In augustus laten chrysantentelers Wouter en Martijn Duijvesteijn van Beyond Chrysant hun grootste WKK van 2,1 megawatt reviseren. De motor heeft zoveel uren gedraaid dat het tijd is voor een strategische beslissing: (her)investeren in een totale revisie of investeren in een nieuwe unit of een oplossing met een warmtepomp.

Opvallend veel telers kiezen de laatste jaren voor revisie van hun WKK. Een belangrijke reden daarvoor in het afgelopen jaar zijn de toenemende kosten voor energie-inkoop. Het bedrijfsleven, waaronder de glastuinbouw moet fors meer belasting betalen over het elektriciteitsverbruik.
Dat geldt ook voor Wouter en Martijn Duijvesteijn. Zij hebben een bedrijf van 6 ha met chrysanten in Hoek van Holland. Afgelopen najaar hebben de broers geïnvesteerd in LED’s (zie Onder glas, december 2020). Tussen de SON-T- lampen hangen nu ook LED’s, waardoor het lichtniveau gestegen is van 145 naar 220 µmol/m².s. Dat betekent een toegenomen elektriciteitsvraag van 10.000 naar 13.000 MW per jaar.
“De resultaten met de hybride belichting het eerste jaar waren goed, wel zijn er nog wat leerpunten om er alles uit te halen wat erin zit, met name op het gebied van activiteit onder in het gewas en voeding”, zeggen de broers.

Stroom inkopen of opwekken

Op dit moment staan er twee WKK’s bij Beyond Chrysant: van respectievelijk 2,1 MW en 1,2 MW. Het vermogen is gebaseerd op de warmtevraag. De machine draait op het moment dat er elektriciteit of CO2 nodig is. De rookgassen gaan via een rookgasreiniger de kas in om de CO2 aan de planten te geven. Omdat ze de warmte op kunnen slaan in een buffer, kunnen ze er flexibel mee omgaan.
Martijn Duijvesteijn is binnen het bedrijf samen met de energiemanager van Samax verantwoordelijk voor de energie. Hij bepaalt wanneer de installaties draaien voor eigen gebruik of voor het verhandelen van de opgewekte elektriciteit op de onbalansmarkt. “Bij een overcapaciteit schakelen we af. Bij een tekort, bijvoorbeeld doordat de wind wegvalt op de Noordzee, kunnen we onze motoren binnen een kwartier op vollast laten draaien. We kunnen 24 uur per dag dat vermogen beschikbaar stellen en krijgen daar een vergoeding voor. Het is voor ons een voortdurende afweging van goedkoop stroom extern inkopen of intern opwekken.”

Meer draaiuren

Twee jaar geleden zag Henk Schuurman, operationeel directeur van Centrica Business Solutions, een opkomende belangstelling van telers om een warmtepomp aan te schaffen. “Deze worden momenteel grotendeels weer stilgezet. Met de verhoging van de Opslag Duurzame Energie (ODE) moeten telers in de schijf van 50.000 – 10.000.000 kWh afname, fors meer betalen voor hun energie-inkoop.
In totaal is de stijging van ODE-belasting voor de elektriciteit per kWh in deze schijf tussen 2016 en 2020 gestegen van 1,9 naar 3,75 cent/kWh. Schuurman: “Telers gaan meer draaiuren maken met hun WKK’s in plaats van de duurdere, al dan niet groene, stroom van het net af te nemen. Ze zien het weer als een stabiele factor.”
“Ook voor ons werd het interessanter om de WKK extra uren te laten maken om meer stroom voor eigen gebruik op te wekken. De draaiuren van de kleine motor zijn bijna verdubbeld”, vertelt Duijvesteijn. “Bovendien is het een schone technologie met een rendement van meer dan 93%.”

Snel terugverdiend

Nadat een motor een zeker aantal draaiuren heeft gemaakt, is hij aan een totale revisie toe. Dat betekent dat hij helemaal uit het ketelhuis moet worden gehaald en naar een werkplaats verplaatst. Het laten reviseren heeft volgens Schuurman vooral voordelen. “Een compleet gereviseerde motor en generator kost zo’n 30 tot 40 procent vergeleken met een nieuwe installatie. Met goed onderhoud kun je weer minimaal tien jaar vooruit.” Een extra voordeel is dat er bij revisie van de eigen WKK geen extra installatiekosten nodig zijn. Hij past gewoon weer op dezelfde plek.
Hij geeft een voorbeeld waarbij de revisiekosten van een 1,2 MW WKK met het huidige belastingstelsel binnen een jaar terug zijn te verdienen. Voor de hoeveelheid opgewekte stroom bij 4.000 draaiuren per jaar, zou je aan energie-inkoop alleen al 180.000 euro per jaar extra kwijt zijn aan ODE-belasting.

Veel gereviseerd

Schuurman: “Bijna 95% van onze klanten heeft de WKK al gereviseerd of hier intussen opdracht voor gegeven. We hebben al tussen de 80 en 90 volledige revisies uitgevoerd met ons team. We nemen op het moment meer gebruikte installaties op voorraad in plaats van ze te verkopen aan het buitenland en reviseren ze voor snelle inzet.”
Ook Duijvesteijn ziet een revisie als een herinvestering die je snel kunt terugverdienen. “Het is nog even de vraag wat we later met de kleinste WKK gaan doen: deze ook totaal reviseren of een kleinere revisie uitvoeren en de beslissing uitstellen om eventuele een groter vermogen aan te schaffen om dan de overige energie-inkoop die we hebben ook af te dekken.”

Rendabel en energie-efficiënt

Schuurman ziet zeker nog toekomst voor de WKK. “Deze bewijst zich keer op keer als de stabiele factor in de decentrale energieopwekking en voorlopig blijft dit nog wel. Dat is nu met aardgas maar kan op termijn op basis van een andere brandstof zijn, zoals waterstof of een combinatie van aardgas en waterstof. Dit vergt aanpassingen in de motoren en het management in de motor. Het kan ook gaan om een hybride-oplossing waarbij de WKK de benodigde stroom voor bijvoorbeeld een warmtepomp opwekt. Hier zijn ook al meerdere succesvolle voorbeelden van.”
Chrysantenteler Duijvesteijn: “We hebben onze installaties in de eerste plaats nodig voor de elektriciteit en CO2. De warmte benutten we als restproduct. De WKK blijft voor ons rendabel en energie-efficiënt. Ik verwacht dat de overheid de decentrale opwekking met zo’n hoog energetisch rendement op de korte termijn nog niet zal ontmoedigen.”

Tekst: Marleen Arkesteijn, beeld: Studio G.J. Vlekke