Er is bij glastuinders én bij loonbedrijven nog veel onduidelijkheid over de juiste schoonmaakmethode en -middelen voor AR-glas. Om de vragen die al jaren in de praktijk leven te kunnen beantwoorden, werkt Martine Brunsting in het onderzoeksteam van Silke Hemming van Wageningen University & Research aan het ontwikkelen van een standaard meetmethode. “Telers en leveranciers zijn erg betrokken bij dit onderzoek. Het is eigenlijk een heel complex probleem.”

Glas met een (enkele- of dubbelzijdige) AR-coating wint aan populariteit in de glastuinbouw, omdat ze enkele procenten lichtwinst opleveren. Maar de coating maakt het glas ook kwetsbaar voor sommige schoonmaakmiddelen en -methoden. De toename van plantvirussen hebben de noodzaak van een goede reiniging aan de binnenkant alleen maar doen toenemen, terwijl het reinigen van de buitenkant vooral noodzakelijk is voor een hoge lichttransmissie.

Beste methode en beste middel

Maar fluorhoudende middelen kunnen AR-glas beschadigen. Het is niet bekend of borstels AR-glas aantasten. Een vraag is wie daarvoor aansprakelijk is: de glasfabrikant, de loonwerker of de teler? En wat is nou de beste methode en het beste middel om AR-glas veilig en effectief schoon te maken? Die laatste vraag is onderwerp van onderzoek bij WUR, gefinancierd door Kas als Energiebron.
Het antwoord daarop is niet eenduidig te geven, zegt onderzoekster Brunsting. “Er zijn zoveel verschillende parameters: je hebt te maken met verschillende middelen, verschillende reinigingsmethodes, verschillende glasleveranciers die allemaal net ander glas en een andere AR-coating hebben, verschillende locaties van telers en op elke locatie heb je weer net ander vuil. In de zomer heb je ook weer andere vervuiling dan in de winter. Je hebt te maken met anorganisch vuil, maar ook met organisch vuil. Het is eigenlijk een heel complex probleem.”

Risico ligt in praktijk bij telers

Wat die aansprakelijkheid betreft zegt Brunsting: “Telers staan er vaak alleen voor hoe zij glas op een goede manier moeten onderhouden. Er zijn glasleveranciers die zelf bepaalde middelen hebben ontwikkeld en dan zeggen: dit is het enige middel dat je veilig kunt gebruiken. Een schoonmaakbedrijf overlegt het probleem vaak met de teler, niemand wil zelf de verantwoordelijkheid nemen. Het risico ligt in de praktijk bij de telers. Nu worden vooral eigen proefjes gedaan, elk op een andere manier, waaruit geen goede conclusies te trekken zijn.”

Schade aan AR-coating voorkomen

Een proefplan om volgens een gestandaardiseerde methode onderzoek te doen moet al voor het eind van het jaar klaar zijn, wat moet resulteren in een meetaanpak en -opstelling. Daarna kunnen verschillende schoonmaakmethoden en -middelen uitvoerig worden getest om – en dat is het doel – te komen tot een eensluidend praktijkadvies. Daarbij zal zowel de binnen- als buitenkant van AR-glas worden getest. Die test moet uitwijzen wat veilig is voor het glas en wat het effectief schoonmaakt.
Brunsting: “We weten dat fluorhoudende middelen AR-glas aantasten maar er is nog geen goed alternatief waarvan bewezen is dat het de AR-coating niet aantast. We hebben al veel verschillende middelen van toeleveranciers ontvangen om te gebruiken voor de tests. Van telers betrokken bij dit onderzoek kregen we de vraag om daarbij toch ook fluorhoudende middelen mee te nemen, dus in die selectie zitten ook fluorhoudende middelen. Daarnaast wordt ook het effect van water en mechanische reiniging op de AR-coating getest. We hebben daarvoor een borstel testopstelling, een hogedruk opstelling moet volgen. We gaan dus zowel kijken naar middelen als methodes.”

Tekst: Mario Bentvelsen, beeld: Tijs Kierkels