Sensoren zijn niet meer weg te denken uit de glastuinbouw. Het zijn de kunstmatige zintuigen van de teler om natuurkundige grootheden te meten: de klimaatfactoren in en om de kas, in het wortelmilieu en in en op de plant. Deze meetwaarden zijn de basis voor het optimaliseren van de teelt. Goede sensoren, die betrouwbaar meten en data oversturen naar een centrale plek, zijn daarvoor essentieel.

Losse datapunten kunnen interessant zijn, maar het wordt pas echt waardevol wanneer je de verandering van de data over de tijd kunt analyseren. Het gaat om het grote geheel, de historie en de tendens waar het naar toe gaat. Het verzamelen van data moet bovendien een doel hebben. Je wilt een product zo goed mogelijk telen, met zo min mogelijk energie en water, met een optimale kwaliteit en zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen.

Wat kun je met data?

Een teler kan de data gebruiken om te notificeren: het geven van een signaal wanneer er iets aan de hand is. Je kunt grafieken maken waarin te zien is wat er gebeurd is en wat er – met behulp van berekeningen – mogelijk gaat gebeuren. Je kunt data vergelijken met collega-telers of overleg hebben met consultants. Zeker nu er door het coronavirus minder fysieke bezoeken mogelijk zijn, is deze manier van communiceren met behulp van data extra belangrijk.
Door toevoegen van externe data is het mogelijk om in te spelen op toekomstige omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van ziektes door met behulp van de weersvoorspelling ongunstige klimaatomstandigheden in de kas te vermijden.

Aanschaf

Bedenk eerst waarvoor de sensor nodig is. Schaf deze aan bij een betrouwbaar bedrijf en/of luister naar ervaringen van collega’s. Bekijk de specificaties van de fabrikant.

Een paar aandachtspunten:

  • Bedenk hoe nauwkeurig de meting moet zijn. Is bijvoorbeeld meten op 0,1ºC voldoende? Hoe vaak moet deze meten: realtime, eens per minuut, per kwartier of zelfs per dag?
  • Is er stroom aanwezig of moet de voeler worden gevoed door batterijen/accu’s en hoe lang gaan deze mee?
  • Sensoren moeten bestand zijn tegen chemicaliën, vuil, wisselende temperaturen en vocht. Is de omgeving stoffig, doordat er met potgrond wordt gewerkt? En moet deze in de bodem of een substraat gaan meten?
  • Hoe zit het met de bevestiging?
  • Hoe groot is het meetgebied en hoeveel zijn er nodig?

De meetdata van de sensor moeten uiteindelijk ‘ergens’ naar toe om centraal verwerkt te kunnen worden. Dit kan op verschillende manieren met ieder hun voor- of nadelen.

Communicatie

Meestal verloopt de communicatie draadloos. Een systeem met bedrading heeft als voordeel dat sensoren niet opgeladen hoeven te worden. Het nadeel is dat zo’n systeem duur is in aanleg, gevoelig voor blikseminslag, kwetsbaar en onderhoudsgevoelig.
Er zijn verschillende opties om data draadloos naar een centraal punt te sturen. De installatie is in dat geval flexibeler. Bij gebruik van een GSM-netwerk kunnen de kosten oplopen als er veel data-uitwisseling is. Andere opties zijn onder andere via Bluetooth, wifi of LoRa. Het meest gebruikte systeem is via wifi.

Onderhoud

De levensduur hangt af van het type. Dat zal minimaal vijf jaar of langer zijn. Algemeen advies is te voorkomen dat sensoren extreem nat worden. Controleer of ze nog steeds betrouwbaar zijn bij de extreme temperaturen zoals deze in een kas kunnen voorkomen.
Afwijkende meetwaarden kunnen een signaal zijn, dat er iets aan de hand is. Heeft een spint een nestje gebouwd op een sensor, groeit er een rozentak doorheen of is de voeler omver gereden door een passerende machine? Zorg dat de voeler goed opgeladen blijft. Goede sensoren sturen zelf een berichtje dat opladen nodig is.

Tekst: Marleen Arkesteijn, beeld: 30MHz