Een verademing. Na twee jaar ruimen, beleefde paprikakwekerij De Poel in 2025 eindelijk weer een succesvolle teelt. De reden is volgens Frank Rotscheid zo duidelijk als wat: de overstap naar organisch substraat. En in combinatie met substraatsensoren kreeg hij ook de watergift beter in de vingers. “Eén blik op de computer en ik heb alle interingspercentages op een rij. Per mat, per pad, per kraanvak en voor de hele tuin zie ik precies hoe vochtig het overal is.”
Het is begin december als Frank Rotscheid tevreden door zijn tuin loopt. De kou is eruit en het wordt weer groen. De dag ervoor arriveerden namelijk de eerste jonge planten voor de nieuwe teelt. Mat voor mat wordt de oranje Silverstone RZ op de plantgaten gezet. De mede-eigenaar durft met gerust hart vooruit te kijken. “We hebben er weer vertrouwen in.”
Wortelmilieu
Net zoals zoveel paprikabedrijven kampte ook Kwekerij De Poel uit Berkel en Rodenrijs met hardnekkige wortelproblemen. Twee jaar op rij manifesteerden de eerste problemen zich rond 10 mei. De planten gingen plotseling ‘slap’ met uitval als gevolg. “Eén jaar hebben we in juni al de hele teelt moeten beëindigen. Het jaar daarna verloren we zeventig procent van de planten en stapten we noodgedwongen over op een teelt herfsttomaten.”
En hoewel nog niemand een sluitende oorzaak voor de problemen heeft kunnen vinden, kijkt Rotscheid naar het wortelmilieu. “Het is heel opvallend. We hadden bij wijze van proef één pad met organisch substraat en alle planten in dat pad bleven overeind.” In diezelfde teelt trad op de steenwolmatten wél verwelking op. Voor de teler was dat reden genoeg om voor de hele tuin een overstap naar een ander substraattype te overwegen.
Substraatsensoren
Na een bezoek aan collega’s in IJsselmuiden ging de kogel door de kerk: “Waar wij één pad van hadden liggen, daar teelden zij op grote schaal hun paprika’s op.” Het gezonde gewas overtuigt de ondernemer en voor het teeltseizoen 2024-2025 kiest ook hij volledig voor Greenline Food growbags van Lensli. Dit substraat heeft een basis van 75% aan hernieuwbare grondstoffen en bestaat onder andere uit rijstkaf, bark, houtvezel en kokos. “Wij kozen voor growbags van tachtig centimeter lang. Net iets korter dan de gebruikelijke meter, maar daarom ook iets lichter en dus handzamer.”
De kwekerij, nu 7,7 ha, teelt traditioneel op de grond. Op elke growbag worden twee paprikaplanten (plantdichtheid 6,8 planten/m²) geplaatst en twee druppelaars geprikt. En net als voorheen in de steenwol voorziet Rotscheid ook elk kraanvak van Growficient sensoren. “Paden langer dan honderd meter krijgen er drie en paden korter dan honderd meter twee.”
Overzicht via dashboard
De substraatsensoren meten het vochtgehalte, de EC en de temperatuur in de mat. Realtime, benadrukt de teler. “Via het dashboard op mijn computer kan ik overal zien hoe vochtig het op dat moment is.” Hij wijst op het scherm. “Kijk, dat getal is het interingspercentage. Wij houden een ondergrens aan van vijfenveertig à vijftig procent. Dan pas starten we weer met water geven. En als de sensor eenmaal zeventig procent aangeeft, is de mat verzadigd. Zolang je tussen die twee waarden blijft, zul je niet snel te nat of te droog telen en kun je de hele tuin op het juiste niveau houden.”
Het meetsysteem combineert perfect met het organische substraat. “De growbags zijn heel vergevingsgezind”, aldus de teler. “Op een topdag doseren we maximaal zeven liter en zelfs dan lukt het de matten om evenwichtig met het water om te gaan. De capillaire werking van de grondstoffen zorgt voor een constant transport naar boven en doordat de matten aan de onderkant goed geperforeerd zijn, loopt overtollig vocht er over de hele lengte makkelijk uit. Na elke watergift komt ’ie weer netjes terug en zo zak je nooit door je hoeven heen.”
Meer haarwortels
De steenwolmatten waren lastiger in balans te houden, vervolgt hij. “Daar kon een waterbeurt nog wel eens tot plasjes in de mat leidden. En dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor je wortels.” En om dat wortelmilieu was het de telers precies te doen. Rotscheid vertelt over de verschillen die hij ziet: “In het organische substraat zien we veel meer haarwortels. En anders dan in steenwol, gaan de wortels door de hele mat heen.”
Naast de betere vochthuishouding zoekt hij de oorzaak in het microbioom. “De organische grondstoffen bevatten van nature meer bodemleven waardoor de schimmel-bacterieverhouding bij de wortels gunstiger is. En dat zorgt voor een gezondere plant.” Mede vanuit die redenering verklaart de teler het succesvolle verloop van de teelt. Het eerste jaar met organisch substraat en oranje paprika resulteerde in een gemiddelde opbrengst van ruim 30 kilo/m².
Tweejarig substraat
In december startte het nieuwe teeltseizoen. Een ietwat andere start dan normaal omdat de growbags voor een tweede maal worden gebruikt. Enkel op het oorspronkelijke proefpad werden nieuwe organische matten gelegd. De tweejarige matten maakten het schoonmaken wel lastiger, vervolgt de teler. De kas is immers niet leeg.
“Bladzuigen, bladblazen en het glas ontsmetten met Ecoforte. Die handelingen bleven staan. En straks als alle jonge planten binnen zijn, trekken we nieuw folie over de paden.” Het hergebruik heeft ook voordelen. “De growbags zijn nog vochtig van de eerste teelt. Je hebt dus veel minder water nodig om ze weer startklaar te maken. Bovendien beperk je de afvalstroom van je bedrijf. Dat scheelt in de kosten, zowel van afvoer als in de aanschaf van nieuwe matten. En ook het stukje duurzaamheid is ons veel waard.”
Of het hergebruik effect op de planten zal hebben, is nog afwachten. Ervaringen van collega’s en van het eigen tweejarige proefpad stellen de teler gerust. ”Bovendien zijn we vorig jaar brandschoon geëindigd, dus ik verwacht geen problemen.”
Richting autonome watergift
Qua teeltverloop hoopt Rotscheid op een voortzetting van vorig jaar. Al mag het iets minder saai worden, grapt hij. Aandachtspunten heeft hij ook: “Op de growbags groeit het gewas wat generatiever dan we gewend zijn. Dat ga ik dit jaar proberen op te vangen met een iets hoger klimaat; iets meer temperatuur. Zeker in het begin van de teelt wil ik meer snelheid toevoegen. Vorig jaar zat het gemiddelde vruchtgewicht soms boven de tweehonderdtachtig gram. Dat was echt te veel. Daarom wil ik nu in de vierde in plaats van de derde oksel het eerste vruchtje aanhouden. En dan eentje meer.”
Met betrekking tot de overige instellingen vertrouwt hij volledig op de klimaatcomputer en het irrigatiedashboard. “Ik hoop de twee binnenkort te kunnen koppelen.” Dit jaar staat daarom ook in het teken van data verzamelen, over de waterbehoefte van het gewas in de verschillende seizoenen. “Als ik per situatie de gewenste onder- en bovengrens kan invoeren, kan de computer op termijn zelf de watergift regelen. Voor een nog uniformere aansturing.”
Tekst: Jojanneke Rodenbrug, beeld: Michel Heerkens












