In vergelijking tot de pittige radijssmaak van de Oost-Indische kers en het vleugje zure appel van de begonia smaakt de primula weer wat vlak. Zijn kleurrijke decoratieve waarde maakt alles goed. De bloeiende plukplantjes zijn zeer gewild en de afzet groeit, merkt biologische bloementeler Peter van Wijgerden op. Zijn uitdaging: het product onder de 22 cm houden met natuurlijke processen.

De naam Van Wijgerden is verdwenen voor de veilingklok. Sinds vorige maand worden de primula’s van de teler uit Bruchem (Gelderland) aangeduid met Look&Taste. Daarmee maakt de teler officieel bekend te zijn gestopt met ‘normaal’ perkgoed en zich nu enkel nog te richten op eetbare bloemen. Plukbloemen wel te verstaan, want verser kan niet.
Voorwaarde voor een geslaagd product is de compactheid. Gangbare telers gebruiken daarvoor groeiregulatoren. Van Wijgerden niet. Samen met meststoffenfabrikant DCM en substraatleverancier Jiffy startte hij een zoektocht naar een vervangende methode. Nu, na drie teeltseizoenen testen, behaalt hij goede resultaten met een combinatie van biologische potgrond, organische meststoffen en een beperkte watergift.

Weerbaarheid

Look&Taste is MPS Product Proof gecertificeerd. Een goed basissysteem van waaruit de teler nog meer stappen wil zetten richting duurzaamheid. Of rentmeesterschap, zoals hij het zelf liever noemt.
“Mijns inziens zijn we jarenlang verkeerd bezig geweest. We produceerden snel en grootschalig op arme mengsels van veen en turf met alleen wat hoofdelementen en water toegevoegd. Resultaat? Kwetsbare plantjes vol ongedierte en Botrytis.”
Dat moet en kan anders, vindt Van Wijgerden. “Ik weet zeker dat we door natuurlijker te telen een weerbaarder product kunnen maken. En los daarvan draagt een chemie- en energiezuinige teeltwijze bij aan een gezondere wereld. Ik neem daarin graag mijn verantwoordelijkheid.”

Natuurlijke processen

Terug naar natuurlijke processen dus. Een klus die gefaseerd verloopt aangezien de meeste kennis daarvan verloren is gegaan. Stap voor stap met als belangrijk uitgangspunt: het substraat. Gedurende drie teeltseizoenen kiest de teler nu voor een mengsel met klei en compost, dit jaar voor het eerst geleverd door potgrondleverancier Bol uit Hoek van Holland.
De potgrond wordt in twee partijen aangevoerd. Eén voor de primulateelt (winter en voorjaar) en één voor de teelt van overige eetbare bloemen (voorjaar en zomer). Elke partij bevat organische meststoffen, nauwkeurig afgestemd op de specifieke productgroep. Elke twee maanden worden er bladmonsters genomen om eventuele tekorten of overschotten tijdig te signaleren.

Gecontroleerde afgifte

Adviseur Twan Wubbels van DCM herkent het streven van de teler. Volgens hem groeit tuinbouwbreed de belangstelling voor organische en biologische teeltwijzen. Wubbels: “Ons productassortiment ontwikkelt mee. Voor elke meststof hebben we de beschikking over ruim veertig plantaardige en dierlijke grondstoffen. Bloedmeel is bijvoorbeeld stikstofrijk, beendermeel zit vol fosfaat en vinasse is een bron van kali. Door minimaal tien van deze grondstoffen te mixen, creëren we mengsels die de juiste plantvoedende waarde bezitten en deze langzaam vrijgeven.”
Dus geen plotselinge mineralenboost die de planten de lucht in laat schieten, maar een gecontroleerde gift waarbij de compactheid behouden blijft. Bijkomende uitdaging is de kleine potmaat van zowel de primula’s als overige planten. “We leveren alles in 12-cm potten”, benadrukt Van Wijgerden. “En we willen dat in elke pot een juiste hoeveelheid organische meststof wordt meegegeven. De mengbaarheid van het product is daarom van belang.”

Handje kunstmest

Volgens Wubbels is daar bij de productie zeker rekening mee gehouden. Het fijne microgranulaat is 100% homogeen en stofarm. De grillige ‘huid’ van de korrels zorgt voor een groot reactie-oppervlak en optimale werking. Na het mengen bevat elk gram product 300 à 400 korreltjes meststof.
“In het geval van dit bedrijf is dat Eco-mix 4 en Eco-Xtra 1. Die eerste bevat vooral een straf remmende kaliverbinding. Het tweede product werkt aan een goede stikstofopbouw en laat deze gecontroleerd vrijkomen gedurende drie tot vijf maanden. Zeker bij de primula’s is dat belangrijk, deze plantjes blijven namelijk relatief lang in hun pot.”
Tijdens de teelt wordt niet bijgemest. Alleen kort voor de bloei voegt de teler wat kunstmest toe. Vooralsnog dan, want hij is hard op zoek naar een organisch alternatief. Op dit moment lopen er bijvoorbeeld proeven met Viscotec blue: een vloeibare, wateroplosbare meststof op basis van een gelformulering die aan het watergeefsysteem kan worden toegevoegd. Een product dat volgens Van Wijgerden zeker potentie heeft, maar weer allerlei nieuwe uitdagingen met zich meebrengt. “Het zit heel laag in zijn EC en is dus lastig te meten en bij te sturen. Maar ook dat is een onderdeel dat we kunnen leren. Nogmaals, stap voor stap”, vertelt de teler.

Storytelling

Zo blijkt ook de watergift een tool te zijn waarmee de teler de compactheid kan controleren. “We zoeken de grens op van droog telen. Net zoals we voor sommige soorten zelf de genetica bepalen middels veredeling.”
Juist dit experimenteren is de teler op het lijf geschreven. Zowel het bijzondere product als de natuurlijke teeltwijze komen voort uit eigen belangstelling en ondernemerschap. “Ik ben een pionier. Dat is de manier waarop ik ons relatief kleine bedrijf van 4.400 m2 al jaren levensvatbaar houd. Eerst richtten we ons op de veredeling en teelt van bijzondere primula’s, nu produceren we planten waarvan de bloemen gegeten kunnen worden.”
Jaarlijks gaan er via Intratuin zo’n 60.000 stuks weg. Bloeiende primula’s en eetbare bloemen als oxalis, korenbloemen en komkommerkruid. Sinds kort staan de producten ook bij Dille & Kamille. “Daar ben ik zeker trots op. Via deze winkelketen kunnen we perfect onze doelgroep bereiken, vooral stedelijke twintigers en dertigers. Die generatie kijkt heel bewust naar de functionaliteit van een product en het verhaal erachter. Het gaat om de beleving, om het thuis plukken en met die plant bezig te zijn.”

Pionieren

Van Wijgerden mag zichzelf graag uitdagen om dat verhaal te vertellen. Zo zoekt hij bewust zijn consumenten op via social media als Instagram, gaat met zijn product langs bij restaurants en is aanwezig op evenementen en beurzen. “Niks mooier dan zo’n decoratief, eetbaar bloemetje dat een gerecht verfraait. En ik kan met droge ogen zeggen dat ik alles in het werk stel om het zo natuurlijk mogelijk te telen.”

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: Vidiphoto