, wat de plant verzwakt en vatbaarder maakt voor ziekten en plagen.”

Organische vloeibare meststoffen

Aan het woord zijn Karel de Bruijn, directeur Sustainable Growing Systems bij Van der Knaap, en biologische teeltconsultant Wim van Marrewijk van Vena Vitae Benelux, die de proef begeleidt. De substraatproducent werkt al geruime tijd aan de ontwikkeling van organische vloeibare meststoffen met behulp van bioreactoren, zo was te lezen in de mei editie van Onder Glas. In Noord-Amerika wordt één concept met een volledige organische vloeibare meststof al toegepast in substraatteelten volgens de richtlijnen van USDA-Organic.

SKAL-normen

“Wat we hier doen, is andere koek”, benadrukt De Bruijn. “Deze proef is geënt op de strengere SKAL-normen voor biologische teelt in Nederland. Om in aanmerking te komen voor het SKAL-certificaat ben je verplicht om in de grond te telen en heb je ook met beperkingen te maken in de keuze van meststoffen. Zo mag je slechts een klein deel van de stikstofcomponent – maximaal 15% om precies te zijn – toedienen in gemineraliseerde vorm, uiteraard van biologische herkomst. Vandaar onze keuze om de basisbemesting voor 85% toe te dienen via compost en voor maximaal 15% via bijmesten met het vloeibare, gemineraliseerde calciumnitraat uit onze bioreactor. Om dit concept te kunnen aanbieden aan biologische telers, zal SKAL het eerst moeten goedkeuren. Zover is het nog niet, eerst willen we de proef succesvol afronden.

Beperkingen in eerste proef

Eerder nog zal moeten blijken of het (duurdere) bemestingsconcept überhaupt levensvatbaar is. De Bruijn en zijn adviseur hebben daar alle vertrouwen in. Ondanks de klimatologische beperkingen van de kleine proefkas én het gegeven dat de bodem nog niet volledig is ingesteld op de biologische teeltwijze – zo heeft het bodemleven zich nog niet voldoende kunnen ontwikkelen – staat het gewas er verrassend goed bij.
“Veel biologische telers zouden hier in hartje zomer heel tevreden mee zijn”, vermoedt Van Marrewijk, die tevens teeltmanager is op de biologische kwekerij van Frank de Koning in Brielle. “Ondanks het soms niet ideale klimaat zien we een duidelijk positieve bijdrage van de vloeibare meststof aan de teelt. De ziekte- en plaagdruk zijn bijzonder laag en het gewas produceert een normale hoeveelheid vruchten van gemiddeld zeer goede kwaliteit en sortering. Zonder de beperkingen in dit eerste proefjaar zouden we qua productie beslist een stuk verder zijn.”

Doorbraak in 2022?

“Die stap willen we volgend jaar zetten”, vult De Bruijn aan. “Deze teelt loopt door tot december en zoals het gewas er nu bijstaat, is een bescheiden productiestijging nog steeds mogelijk. Eind januari start de vervolgproef, opnieuw met de zoete puntpaprika’s Palermo en Cooper. 2022 wordt dus in meerdere opzichten een heel belangrijk jaar voor ons.”

Tekst: Jan van Staalduinen