Wat is ervoor nodig om kunstmatige intelligentie (AI) een volledige kans te geven in de glastuinbouw? Die vraag staat centraal in een onderzoek van Eindhoven University of Technology (TU/e). Het onderzoek, onder leiding van afstudeerstudent Rob van der Bijl van de TU/e, wil niet alleen kansen in beeld brengen, maar ook de obstakels die de adaptie van innovaties in de weg staan.
“Techniek alleen is niet genoeg”, zegt Bart van Meurs, algemeen directeur van Division Q, het technologische zusterbedrijf van Koppert Cress. Hij werkt samen met de student. “Het is mooi wat er allemaal technisch mogelijk is, maar dat betekent nog niet dat het ook daadwerkelijk gebruikt wordt. De afstand tussen technologische ontwikkeling en praktische toepassing is vaak groter dan we denken. Dit onderzoek moet in kaart brengen welke hindernissen er zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan.”
Volgens Van Meurs zit de sector nu in een fase waarin technologie vaak ‘gepusht’ wordt. “De boodschap is: ‘Het is er, dus gebruik het.’ Maar die benadering werkt niet altijd. Soms is er twijfel of een technische oplossing wel écht aansluit op de praktijk. Telers worden overspoeld met nieuwe toepassingen, maar waarom kiest iemand ervoor om een oplossing wél of juist níet te gebruiken?”
‘Zorgen over data’
Division Q, de innovatiehub die start-ups in de glastuinbouw ondersteunt, merkt dat ook in de praktijk, vandaar het initiatief voor dit onderzoek. Het onderzoek richt zich specifiek op bedrijfsleiders, managers in teelt en logistiek en vergelijkbare functies zoals teeltmedewerkers. Zij worden gevraagd naar hun kijk op AI via een korte enquête. De vragen gaan onder andere over obstakels, kansen, zorgen en toekomstverwachtingen.
Van Meurs: “Sommige obstakels zijn objectief: de techniek werkt nog niet goed genoeg, of is te duur. Maar er zijn ook subjectieve bezwaren. Zoals: ‘Ik vertrouw het niet’, of ‘Neemt dit mijn werk over?’ Ook zorgen over data zijn vaak onderwerp van gesprek. Wat gebeurt er met de informatie die die slimme systemen verzamelen?”
Een belangrijk doel is om minstens honderd respondenten te verzamelen, zodat er een breed en representatief beeld ontstaat. Van Meurs: “Die inzichten worden niet alleen gebruikt voor de begeleiding van innovaties binnen ons bedrijf, maar ook gedeeld met de sector. We willen iets teruggeven aan de tuinbouwsector. Daarom gaan we de resultaten anonimiseren en openbaar maken via een whitepaper of vergelijkbare publicatie.”
Meer dan een vragenlijst
De inzichten uit het onderzoek moeten uiteindelijk leiden tot praktische aanbevelingen. Niet alleen op het vlak van technologie, maar ook in de manier waarop innovaties worden geïntroduceerd. “Misschien is er meer uitleg en communicatie nodig. Misschien moeten sommige technieken anders ontworpen worden. Ook kun je denken aan training of scholing. Digitale geletterdheid wordt immers belangrijker. De rol van de teler verandert, maar dat betekent niet dat mensen overbodig worden. De tools veranderen, de mens blijft essentieel”, stelt Van Meurs.
Verwachte resultaten na de zomer
Na de zomer verwacht het projectteam de resultaten te publiceren. “Die worden deels gebruikt binnen onze eigen innovatietrajecten, maar worden ook breder gedeeld. We hopen dat het andere partijen ook aan het denken zet”, zegt Van Meurs. “Als we de obstakels in kaart hebben, kunnen we beter inspelen op wat de sector echt nodig heeft. Want uiteindelijk draait succesvolle innovatie niet alleen om techniek, maar ook om mensen.”
Interesse om mee te doen aan het onderzoek? De enquête is nog open en duurt slechts enkele minuten.
Tekst en beeld: Koen van Wijk










