Dit gezegde is goed van toepassing op de spectaculaire ontwikkelingen die er in de chrysantenteelt de laatste jaren hebben plaats gevonden op het gebied van gewasbescherming. Het is nog maar 5 jaar geleden dat de praktijk tot zijn nek met trips in de problemen zat en er met allerlei chemische middelen gehoosd werd, terwijl het probleem alleen maar erger werd.

Toen werd voor iedereen wel duidelijk: van chemie is de oplossing niet te verwachten. We moeten goede biologische manieren vinden om trips te bestrijden. Volgens ‘als de nood het hoogst is, is de redding nabij’ hebben er in de jaren daarna de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden.

Roofmijten bijvoeren met voermijten

Brinkman/Agrobio ontwikkelde, samen met een groep telers, een alternatief roofmijten-systeem: ze gingen Montdorensis-roofmijten gebruiken en ontwikkelden een systeem om die roofmijten op het gewas bij te voeren met voermijten. Dit systeem bleek technisch, met name in de zomer, veel beter te werken dan eerder gebruikte systemen met cucumeris-roofmijten. De andere fabrikanten gingen, na druk vanuit hun klanten, dit systeem ook toepassen en na een periode van flinke prijsaanpassingen, is het Montdorensis + bijvoersysteem nu het meest gebruikte in de chrysantenteelt.

Orius roofwantsen

In 2020 kwam Brinkman/Agribio op de markt met hun volgende innovatie voor de aanpak van trips in de chrysantenteelt: Orius roofwantsen. Ze ontwikkelden een Orius-stam die zich wat beter in gewassen zonder stuifmeel kan handhaven in combinatie met een voerproduct om de Orius op het gewas bij te voeren, zodat die een populatie kan opbouwen in de kas. Het voordeel van Orius is dat ze ook volwassen trips en ook bepaalde stadia van andere insecten meenemen. Bovendien zijn ze erg beweeglijk, zodat migratie door de kas makkelijk gaat.

Kweekzaklinten met Montdorensis roofmijten

Dit jaar is Bioline met het volgende innovatieve product op de markt gekomen: kweekzaklinten met Montdorensis roofmijten erin, in plaats van de al jaren bestaande linten met cucumeris-roofmijten. Dit product lijkt technisch effectief en biedt weer nieuwe kansen om trips op een biologische manier te beheersen.
Al met al kunnen we zeggen dat er een revolutie richting ‘meer biologie’ heeft plaatsgevonden in de chrysantenteelt in de afgelopen 5 jaar en dat de problematiek van trips daardoor op de meeste bedrijven een beheersbaar probleem is geworden. Godzijdank kan je zeggen, maar eigenlijk moeten we zeggen dankzij de energie, aandacht én geld die door fabrikanten en telers in innovatieve technieken is gestoken.
Een nadeel is wel de kosten. Het niveau van uitgaven aan gewasbescherming is de afgelopen jaren op veel bedrijven gestegen tot boven de € 5 per m² per jaar.

Insectengaas

Naast trips zijn er ook andere plagen, die juist door minder gebruik van chemische middelen, meer kans hebben om zich te ontwikkelen. De lastigste daarvan zijn wantsen, rupsen en luis. Ook daar wordt door telers en fabrikanten aan gewerkt. Er wordt door telers onderzoek gefinancierd naar middelen en biologische bestrijders tegen deze plagen.
Verder wordt er in 2021 door drie chrysantenbedrijven en één gerberabedrijf op bedrijfsschaal geïnvesteerd in insectengaas om rupsen en wantsen buiten de kas te houden. We zijn van plan om deze gedurfde stap van de betreffende bedrijven middels een monitoringsproject goed te gaan volgen met als doel de opgedane ervaringen bij deze vier bedrijven op een bruikbare manier beschikbaar te maken voor de rest van de telers.
Dit monitoringsproject zal, als het doorgaat zoals we nu voor ogen hebben, een samenwerking worden van Glastuinbouw Nederland, Delphy, Wageningen UR, FloriConsult en toeleverancier Van Iperen.
Hopelijk krijgen we hiermee weer een prachtig voorbeeld van gezamenlijke energie die aangewend wordt om oplossingen te vinden voor een probleem.

Tekst: Theo Roelofs, Delphy