Ter Laak Orchids heeft als eerste teeltbedrijf in Nederland een 5 ha grote Daglichtkas neergezet. De productie draait sinds enkele weken. “Het concept spreekt ons aan en we hebben er hoge verwachtingen van”, zegt Richard Ter Laak. Resultaten zijn vooralsnog moeilijk in cijfers te vatten.

De schermen zijn aan het begin van de ochtend nog open, waardoor de warmtecollectoren goed te zien zijn. Deze zwarte buizen hangen over de gehele lengte in tweetallen in de kas, kort onder de ramen met dubbel glas. “De collectoren draaien gedurende de dag langzaam met de zon mee”, wijst Richard Ter Laak aan. “De lenzen die tussen de dubbele beglazing zijn aangebracht, vangen het zonlicht af en centreren dit in de warmtecollector, die zich door de draaiing constant op de juiste brandlijn bevindt. We zetten deze warmte via de warmtepomp om naar thermische energie en slaan het op, zodat we het kunnen hergebruiken.”
Samen met zijn broer Eduard runt Richard de 13 ha grote phalaenopsiskwekerij aan de Middenzwet in Wateringen. Daarnaast hebben ze nog 4,5 ha verderop in het gebied en 1,2 ha in Guatemala. De 13 ha is inclusief de 5 ha, die er afgelopen jaar is bijgebouwd in de vorm van een zogeheten Daglichtkas. Deze kas vangt al het directe zonlicht af en zet het om naar energie. De prognose is een besparing van 40% in aardgasequivalenten.

Optimale lichtverdeling

Voor de phalaenopsisteler begon het in 2014 toen hij werd benaderd door Technokas. “Toen we ons hier in 2010 vestigden, begon de samenwerking”, vertelt Ter Laak. “We wilden toentertijd een 8 ha grote kas: een combinatie van een Venlokas met een breedkapper, een gecompliceerd project. Het bedrijf stond er bekend om dat ze hier de kennis en kunde voor in huis hadden. Zo is de liefde ontstaan”, lacht hij.
Het ingenieursbureau uit De Lier was zelf in 2014 al enkele jaren bezig met de ontwikkeling van de Daglichtkas. In samenwerking met Wageningen University & Research ontwikkelden ze een concept, dat ze een jaar lang aan technische beproevingen onderwierpen. “We wilden een kas ontwerpen die voorop zou lopen in duurzame ontwikkelingen”, zegt Maurice Hartman van Technokas. “Door deze techniek kunnen we zonlicht meerwaarde geven.”

Gratis energie

Dit systeem kan zo’n 50% van de warmtebehoefte dekken voor een teelt van phalaenopsis. Bovendien creëert de kas een optimale lichtverdeling bij de plant, wat resulteert in een betere kwaliteit en productie. Dat laatste bleek uit teeltproeven, die drie jaar lang op 500 m2 bij WUR zijn uitgevoerd. “Daaruit behaalden we dus goede resultaten, maar we hadden het concept nog niet op productieniveau getoetst”, zegt Hartman. Ze klopten bij Ter Laak aan. “In eerste instantie zaten we er niet op te wachten”, geeft de teler aan. “We hadden hier in 2010 net nieuwgebouwd, waren in 2011 in productie gekomen en om hier nu weer alles overhoop te halen, dat zagen we niet zo zitten.”
Toch gingen de broers overstag, omdat het wel heel goed paste. “We hadden te weinig ruimte voor onze stekafdeling, dus 4.000 m2 proefkas was welkom. Daarnaast geloven we in het concept van de Daglichtkas. Door krijten en schermen kets je zonlicht af. Dat vinden we zonde. Het is gratis energie, dus dat kan je maar beter gebruiken. Daarnaast zijn we niet enthousiast over krijten. Dit kost veel energie en geeft altijd de nodige uitdagingen met opbrengen en verwijderen. Daarnaast geeft schermen ook onrust. Pas als er te veel licht in de kas komt, ga je schermen. Je reageert dus eigenlijk altijd te laat. Bovendien wisten we dat we door de combinatie van het zonne-oogstsysteem en de luchtbehandelingskasten veel energie konden besparen.”

Lastig conclusies trekken

De grootte van de energiebesparing is vooralsnog niet in concrete cijfers te vatten. “Die 4.000 m2 is maar een pukkeltje op onze totale energieverbruik, maar volgens de onderzoekers hebben we zo’n 40% bespaard op het geheel.”
Conclusies zijn sowieso lastig te trekken, want de bevindingen zijn niet een-op-een te vergelijken met eenzelfde situatie. Toch heeft Ter Laak het idee dat zijn gewas in de Daglichtkas sterker en robuuster is dan in zijn traditionele kas. “We hebben geen problemen in de opstart gehad. Omdat je werkt met dubbelglas en zonder energiedoek krijg je een betere lichtverdeling, wat weer een positief effect heeft op de plantkwaliteit.”
“Dat is de kracht van dit concept”, voegt Hartman toe. “De brekingsindex van dit glas is hoger dan die van diffuus glas, waardoor er voor de planten 100% diffuus licht overblijft. De kas heeft geen buitenscherminstallatie meer nodig en de teler hoeft in de winter minder uren te belichten.”
In het eerste jaar is de orchideeënteler op dezelfde traditionele manier blijven telen en pas in het tweede jaar zijn de telers de buitenluchtinstallatie gaan finetunen. Hiermee kunnen ze verantwoord een hogere luchtvochtigheid aan houden en kan bij gesloten schermen toch voldoende vocht worden afgevoerd. “Hierdoor kan je veel geïsoleerder telen. Het leidt tot een strakker kasklimaat, maar het is experimenteren en ervaren. Meteen volledig je doeken dicht, dat moet je wel durven. In de nieuwe kas gaan we daar minder behoudend mee om.”

Ander kostprijsplaatje

De nieuwe Daglichtkas is 5 ha groot. Veel aanpassingen op teelttechnisch gebied zijn er niet gedaan. Ter Laak wilde alleen grotere luchtramen. Hij heeft nu een vakmaat van 5 meter, maar ze blijven eenzijdig. “Er zijn nog wel eens twijfels over een eenzijdig luchtraam”, zegt de teler, “maar wij hebben er tot op heden geen nadelen van ondervonden. We luchten natuurlijk ook veel minder, want we hoeven alleen nog maar te luchten op temperatuur – waarbij de invloeden van buitenaf minder zijn – en niet meer op vocht.”
Kostentechnisch zijn er wel zaken efficiënter ingericht. De kas is bouwkundig wat aangepast. Behalve grotere luchtramen, is het dek niet langer asymmetrisch en er zitten twee in plaats van drie lenzen in elk raam. Ook worden er nu twee in plaats van drie collectoren gebruikt, waardoor er minder sprake is van schaduwwerking. “De kas is daardoor betaalbaarder geworden, zonder in te leveren op kwaliteit”, stelt Hartman.
Want goedkoop is het niet. “Te duur vind ik een negatief woord. Het is niet te duur, maar er zit een ander kostprijsplaatje achter dan telers gewend zijn. Zo moet je dat zien”, gaat hij verder. “Duurzame ontwikkelingen brengen dat nu eenmaal met zich mee. Je zit hiermee op een ander niveau in de markt dan traditioneel.”

Balans

Ter Laak verwacht een beter product, zowel qua hoeveelheid als kwaliteit, en lagere energiekosten. In theorie is de verwachting 40% energiebesparing op de teelt, maar in praktijk is dat lastig in cijfers te vatten. “We oogsten 50% van de benodigde warmte-energie, maar de waterpomp kost ook energie, dus we kunnen niet inzetten op 50% besparing”, legt hij uit.
Daarnaast moet het potplantenbedrijf een balans vinden tussen genoeg warmtepompuren en WKK-uren. Zo leveren ze al hoogwaardige energie aan de buren, zodat de warmtepomp genoeg draait. “De WKK willen we eigenlijk alleen voor de belichting inzetten. Op die manier proberen we tot een zo optimaal mogelijk energetisch plaatje te komen, maar er zijn andere aspecten die meespelen. Zo winnen we kosten, omdat we minder hoeven te belichten. En we hebben LED-belichting, waardoor we efficiënter met warmte om kunnen gaan. Het blijft zoeken en uitproberen.”

Samenvatting

Hoewel phalaenopsisteler Richard Ter Laak zijn bevindingen nog niet met concrete cijfers kan onderbouwen, heeft hij hoge verwachtingen van de Daglichtkas. In de proefkas van 4.000 m2 had hij nauwelijks problemen en zag hij een robuuster gewas ontstaan. De proefkas is vorig jaar opgeschaald naar 5 ha. Hij verwacht geïsoleerder te kunnen telen en een energiebesparing van 40% te kunnen realiseren. Toch zal het zoeken en experimenteren worden om dit ook daadwerkelijk te behalen.

Tekst en foto’s: Marjolein van Woerkom.

Gerelateerd