Galmijt is een ongekende plaag. Een probleem waarvoor ook onderzoeker Jeroen Sanders vooralsnog geen passende oplossing ziet. In samenwerking met producenten en toeleveranciers startte hij een onderzoek naar de werking van bestaande gewasbeschermingsmiddelen. “Daar kwam weinig nieuws uit voort, maar wel ontdekten we dat galmijten op veel meer plekken zitten dan we voorheen dachten. Dat betekent dat telers veel grondiger moeten schoonmaken om goed aan een nieuwe teelt te kunnen beginnen.”

Karren, fusten, kieren van ramen en scharnieren. Werkelijk overal in de kas werden galmijten aangetroffen door Sanders en zijn team van Proeftuin Zwaagdijk. Ook opmerkelijk: de spinachtigen zaten zelfs op de ruggen van hommels. “Dat meeliften met de biologie verklaart gedeeltelijk waarom het verspreidingspatroon van de galmijt zo grillig is in een gewas. Sommige planten zitten helemaal vol en de rij ernaast is compleet vrij van schade. Er is geen logische opbouw.”
De galmijt blijft een lastig te doorgronden beestje voor Sanders. Dacht hij voorheen dat de aantasting onderop de stam begon en vervolgens naar boven in de plant doorwerkte, dit teeltseizoen werden galmijten ook enkel in de koppen van het gewas gesignaleerd.

Matige effecten

Het ‘aanpakken’ van de mijt is een groot probleem. Want welk middel kan het beste worden ingezet? Om dat te onderzoeken startte Sanders samen met Van Iperen in overleg met de stuurgroep glastuinbouw van Agrodis (belangenbehartiger toeleveranciers van de Nederlandse land- en tuinbouwsector) een proef naar de werking van diverse gewasbeschermingsmiddelen. De onderzoekers voerden deze effectiviteitsproeven uit in Demokwekerij Westland van half februari tot eind mei. Bij aanvang van de proef werd er een objectenlijst opgesteld met verschillende middelen. Alle middelen werden in dit onderzoek als een solo-bespuiting toegepast. De lijst bestond uit chemische middelen (toegelaten of deels toegelaten) en groene producten.
“Zodra we de eerste visuele symptomen in het tomatengewas waarnamen, startten we met bestrijden. We testten met verschillende spuitintervallen en spuitvolumes, uiteraard wel binnen de wettelijke voorschriften. Voor alle tien de toegestane middelen geldt dat we wel wat reductie zagen, maar geen echt bevredigend resultaat”, concludeert de onderzoeker. De conclusie is duidelijk: met twee tot vier keer spuiten krijg je de galmijt niet weg. “Het is vooralsnog een kwestie van pappen en nathouden en zoeken naar een strategie om het probleem beheersbaar te houden.”

Van verwarmingspijp tot fust

Bij die strategie is het heel belangrijk om het gaan en staan van de galmijt te doorgronden en dus initieerde de proeftuin zelf een vervolgonderzoek. “Als je niet weet waar het beestje zit, is het lastig om te bestrijden. Daarom gingen we minutieus een besmette kas door om alle locaties van de galmijt te achterhalen. En die bleek zich dus heel wijdverspreid op te houden. Zoals gezegd, van verwarmingspijp tot fust, overal zaten ze. We willen telers dus zeker op het hart drukken om hun kas tijdens de teeltwissel echt goed schoon te maken. Alleen gewasresten opruimen en de vloer aanvegen is onvoldoende. Doorloop nauwkeurig het hygiëneprotocol en doe bij voorkeur nog wat meer. Zeker als een bedrijf een aantasting heeft gehad.”
Schoon beginnen is natuurlijk het beste, maar zeker met kleine beestjes als galmijten – met het blote oog onzichtbaar – niet altijd haalbaar. Bij belichte telers doken ze afgelopen seizoen al in augustus en september op.

Kans voor groene middelen

“Aangezien we ze nog niet goed kunnen bestrijden, is het van belang de aantallen zo laag mogelijk te houden”, benadrukt Sanders. “Ik zie regelmatig telers met zo’n handmicroscoop door het gewas lopen. Een goede zaak. Want hoe sneller een beginnende infectie wordt waargenomen en aangepakt, hoe groter de kans op succes.”
Tegelijkertijd gaat de zoektocht naar een afdoende bestrijdingsmiddel of -strategie tegen galmijt door. Afgelopen zomer testte de Demokwekerij in overleg met Certis verschillende combinaties van middelen. Ook groene middelen. “Want ik denk toch dat het die kant op gaat. Chemie heeft vaak een negatief effect op de biologie en past niet altijd bij de keurmerken en certificaten die een bedrijf voert. Natuurlijke vijanden komen niet goed genoeg in de buurt van de galmijten vanwege de klierharen op de tomatenplant. Een geïntegreerde aanpak blijkt gewoon erg lastig.”
Van de groene middelen is vooral het resultaat van ER II hoopgevend. Dit middel op basis van zetmeel is toegelaten als insecten- en mijtenmiddel. “De plakwerking van het middel maakt de galmijt onschadelijk. Echter, telers ervaren problemen met zichtbaar residu op de vruchten en dat is uiteraard niet wenselijk.” Het advies van Certis is derhalve om met ER II vooral het bovenste gedeelte van het gewas te spuiten en vruchten niet te raken.

Vervolgonderzoek

Momenteel is Sanders hard bezig om de financiering voor vervolgonderzoek rond te krijgen. Hij is ervan overtuigd dat er binnen een termijn van twee à drie jaar een oplossing komt. De noodzaak ligt er en diverse partijen ontplooien afzonderlijk dan wel gezamenlijk initiatieven. Hij wijst daarbij onder meer op producenten en LTO Glaskracht Nederland. Zo staat de zoektocht naar nieuwe natuurlijke vijanden en middelen hoog op de agenda bij de gewascoöperatie Tomaat.


Aculops lycopersici (tomatengalmijt)

De tomatengalmijt – ook wel tomatenroestmijt genoemd – is een kleine mijt die niet zichtbaar is met het blote oog. Ze ontwikkelen zich snel bij hoge temperaturen (27°C) en een lage luchtvochtigheid (30%).

Dit verklaart waarom de meeste signaleringen in de maanden juli en augustus plaatsvinden. Inmiddels is het schadebeeld bij binnen- en buitenlandse telers goed bekend: een roestkleurige stam met, naarmate de aantasting erger wordt, bruin verkleurde bladeren. Behalve de plant kunnen ook de vruchten worden aangetast. In dat geval verkurken de vruchten en verkleuren de trosstelen roodbruin. Uiteindelijk sterft de plant af. Wanneer een plant het schadebeeld laat zien, zitten er al vele duizenden galmijten op.

De galmijt komt oorspronkelijk uit Australië. Een vrouwtje legt tussen de 10 en 55 eitjes. Het eistadium duurt bij 25°C tweeënhalve dag. Hierna volgt het larvestadium van een dag en een nymfestadium van ruim anderhalve dag. De volwassen mijt leeft vervolgens 16 tot 22 dagen. Verspreiding gebeurt onder meer door de wind, mechanisch en doordat ze zelf van plant naar plant lopen.


Samenvatting

Afgelopen voorjaar en zomer zijn diverse onderzoeken naar de tomatengalmijt geïnitieerd. Het betrof onderzoek naar de werking van bekende gewasbeschermingsmiddelen en naar de verspreiding van de mijten in de kas. Uit deze laatste bleek dat galmijten op veel meer plekken zitten dan voorheen werd gedacht. Zeker gezien het ontbreken van afdoende bestrijdingsmogelijkheden, maakt dit gegeven duidelijk dat telers zeer nauwkeurig hun hygiëneprotocol tijdens de teeltwissel moeten naleven.

Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.





Gerelateerd