Tomatenkwekerij Bryte in Tinte zit nu in het derde teeltseizoen van het project 100% Groen Geteeld. Vorig jaar kwam het bedrijf begin april in de problemen vanwege aardappeltopluis. Operationeel directeur Rob Pennings: “Daar hebben we dit jaar op geacteerd door het aantal bankerplanten met graanluis in de kas te verdubbelen. Daarop ontwikkelen de bestrijders van luis zich zeer goed. We hebben nog geen enkele correctie moeten uitvoeren.’’

Bryte is een van de zeven glasgroentebedrijven die aan 100% Groen Geteeld deelnemen, in hun geval met 3 ha onbelichte cherrytrostomaten. De opbouw van de biologie verloopt dit seizoen tot nu toe voorspoedig, zegt Pennings: “Omdat we al wat verder in het seizoen zijn is de Macrolophus populatie goed op sterkte waardoor een plaag zich niet explosief kan ontwikkelen, dus de angst voor invasies is nu afgenomen. Spint hebben we nog niet gezien, wel zijn de eerste rupsen gesignaleerd. Maar die hebben we met Macrolophus en de BT’s die wij ertegen spuiten goed onder controle.”

Aardappeltopluis

Vorig jaar liep het bedrijf al begin april in de problemen met aardappeltopluis. Door het aantal bankerplanten met graanluis te verdubbelen en op meerdere locaties in de kas te plaatsen, hoopt de teeltmanager meer sluipwespen te kunnen kweken die ook beter verdeeld door de kas aan het werk gaan. “We zagen zelfs andere soorten dan we ingezet hadden, dus er komen ook genoeg sluipwespen van buiten. Dat is een voordeel van het telen zonder insectengaas. We hebben nu weer wat extra luizen in de graanpollen gezet omdat die ondertussen schoon gegeten waren door de biologie. Je wilt natuurlijk dat er zo lang mogelijk biologische bestrijders blijven ontwikkelen in de bankerplanten. Zo houden we ons ‘standing army’ op niveau.”

Tot nu toe chemievrij

Een invasie van aardappeltopluis is tot nu toe uitgebleven. “Toevallig vond ik vorige week een blaadje met vijf luisjes erop. Daar zat gelijk een sluipwesp bij. Vorig jaar was de situatie helemaal anders omdat het veel vroeger in het seizoen was en de biologie nog onvoldoende aanwezig was, dan kan zo’n luis vrijuit zijn gang gaan. Toen hebben we uiteindelijk chemisch moeten ingrijpen om grote teeltderving te voorkomen. Elke week dat de luis later naar binnen vliegt is voor ons gunstiger, dus de spanning neemt rustig aan af.”
Bryte is dit seizoen nog volledig chemievrij gebleven. “We willen dit seizoen uiteraard chemievrij eindigen, dat is elk jaar het doel. We hebben tot nu toe alleen tegen mineervlieg moeten spuiten met Tracer, een middel van natuurlijke oorsprong, omdat de mineervlieg al vroeg in de kas aanwezig was. Dat nam wel problematische vormen aan.”

Cladosporium

Dit jaar is gekozen voor een ander (HR) tomatenras dat niet gevoelig is voor Botrytis, maar wel voor Cladosporium. “Daar hebben we nu de eerste plekjes van gesignaleerd. We zijn nu volop met biostimulanten bezig om de afweer van de planten aan te zetten. Bij de wortels deden we dat al vanaf het begin, met middelen van DCM, voor stimulatie van de wortelgroei en verhoging van de weerbaarheid. Het zou ook productieverhogend en stressverminderend moeten zijn voor de plant, maar dat hebben we vorig jaar niet kunnen aantonen. Toch onderzoeken we dit verder, om zeker te zijn of het wel of niet nuttig voor ons en dit nieuwe ras is.”
Tegen meeldauw gebruikt Pennings met succes Fado, wat ook Cladosporium weet te remmen. “Dat gebruiken we overigens ook in onze niet-100% Groen Geteeld kassen. Eigenlijk om zo de effectiefste middelen achter de hand te houden als de druk verder oploopt. Omdat die zeer gelimiteerd zijn in het gebruik, zowel in het aantal middelen als het aantal toepassingen.”

Stikstofarm telen

Vorig jaar liep het tomatenbedrijf in Tinte wat achter in productie ten opzichte van andere locaties. Oorzaak: stikstofverlaging. “We hadden vorig seizoen het stikstofgehalte verlaagd met het idee om plagen te remmen en een generatief en weerbaar gewas te hebben. Daardoor lieten we productie liggen. Dit jaar doen we dat minder, maar we telen sowieso stikstofarm om generatieve gewassen te hebben. Dit jaar gaan we qua productie gelijk op met de normale kas.”
Op een paar tralies worden bladmeststoffen en andere extracten gebruikt die de waslaag voeden tegen schimmels. “Daar zijn we sinds 1 april wekelijks mee bezig. Nu we de eerste plekjes Cladosporium gaan zien, gaan we ook monitoren hoe die zich verhouden tot de rijen waar we geen bladmeststoffen en dergelijke producten toepassen. Ik kan er nog niks over zeggen, maar het staat wel op de radar. Het zijn mengsels van silicium, kruidenextracten en wat magnesium.”

Organisch substraat

Sinds vorig jaar gebruikt het bedrijf in Tinte kokosmatten. “In een substraat als kokos zit veel meer lucht en is veel meer plaats voor micro-organismen om aan te hechten, je kunt meer bodemleven kweken. We zagen bij paprikatelers dat op steenwol op een gegeven moment problemen ontstonden, maar op kokos vaak niet. Wij hebben eigenlijk nooit wortelproblemen in tomaat. Daarmee is het voordeel lastig aan te tonen, maar we geloven er allemaal wel in dat er meer potentie te behalen is met bodemleven in een organisch substraat.”
Steenwol en kokos vragen een andere watergiftstrategie, wat het vergelijken bemoeilijkt, vervolgt Pennings. “Want dan krijgt de een te veel water en droog je de ander uit. Met kokos geef je meer kleine beurten, het water loopt er eerder doorheen. Ik denk dat je daarom een weerbaardere mat kunt hebben. In het najaar heb je wat wortelafsterving en kan een steenwolmat sponzig of nattig worden. Bij kokosmatten blijft het substraat tot het eind luchtiger. Ik zie daar meer potentie in.”

Vooruitzichten

Tot nu toe gaat het dus goed met het project 100% Groen Geteeld, al kan Cladosporium nog roet in het eten gooien. “Als dat komende weken fout gaat moeten we er waarschijnlijk wat aan gaan doen op een chemische manier. Vorig jaar zijn we chemisch geëindigd vanwege Nesi, op 1 juli vond ik de eerste. Die datum komt steeds dichterbij. De druk in dit gebied is lager omdat er afgelopen winter minder belicht areaal in het gebied was. Met de energiecrisis hebben we dat ook gezien: Er waren toen geen belichte teelten in het gebied waardoor er een ‘reset’ was. Het teeltseizoen erop was de plaagdruk een stuk lager waardoor het op dat gebied makkelijker ging.’’
Verder is Pennings optimistisch voor de komende jaren. “We hebben al een hoop bereikt: rupsen, wittevlieg, spint en meeldauw hebben we goed onder controle weten te houden. De pijnpunten zijn in kaart gebracht en we werken keihard samen met de ketenpartners om voor de resterende problemen met nieuwe 100 procent groene oplossingen te komen. Maar daar zijn we nog niet”, voegt hij daaraan toe.

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen