Twee tomatenbedrijven delen hun eerste ervaringen met het telen onder full LED, waarbij de een gebruik maakt van ontvochtiging en de ander niet. Welke effecten zien de bedrijven van het telen zonder SON-T op energieverbruik, kasklimaat en bestuiving bijvoorbeeld? Wat waren de leerpunten van afgelopen seizoen en wat zijn de plannen voor komende winter? “Het is opnieuw leren telen, dat maakt het ook spannend.”
Bij Duijvestijn Tomaten Next in Pijnacker hangt sinds oktober 2023 full LED-belichting op 5 ha. De eerste ervaring met het telen onder deze lampen dateert van 2020/2021, al ging het toen nog om een hybride installatie. Het seizoen daarop ging het SON-T-licht niet meer aan, vanwege de hoge energieprijzen, maar werd nog wel met LED (50%) belicht.
Er hangen nu twee verschillende typen LED-armaturen van Gavita naast elkaar: een van 1.000 W (160 µmol/m².s) en een nieuwer type van 650 W (110 µmol/m².s) vijf lampen per vak van 8 meter. De armaturen hebben een vast lichtrecept van 90% rood, 5% groen, 5% blauw, zonder verrood. “We kunnen niet dimmen, maar wel in stappen van 25 procent aan- en uitschakelen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van SON-T: dat je heel snel kunt reageren op veranderingen in de elektriciteitsmarkt”, aldus teeltmanager Richard Enthoven.
Niet belichten bij dure stroom
Enthoven is in de eerste week van oktober gestart met een plant van 52 dagen (ras: Bronski, grove trostomaat). Voor een goede plantopbouw wordt het lichtniveau in de kas geleidelijk opgevoerd, bij een gelijkblijvende etmaaltemperatuur van 21 tot 21,5°C. “Wij starten hier met 2,7 stengels per vierkante meter en proberen 0,9 tot 1 tros per week te maken. We snoeien op vijf vruchten per tros.” Eind november stond de vijfde tros in bloei en is hij 14 uur per etmaal op 50% aan het belichten, wat overeenkomt met 38 J/uur. Dat bouwen ze langzaam op naar 100%, ofwel 60 J/uur.
Duijvestijn wekt de meeste stroom zelf op met WKK’s, maar koopt ook stroom in als deze goedkoop is. Enthoven: “In het begin van de teelt belichten we alleen overdag, tijdens de wat goedkopere uren, zeg van 11.00 tot 16.00 uur. Dat tijdstip halen we steeds meer naar voren; momenteel belichten we vanaf 1.00 uur ’s nachts. Als de stroom duur is gaan de lampen uit. Dat is anders dan drie jaar geleden. Omdat de kosten van belichten hoger zijn ben je er nu veel bewuster mee bezig.”
Gewenste lichtniveau per week
De kunst is om de plant in balans te houden, vervolgt Enthoven. “Waar ik naar kijk is de weeksom: wat geef je gemiddeld per week. Ik kijk naar het totaal aantal joules van buiten en binnen, en van daaruit maak ik een strategie voor de volgende week. We hebben ook een jaarplan gemaakt. Daarin staat wat het gewenste lichtniveau per week is, hoeveel buitenlicht wij in die weken hadden in de afgelopen jaren en wat we extra met lichturen moeten doen om ervoor te zorgen dat mijn planning klopt.” Eind december verwacht hij in de belichte kas de eerste trossen te kunnen knippen.
Vochtbalans
Sinds de omschakeling naar LED gaat de teeltmanager bewuster om met vocht. “We maken nu meer schermuren, om de temperatuur te halen. Dan is het een voordeel als je een transparant energiedoek hebt. Je kunt dan meer overdag schermen en boven het gesloten scherm luchten om te ontvochtigen. Door de luchtbeweging boven het scherm raak je vocht kwijt of door condensatie van vocht tegen het dek, als het buiten koud genoeg is. Als het toch te vochtig wordt onder het scherm zetten we de Airmix aan. Je kan ook een hogere buistemperatuur aanhouden om te ontvochtigen, maar dat kost heel veel energie. Het stimuleert weer de verdamping, en dat vocht moet je dan weer kwijt.”
Ook de watergift luistert nauwer onder LED: “We proberen niet meer water te geven dan de plant nodig heeft. Die vochtbalans is heel belangrijk. Als je te veel geeft, moet je dat vocht weer verdampen. Ik kijk onder meer naar het interen van de mat. Ik durf veel minder drain te accepteren. We merken dat je ook een ander bemestingsschema moet handhaven. Je moet wat meer durven, zoals minder stikstof geven. Als je de drain en EC in balans houdt, gaat het goed.”
Warmte-input
Bij Bryte in ’s-Gravenzande (vestiging Greenbalance) is inmiddels een jaar ervaring met full LED op 8,3 ha glas. Directeur Erik Zwinkels: “Op deze locatie hadden we in 2019 een hybride belichtingsinstallatie hangen: 90 µmol/m².s SON-T en 90 µmol/m².s LED. Vorig jaar hebben we alle armaturen vervangen, ook de eerste LED-armaturen, omdat we zwaardere belichting wilden.” Het werd 255 µmol/m².s met een ander spectrum.
Er hangen nu vier Signify armaturen (770 W) per 8 meter vak met een spectrum van 88% rood, 6% groen, 6% blauw, zonder verrood. In het oude LED-armatuur zat alleen rood en blauw (95%-5%). Groen is toegevoegd voor de werkbaarheid, zodat er meer wit licht in de kas is. De nieuwe armaturen zijn niet dimbaar, maar kunnen in stappen van 25% worden op- en afgeschakeld.
Tegelijk werd een tweede scherm (LS 1147) opgehangen. “Door LED hebben we de helft minder elektra nodig, uiteindelijk wilden we ook de warmte-input verlagen. Anders moet je te veel concessies aan de etmaaltemperatuur doen. Die willen we zo constant mogelijk houden, op 21 graden. En het lichtniveau voeren we op de dag langzaam op. Tegelijk zijn we langer gaan schermen.” De cocktailtomaten van het ras Shivious zijn geplant op 13 en 16 oktober.
Licht naar behoefte
De belichtingsstrategie doet teelt- en locatiemanager Frans van den Arend verder uit de doeken. “We beginnen op dit moment om 2.00 uur ’s nachts. We zijn pas overgeschakeld, we bouwen dat langzaam op. Tot 4.00 uur ’s nachts geven we 50 procent, van 4.00 tot 10.00 uur 75 procent en van 10.00 tot 17.00 uur 100 procent. We letten daarbij op het totaal van binnen- en buitenlicht. Het is geen vast regime, zo van: die week moet er zoveel belicht worden. De plant, de stroomprijs en het buitenlicht bepalen wanneer we opschakelen.”
Zwinkels: “Bij 200 euro per 1.000 kWh mag het lichtniveau terugschakelen naar 75 procent, bij 300 euro naar 50 procent en gaat de elektriciteit van de WKK naar het net. De jongens die bij ons op energiemanagement zitten hebben die vrijheid. De etmaaltemperatuur zit rond de 21 graden en die willen we vasthouden voor de snelheid. Dat heeft te maken met een bepaald vruchtgewicht dat we nastreven en de uitgroeiduur van de tomaat, die we niet te veel willen laten oplopen.”
Dat is volgens de teler een wezenlijk verschil met SON-T. In het verleden gaf dat 7 tot 8 graden temperatuurstijging. Als je dan in oktober plant kun je weleens de buitenomstandigheden tegen hebben. “Je plant heeft dan nog geen grote lichtbehoefte, maar dan deden we – met een enkel scherm – soms het SON-T-licht aan om een etmaaltemperatuur van 22 tot 22,5 graden te halen. Vandaag de dag ben je daar veel bewuster mee bezig, geven we meer licht naar behoefte.”
Schimmeldruk voorkomen
Van den Arend: “Dat is het voordeel van LED, je kunt makkelijker schakelen en dat doen we ook. Je kijkt uiteindelijk per week of je de lichtsom hebt gehaald die je moet halen. Het is niet zo dat we elke dag bepalen of we nu gaan op- of terugschakelen, anders ben je alleen maar aan het corrigeren. De plant vertelt eigenlijk wat je moet doen. We zetten driekoppers neer vanaf de start en sturen op generativiteit. Deze planten zijn generatiever dan tweekoppers. We beheersen hem langer naast het gat, normaal deden we dat tot de bloei van de tweede tros, nu tot de derde tros. Ook sturen we met de voeding op generativiteit.”
Bryte gebruikt geen ontvochtigingsinstallatie, alleen horizontale ventilatoren. De teeltmanager: “We hebben alles bij elkaar veel generativiteit, dus geen massa’s plant, want dan is de vochtproductie snel te groot. We telen nu overdag met LED aan, het energiescherm dicht en de luchtramen op een kier om vocht kwijt te raken. Dat proberen we in de nacht ook zo, om het vochtdeficit hoog te houden zolang het nog kan. Over twee of drie weken lukt dat minder goed. Dan moeten we meer vocht accepteren. We hebben nu 3,8 stengels staan, dat is best vol. Soms snijden we een blad weg. Wat schimmels betreft, of je nu praat over Botrytis of Fusarium, je moet onder full LED preventief denken. De omstandigheden zijn nu eenmaal vochtiger dan onder SON-T. Voorheen was die noodzaak er niet, nu wel.”
Hommeloriëntatie
Nog een uitdaging onder LED is de bestuiving, vervolgt Zwinkels. “In SON-T zit meer blauw en wit licht waardoor de oriëntatie van de hommels beter was. Je hebt ongeveer 30 watt nodig voor een goede bestuiving. Wij zitten met LED op ongeveer 25 watt en van buiten heb je altijd wel wat als de zon opkomt. Dan zou je theoretisch genoeg moeten hebben, maar we zien dat het in de praktijk niet altijd voldoende is. Boven de 80 procent RV vliegen ze minder makkelijk uit.”
Van den Arend, tot slot: “Nu we het energiescherm overdag makkelijker dichttrekken, merk je dat we minder licht binnenkrijgen voor de hommeloriëntatie en meer vocht. Een RV van 80 procent is ideaal, maar ik zit meestal op een RV van 85 tot 88 procent, dan houdt het op. Wij hebben ervaren dat vanaf week 50 tot en met week 4/5 de bevlieging en bestuiving vorig jaar minder goed was. We hebben toen ouderwets moeten tikken, dat betekent een week of zes handmatig bestuiven.”
Tekst en beeld: Mario Bentvelsen

















