Iedereen is nu bezig met energie besparen en dit vergt drastische maatregelen. In het gunstigste geval is het mogelijk om een gewas kouder te telen en in een soort winterrust te zetten. In andere gevallen kiezen telers er voor om later te planten als de buitentemperaturen weer toenemen.
Vorig jaar hebben sommige telers al ervaren wat de gevolgen hiervan zijn voor de ontwikkeling van schimmelziektes. In het geval van meeldauw lijkt het gunstig uit te pakken, maar met Botrytis moet je alert blijven. Kortom, het hangt sterk af van de levenswijze van de schimmel en of deze rustsporen maakt om slechte condities te overleven. De ontwikkeling van ziektes wordt gestuurd door meerdere factoren waaronder vocht, licht, temperatuur & gevoeligheid van de plant.
Hieronder bespreek ik de impact van gas- en lichtbesparing op de ontwikkeling van schimmelziektes.
Minder vocht
Het is te verwachten dat planten die kouder geteeld worden, minder gaan verdampen en dat er minder vocht op het bladoppervlak beschikbaar is voor een schimmel. Schimmels die zich voeden op een actieve, levende gastheer, zoals roesten en meeldauwsoorten zullen planten dan minder snel aantasten, omdat er minder vocht voor de sporenkieming beschikbaar is om vervolgens het blad te infecteren.
Voor de eerste 4-24 uur van het kiemingsproces is er altijd een hoge relatieve luchtvochtigheid op het bladoppervlak nodig van meer dan 90%. Dit geldt vrijwel voor alle schimmels. Zodra de RV onder de 80% blijft, neemt het risico op infectie en infectiesnelheid sterk af. Bij vochtige kaslucht is het belangrijk om maatregelen te nemen om de luchtcirculatie boven en tussen het gewas te bevorderen of om het gewas zelf luchtiger te maken door meer bladeren te verwijderen.
Minder licht
Ook een lagere instraling is van invloed. Schimmels zijn lichtgevoelig en bezitten receptoren om licht waar te nemen. In een donkerperiode leggen ze meer rustsporen aan die goed in plantmateriaal en in substraten (of grond) kunnen overleven. In een lichtrijke periode maken ze meer ongeslachtelijke sporen met een kortere levensduur.
Een hoge instraling heeft vaak een remmende werking op de kieming van sporen en als het lichtniveau in de winter afneemt (< 100 mJ/cm²), kan dat de sporenkieming bevorderen. Belangrijker is echter dat bij een lagere instraling ook de voedingswaarde van de plant vermindert en hierdoor wordt de infectiesnelheid doorgaans het sterkst afgeremd.
Lagere temperatuur
Schimmels die leven van afstervend materiaal, zoals botrytis- en phytophthorasoorten, kunnen bij lage temperaturen net boven het vriespunt nog actief zijn. Maar de activiteit neemt vanaf 15ºC weer toe met vaak een optimale temperatuur tussen 18-23ºC. Vanaf 25ºC neemt de ontwikkelingssnelheid vaak weer af.
Bij een botrytisinfectie op bloemen zie je bij koudere temperaturen dat er meer kleine aangetaste plekjes komen, maar dat de infectiesnelheid wel afneemt. Bij biotrofe schimmels, zoals meeldauw komt de groei onder 18ºC vrijwel stil te vallen. De groei van het schimmelnetwerk dat op het oppervlak groeit, raakt vertraagd, evenals de ontwikkeling van sporendragers die de nieuwe sporen produceren. In sierteeltgewassen waar meeldauw een terugkerend probleem is, hoeft hierdoor minder vaak een gewasbeschermingsbehandeling te worden uitgevoerd. Met als resultaat dat het microklimaat in het gewas minder vochtig wordt en sporen nauwelijks kiemen.
Plantweerbaarheid
Bij infecties met biotrofe schimmels kunnen de energiebesparende maatregelen gunstig uitvallen. Echter, om bij necrotrofe schimmels (zoals Botrytis) het risico van een aantasting alsnog te beperken, is het raadzaam om voorzorgsmaatregelen te nemen. Vraag je adviseur hoe je het afweersysteem van je plant kunt versterken, zodat schimmels moeilijker in het blad doordringen en zich verspreiden. Voedingselementen als calcium, silicium en zwavel zijn hierbij belangrijk evenals producten met onder andere: salicylzuur, chitine, zeewieren en algen, organische stikstof (aminozuren), humine- en fulvinezuren. Het effect van microbiële producten lijkt geringer te worden bij temperaturen lager dan 15ºC. Vraag daarom bij de producenten na wat hierover bekend is.
Van harte een weerbare winterperiode gewenst.
Tekst: Jantineke Hofland-Zijlstra











