Een groter volume als antwoord op de toenemende inkoopkracht van de handel en retail is voor de directies en besturen van afzetcoöperaties Best of Four (BoF) en Van Nature (VN) het belangrijkste argument om te gaan fuseren. De leden stemden massaal voor: 86% bij BoF en 93% bij VN. Paprikateler Ruud Duijnisveld, lid van Best of Four, ziet wel voordelen in de fusie, nu de uniforme uitbetaalprijs van de baan is. Dit was vijf jaar geleden – bij de eerste fusiepoging – het belangrijkste struikelblok om samen te gaan.

Op 1 januari 2020 zullen de coöperaties verdergaan als één vereniging. Daarmee wordt zij in één klap de grootste afzetvereniging voor glasgroente in Nederland (1.029 ha), en een speler van formaat in vollegrondsgroente (2.105 ha) en fruit (1.682 ha).

Waarom is het nu wel gelukt?

“Vijf jaar geleden hadden we verschillende uitbetaalsystemen. Van Nature wilde toen hun uitbetaalsysteem – een uniforme uitbetaalprijs voor alle telers – doorvoeren. Aan BoF zijn meer handelshuizen gekoppeld, de telers hebben daardoor eigen uitbetaalprijzen. Dat wilde iedereen eigenlijk zo houden. Nu houden we beiden ons eigen systeem. Dat is voor ons een voordeel, omdat wij paprika’s telen voor de Engelse en Japanse markt, op kwaliteitsgebied de meest veeleisende afnemers. Daar telen we een fijner ras voor, dat meer arbeid vraagt om te oogsten. Ook zitten er wat nadelen aan de teelt. Daardoor is onze kostprijs wat hoger. Als je alles op een hoop gooit is het heel lastig om er een hogere prijs voor te krijgen.”

Welke voordelen zie je in de fusie?

“Je krijgt als vereniging meer slagkracht en onderhandelingsmacht. Aan de afzetkant wordt ook steeds meer gefuseerd. Of het meer gaat opleveren weet ik niet, maar dat is wel het idee erachter: dat je door meer marktmacht iets meer uit de markt kan halen. Maar dat blijft natuurlijk koffiedikkijken. We zijn nu wel de grootste telersvereniging van Nederland. Naast glasgroente hebben wij ook vollegrondsgroente en hard- en zachtfruit in het assortiment. Je kunt daardoor een breder pakket aan de retail aanbieden.”

Zie je nog andere voordelen?

“Ze beloven dat de kosten van de vereniging omlaaggaan, maar dat zullen we nog wel zien. Als het kostenplaatje hetzelfde blijft is dat wat mij betreft al mooi. Ik zie ook voordelen op het gebied van de GMO-subsidie, die in het volgend operationeel programma vanaf 2022 – meen ik – 10% hoger is. Van Nature had de laatste jaren door de strengere regels geen GMO meer aangevraagd, maar valt door de fusie weer onder de GMO-regels. Die profiteren er dus nu het meeste van.”

Wordt de vereniging door de fusie een betere gesprekspartner voor de retail? Gaan jullie bijvoorbeeld investeren in schapmanagement?

“Dat weet ik niet, daarvoor moet je bij de vereniging zijn. Bij de BoF hadden we natuurlijk al wel promotie en marketing. Maar of wij daar meer in gaan investeren? Dat is nog niet besproken. Dat komt allemaal later aan de orde.”

Zie je eventuele nadelen aan de fusie? Fusies willen nog wel eens klappen op interne cultuurverschillen.

“We moeten het natuurlijk allemaal eerst gaan neerzetten, we gaan de naam veranderen. Dat zal de eerste tijd wel weer even wennen zijn. Destijds zaten we in BoF met vier verenigingen en daar zat ook vollegrond en fruitteelt bij, dan praat je natuurlijk wel over cultuurverschillen. Daar heb ik toen niet zoveel negatieve dingen van gezien. Van Nature is vooral een club van glasgroentetelers, die staat dichter bij ons dan een vollegrondteler of een fruitteler, denk ik. Verder zitten er ook een heleboel ondernemende telers bij, waaronder de grootste paprikateler van Nederland. Verder durf ik er niks over te zeggen. De verkoopkanalen blijven in eerste instantie zoals ze zijn. Als een handelshuis van Van Nature interesse heeft in mijn product, dan gaat dat natuurlijk wel wat veranderen. Dat moet zich allemaal nog gaan vormen. Of het spannend wordt? Ik heb er wel vertrouwen in.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen