Schoon zijn en hygiënische maatregelen nemen, het lijken soms synoniemen te zijn maar zijn dit niet. Ze zijn wel aan elkaar gelieerd, ze gaan hand in hand samen op. We proberen de kas zo schoon mogelijk te houden. Een werknemer heeft er zo ongeveer een weektaak aan om met de veegmachine alles te vegen en met de hogedrukspuit de vloeren en gevels goed te reinigen.
Het oog wil wat, dat zeker, maar we streven ernaar om alle organische materialen zoals grond en algen te verwijderen. Met als doel dat als we schoon zijn de hygiënische maatregelen ook veel meer effect hebben. En we hebben baat bij deze synergie.
Er blijven voor mij wel twee vragen over. Ten eerste, hoever moét je gaan in het ‘schoon en hygiënisch zijn’? Aan de ene kant wil je voorkomen dat er toch nog wat overblijft aan bacteriën of een verborgen plaaginsect in een hoekje vuil. Aan de andere kant moet het wel werkbaar blijven. Daarom gaan we zo ver mogelijk en blijven daarbij nadenken waar we mee bezig zijn.
En vraag twee is, hoe ver kun je gaan? Als het gaat om gebruik van biociden voor ontsmetting (zoals waterstofperoxide) is er al genoeg geschreven en gesproken over de mismatch tussen wetgeving en praktijk. Het lijkt me dat we daar ‘met z’n allen’ wel uitkomen door ons nuchtere Hollandse verstand te gebruiken.
Voor mijzelf onthoud ik wel de les dat we symptoombestrijding moeten voorkomen. Ik moet me blijven concentreren op de bron van de vervuiling en zo minder afhankelijk worden van middelen als biociden. En inderdaad, dan nog maar een keer extra over de betonvloer met de hogedrukspuit om echt alle randen en hoeken schoon te krijgen. Of toch nog wat vaker de ophoping van organisch materiaal onder in de silo weghalen. En we merken echt dat we verder komen in gezondheid en beter effect van de biologische bestrijders wanneer we schoon en hygiënisch zijn. Daarom hebben we er met z’n allen ook plezier in. Het geeft voldoening als er weer planten op een schone vloer gezet worden.
Ed Konijn, teeltmanager bij Stolk Brothers in Bergschenhoek










