Het Nederlandse seringenseizoen is in volle gang. Een tiental telers brengt de geurende voorjaarsbode al vanaf december op de markt. Dat bereiken ze door de struiken aan het eind van het jaar van het land te halen en over te brengen naar de kas om de bloei te forceren. Jan ten Hoeve, eigenaar van kwekerij De Seringenspecialist in Aalsmeer, is blij met de gunstige prijzen tot nu toe. “Maar het is de vraag of die de uitval en steelschade van dit jaar kunnen compenseren.”

Er zijn maar weinig mensen die de winter het liefst nog even door zien gaan. Eén daarvan is Jan ten Hoeve. Hoe later het voorjaar begint, hoe langer hij zijn seringen in de kas in bloei kan blijven trekken. Buiten in bloei laten komen is geen optie. Dat brengt het oogst- en terugplantschema in de war en doet de kwaliteit geen goed. “We laten de seringen in de kas in bloei komen om over een langere periode te kunnen oogsten en omstandigheden te creëren die de kwaliteit ten goede komen. Maar het blijft een buitenteelt en we zijn dus afhankelijk van de natuur.”

Vroeg uit winterrust

De grillen van het klimaat hielpen dit jaar niet mee. Seringentelers hadden te maken met een droog voorjaar, veel noordenwind en een extreem nat najaar. “Door de nattigheid kregen schimmels en bacteriën ruim baan. Daar zien we nu de gevolgen van terug in uitval en bruine knoppen. De warme februarimaand is ook niet gunstig. Daardoor kwam het gewas te vroeg uit de winterrust. “Je wilt ze voor die tijd in de kas hebben staan, maar als het te snel gaat, lukt dat niet.”

Zes keer vol

De seringenstruiken staan op vier hectare land in de Westeinderplassen. Om het jaar kan de teler daar takken van oogsten. De helft van de struiken blijft dus steeds op de akkers staan. De struiken die wel takken geven, gaan in fases naar de kas van 2.000 m². Met een boot haalt Ten Hoeve de zorgvuldig uitgegraven struiken eerst naar het droge, om ze vervolgens via een transportband de kas in te rollen. Daar krijgen ze in verschillende afdelingen een temperatuurbehandeling zodat de takken na ongeveer drie weken in bloei komen. Tussen december en april komt de kas doorgaans zes keer vol te staan. In de tussentijd wordt er verse bagger aangebracht op het land, zodat de struiken na het herplanten weer een gezonde voedingsbodem hebben.

Rendement onder druk

Alles moet meezitten om rendement te halen van de teelt. Bij zware vorst en ijs kan Ten Hoeve de akkers niet bereiken en de kassen niet vullen. Vroege natuurlijke bloei brengt het hele proces in de war en bij veel regen is de verse bagger niet op tijd droog om de struiken weer terug te planten.
Op de klok is de teler ook nog eens overgeleverd aan de grillen van de markt. Hoewel hij dit seizoen goede prijzen krijgt voor zijn seringen – één tot drie euro per tak – weet Ten Hoeve aan het eind van het jaar pas of er ook echt winst is gemaakt. “De uitval die we dit jaar hebben door de extreme weersomstandigheden, is direct verlies die je moet uitsmeren over de overblijvende productie. Pas over twee jaar gaan die struiken weer geld in het laatje brengen. Dan kan je voor minder stelen wel goede prijzen krijgen, maar onderaan de streep verlies je nog steeds.”

Ambachtelijk telen

Sering is een arbeidsintensieve teelt met veel risico’s, geeft Ten Hoeve toe. “Je moet er echt een passie voor hebben, anders houd je het niet vol. Maar persoonlijk doe ik liever dit dan een rozenfabriek runnen. Dit is echt een ambacht, niet een op techniek gebaseerd kunstje in een beschermde omgeving. Geen enkel seizoen is hetzelfde. Ik doe dit al 35 jaar, en steeds denk ik: nu heb ik alles wel gezien, nu snap ik het. En toch word ik steeds weer verrast, laat ik me foppen door de natuur en is de kwaliteit weer anders. Dat houdt het uitdagend. En daarnaast: varen in plaats van vast staan in files heeft ook zo zijn voordelen.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis