Waterstof kan een interessante energiebron vormen voor de tuinbouw, maar wel pas over minimaal tien jaar. Die conclusie trekt Piet Buysman van Buysman Kruiden, op basis van een uitgebreid onderzoek naar de mogelijkheden van waterstof voor zijn bedrijf. “Op dit moment is waterstof nog te duur én is de technologie nog niet ver genoeg doorontwikkeld.”

Dat het verstoken van gas eindig is, dat realiseert Piet Buysman uit Andijk zich als geen ander. Daarom oriënteert de kruidenteler zich al enkele jaren op alternatieve warmtebronnen voor zijn bedrijf. Hier worden, op een oppervlakte van één hectare glas en in klimaatcellen, onder meer peterselie, munt, basilicum, koriander en bieslook. “Het meest logische voor ons zou zijn om warmte af te nemen van de geothermiebron van ECW Energie. Deze ligt namelijk slechts 300 tot 400 meter van ons bedrijf. Daarom zijn we enkele jaren geleden in gesprek gegaan met ECW. Aanhaken bij deze aardwarmtebron bleek toen helaas niet mogelijk”, zegt Buysman.

Zonnepanelen met eigen waterstofproductie

De teler besloot daarom de mogelijkheden van waterstof, als alternatieve energiebron, te gaan onderzoeken. “Ik had hier al vaker iets over gehoord en vond het een uitermate interessante ontwikkeling. Maar ik wist ook dat waterstof inzetten op een individueel tuinbouwbedrijf niet heel eenvoudig zou zijn.”
Dit bleek eveneens uit de gesprekken die Buysman aanging met diverse partijen in de energiemarkt. “Ik las dat de universiteit in Leuven zonnepanelen had ontwikkeld die meteen waterstof produceren. Deze kun je opslaan in een tank en gebruiken in de perioden dat je warmte nodig hebt. Dat leek me ideaal. Een bedrijf dat actief betrokken is bij de transitie naar waterstof was aanvankelijk bereid hiermee een pilot te doen op ons bedrijf. Maar dat ketste op het laatste moment af. Jammer, maar feit is dat deze techniek nog onvoldoende doorontwikkeld is en daarnaast erg prijzig is.”

Twee tot drie miljoen investeren

Daar bleef het niet bij: de kruidenteler onderzocht ook de mogelijkheid om een windmolen te plaatsen op zijn erf. De elektriciteit die hiermee wordt opgewekt kan vervolgens worden gebruikt om waterstof te produceren. De kosten bleken het struikelblok. “Het plaatsen van de windmolen en een productiefaciliteit voor waterstof, het aanpassen van de gasketel en de aanpassingen van de infrastructuur vergden een investering van twee tot drie miljoen euro. Dat is niet rendabel voor een bedrijf als het onze. Daarbij zou het een hele uitdaging worden om een vergunning te krijgen voor het plaatsen van een windmolen. Dus ook dit plan ketste af.”

Lange adem

Eindconclusie van de teler is dat de tijd nog niet rijp is voor de inzet van waterstof in de tuinbouw. “Natuurlijk, je kunt waterstof laten aanvoeren in tanks, maar dat is veel en veel te duur. Zeker omdat je ook forse aanpassingen moet doen aan je gasketel en gas op dit moment relatief goedkoop is.”
Op termijn ziet Buysman wel mogelijkheden. “In 2025 starten enkele grote spelers in de energiemarkt met grootschalige waterstofproductie, met behulp van groene stroom van windmolens op zee. Deze waterstof is in eerste instantie bestemd voor de industrie. Maar wellicht kunnen wij als tuinbouw dan wel al waterstof gaan bijmengen en stap voor stap omschakelen. Op dit vlak zie ik de meeste kansen. Maar het is wel een zaak van de lange adem: het duurt zeker tien jaar voordat we deze switch kunnen maken. Wij zijn daarom opnieuw het gesprek aangegaan met ECW Energy. Hopelijk kunnen we op termijn toch aansluiten op hun warmtenet. We zullen toch íets moeten als we straks niet met lege handen willen staan.”

Tekst: Ank van Lier