Start-up SAIA in Ede ontwikkelt de ‘tomatenfabriek van de toekomst’, schreven we op 24 mei vorig jaar. Hoe gaat het nu? We hebben een openhartig gesprek met CCO Bas Froon, in de periode voor de GreenTech in Amsterdam. “We hebben begin maart een samenwerkingsovereenkomst getekend met Growers United. Om te versnellen starten we gezamenlijk een pilot, daar werken en bouwen we nu aan.”
Hoe gaat het met jullie?
Op de GreenTech hebben we dit jaar wederom een stand, op een mooiere plek in de hal, lekker vooraan. We hebben vorig jaar heel veel eerste contacten gelegd, en dat heeft een heel druk jaar opgeleverd met ontzettend veel demo’s. Ik denk dat we wel 70 tot 80 procent van de Nederlandse tomatentelers en ook een paar internationale telers op bezoek hebben gehad. Sommige telers kwamen voor de tweede, derde of vierde keer kijken. Dit jaar gaan we ons meer richten op internationale telers, met name uit de VS en Canada. Die nodigen we ook uit om in Ede bij ons in de kas te komen kijken.”
Wat is er sinds vorig jaar in Ede veranderd?
Qua opzet is ons systeem ongewijzigd, alleen dat we nu veel meer planten hebben en veel meer vlieguren achter de rug hebben. Van een aantal systemen hebben we een verbeterde versie gemaakt, die zijn uit de prototype fase, en zijn wij nu intensief aan het testen. Sinds eind december hebben we hier bijvoorbeeld een nieuwe versie opgehangen van ons logistieke systeem. Die is niet alleen lichter qua gewicht, maar ook heel makkelijk in bestaande kassen aan te brengen. We hebben nu vooral wat betrouwbaarheid betreft grote sprongen gemaakt.
Wat gebeurt er aan proeven in jullie demokas?
De hele kas staat nu vol met planten, dat is 500 m². Daarvan is een gedeelte rassenproeven. In een ander gedeelte vergelijken we verschillende rassen in ons systeem, dus continuteelt. Daarnaast hebben we een automatisch systeem staan, om deze helemaal gereed te maken voor de praktijk. Hierbij kijken we ook naar de effecten van het bewegen van de plant en geautomatiseerd oogsten. Het is belangrijk om dat ook te kunnen laten zien aan telers.
Hoeveel kilo’s per m² komen er nu vanaf?
We meten alles, maar op dit moment zeggen kilo’s ons nog niet zoveel, omdat we verschillende rassen tegelijk testen, van cherry tot grof tros. Wij kijken nu meer naar plantgezondheid en betrouwbaarheidsfactoren, komt iedere plant netjes door de automatisering heen, blijft die niet ergens achter haken. Hoe komen de tomaten via de oogstmachine op de lopende band terecht et cetera. Dat kun je bijna niet van tevoren berekenen of modelleren. Door het gewoon te doen en daar continu verbeteringen in aan te brengen maken we nu echt wel grote stappen. Maar de oogst- en bladplukrobot is in de basis ongewijzigd. Oogsten en bladplukken gaan automatisch en alle andere zaken, zoals het zakken van planten, doen we nu ook hier in de verwerkingsruimte.
Leent het ene ras zich beter voor automatisering dan het andere?
Daar zitten we nog echt middenin. Veel zaadhuizen hebben goede ideeën, maar veel rassen zijn ook nog nieuw. Telers geven op hun beurt aan welke rassen zij in hun kassen gebruiken. Daar proberen we zoveel mogelijk bij aan te sluiten. Die testen we hier in het systeem, die laten we meelopen. Dan kunnen we onze prestaties mooi vergelijken. Je hebt daar zeker wel een of twee kwartalen voor nodig voordat je er iets over kan zeggen, over de opbrengst op lange termijn. Uit vorige proeven hebben we al een hele mooie collectie van verschillende zaadhuizen, die het in ons systeem al prima doen. Daar zijn we hier gewoon mee aan het telen om het systeem te finetunen.
Jullie spraken vorig jaar ook over een pilot bij een teler?
We hebben begin maart een samenwerkingsovereenkomst getekend met Growers United. Om te versnellen starten we met deze coöperatie een pilot, daar wordt nu aan gewerkt en gebouwd. Ze hebben een eigen R&D-locatie van 1.200 m², het Growers United Research Center, gevestigd bij HortiTech in Honselersdijk. De pilot zal daar plaatsvinden en is toegankelijk voor alle bij hun aangesloten telers.
Het is een mooie schaalsprong. In deze pilot gaan wij eerst met het teeltsysteem aan de slag, dus zeg maar het telen op ‘mist’ (aeroponics). In dit systeem worden de planten zonder substraat en in de lucht geteeld. De wortels van de plant worden regelmatig geknipt, waardoor de plant continu nieuwe wortels aanmaakt. Dit resulteert in een altijd jong gewas.
Het perspectief is dat we eind dit jaar door kunnen met een geautomatiseerde versie van ons systeem. Het is een bestaande kas, die wordt nu test klaar gemaakt: oude systeem eruit, ons systeem erin.
Wat gebeurt er nog meer?
Ondertussen zijn we in Ede veel vlieguren aan het maken met de volledige automatisering. Als dit helemaal goed draait komt daar een kopie van in de praktijk te staan. Onze ambitie is dat we daar voor het einde van het jaar een klap op kunnen geven.
Vorig jaar voorspelden jullie een arbeidsreductie van 50% en een productiestijging van 20%. Staan jullie daar nog steeds achter?
Dat is nog steeds het doel waar we naar streven op commerciële schaal. Het oogsten en bladplukken is grosso modo 50% van de arbeidsbehoefte en dat doet die robot nog steeds prima. De meeropbrengst hangt er heel erg vanaf wat je er als teler mee gaat doen. Kun je bijvoorbeeld langer doortelen in het seizoen?
We merken ook dat telers veel meer nadenken over de mogelijkheden die je hebt door planten uit te wisselen. Vroeger moest bij de teeltwisseling alles leeg of alles vol. Nu kun je bijvoorbeeld besluiten, afhankelijk van de markt, de rassenkeuze en heel veel andere zaken: ik haal er de 3% slechtste planten uit. Of je nu 1, 2 of 3 jaar met een plant doet, je hebt in ieder geval de optie om daarmee te gaan spelen.
En die beslissing kan worden genomen op basis van plantdata?
Zeker, iedere plant die wij hier telen gaat ook iedere week automatisch door de scanner, zodat we zelf ook een grote dataverzameling opbouwen om onze AI-modellen te trainen. Dat is natuurlijk voor ieder ras specifiek. Zowel telers als coöperaties zetten daar steeds serieuzere stappen in, met dataplatforms en dataverzameling. Wat alleen daarin nog ontbreekt is het wekelijks verzamelen van goede kwaliteit data op grote schaal. Je hebt bijvoorbeeld wel je klimaatregistratie en wat plantmetingen, maar dat doe je nog niet met iedere plant individueel. Innovatieve telers zien ook veel sneller de meerwaarde van een koppeling tussen teelt, automatisering en dataverzameling.
Zit er nog groei in jullie personeelsbestand?
Ik denk dat we inmiddels 20 fte’s hebben. Dat is voorlopig genoeg. We hebben nog steeds vacatures voor teeltpersoneel. Klinkt misschien gek voor een automatiseringsbedrijf, maar wij staan altijd open voor mensen met een teeltachtergrond die ook een drive hebben voor innovaties.
Tekst: Mario Bentvelsen













