De mot Opogona sacchari, beter bekend als de bananenboorder, veroorzaakt schade in meerdere teelten, waaronder snij-cymbidium. Op verzoek van de gewascoöperatie zijn bestrijdingsstrategieën met insecticiden en biologische bestrijders getoetst. Eipakketten en rupsen zijn moeilijk te spotten, maar met camera’s is de populatieontwikkeling op basis van vliegbewegingen goed te volgen.
Anders dan bij de meeste motten en vlinders veroorzaakt de bananenboorder de schade voornamelijk binnenin de planten en bloemen, wat de naam ‘bananenboorder’ verklaart. “De rupsen vreten zich van onderuit een weg door de bloemstelen en bloemknoppen”, verklaart onderzoeker Sergio Harinck van Vertify. “In een dure teelt zoals snij-cymbidium heeft dat veel impact, wat effectieve bestrijding noodzakelijk maakt. Dat is niet zo eenvoudig, want het is nog steeds een raadsel waar de eieren precies worden afgezet. Bovendien leven de larven verscholen in het substraat en tussen de dichte, deels afgestorven bladeren. Daardoor zijn ze lastig te raken met contactmiddelen.”
Innovatieprogramma Plantgezondheid
Met steun vanuit het innovatieprogramma Plantgezondheid van Glastuinbouw Nederland en Stichting Kennis in je Kas zette Vertify een proef op om verschillende bestrijdingsstrategieën op hun waarde te toetsen. In het vooronderzoek testten Harinck en stagiair Dion Duijvenstijn meerdere Bt-preparaten, de middelen Altacor en Mainspring en insecten-parasitaire Steinernema aaltjes op rupsjes in petrischalen. Daaruit bleek dat de Bt-middelen weinig impact hadden op de larvale stadia.
“Bij Altacor en Mainspring was dat wel het geval, maar deze middelen mogen slechts enkele keren per jaar worden ingezet. Ook Steinernema carpocapsae liet goede resultaten zien bij rechtstreeks opbrengen. De hamvraag was of de aaltjes dat in een teeltsetting konden herhalen.”
Vliegbewegingen monitoren
Om die vraag te beantwoorden zette de onderzoeker een kasproef op met planten in 16 gaaskooien van elk 6 m². Hierin vonden vijf behandelingen plaats in drie herhalingen (inclusief onbehandeld), plus een enkelvoudige aanvullende behandeling met de roofwants Orius als biologische bestrijder. Elke kooi was voorzien van een PATS-C camera om vliegbewegingen van de motten te registreren en op basis daarvan een kwalitatieve uitspraak te kunnen doen over de populatieontwikkeling van de motten. Dergelijke camera’s worden al in veel teelten toegepast als hulpmiddel bij het scouten.
Biologische bestrijders
Enkele weken na het opzetten van de proef, nadat ook was vastgesteld dat zich in geen enkele kooi motten bevonden, werden er op 4 augustus 20 eitjes van de bananenboorder aangebracht in de bladschachten van de planten, vlak boven het substraat.
Met Steinernema solo vonden drie behandelingen plaats: twee in de volledige dosering via meedruppelen en aangieten als toepassingsvarianten, en één in halve dosering via meedruppelen. Voor de vierde behandeling bracht Harinck op basis van vooronderzoek door Entocare drie biologische bestrijders in: de sluipwespen Trichogramma evanescens en T. brassicae (elk 20/m²), en de roofkever Athetha (4/m²). In de vijfde behandeling figureerde Orius (2/m²). Alle toepassingen vonden wekelijks plaats tot half december.
Aansprekende resultaten
“Tot begin januari is er in elke kooi 24/7 gemonitord met de PATS camera’s”, vervolgt Harinck. “Vanaf september zagen we interessante verschillen ontstaan tussen de aantallen vliegbewegingen van volwassen motten, afhankelijk van de behandelingen. Steinernema meedruppelen in hoge concentratie en Orius lieten de beste resultaten zien, maar bij Orius teken ik aan dat er geen herhalingen waren. Hierdoor is de uitslag hooguit een indicatie. Als drie herhalingen hetzelfde resultaat lieten zien, zou ik zonder meer enthousiast zijn.”
Trichogramma in combinatie Athetha deed het ook goed totdat de behandeling stopte. De onderzoeker: “Deze biologische bestrijders bouwen geen stabiele populaties op, waardoor je ze regelmatig moet blijven uitzetten om de bestrijding te continueren.”
Onderaan de streep blijkt uit deze proef dat je de bananenboorder met behulp van Steinernema behoorlijk kunt onderdrukken, waardoor het een mooie aanpak kan zijn om de populatieopbouw te remmen. In een kassetting zouden volwassen motten eventueel ook met feromonen, drones of andere vangtechnieken kunnen worden bestreden. “De effectiviteit hiervan is binnen dit project niet onderzocht, maar ik ben al blij met de huidige uitkomsten”, zegt Harinck tot besluit.
Tekst: Jan van Staalduinen
















