Er is vruchtgroentebedrijven veel aan gelegen om snel een robuuste populatie van biologische bestrijders op te bouwen en deze vervolgens in stand te houden. Bijvoeren met stuifmeel is op veel bedrijven een vast onderdeel van die strategie, stelt specialist Arno Hellemons vast. “Het brengt je sneller waar je wilt zijn, zonder overmatige inzet van roofmijten.”

Het bijvoeren van roofmijten in de paprika- en komkommerteelt heeft in de afgelopen vijf jaar behoorlijk opgang gemaakt. Afhankelijk van gewas, teeltwijze (belicht of onbelicht, standaard komkommerteelt of teelt aan de hogedraad) en de vraag welke plaag voor de grootste problemen zal of kan zorgen, kunnen telers uit verschillende soorten roofmijten kiezen als basis van een biologische of geïntegreerde bestrijdingsstrategie. In de komkommerteelt maken Amblyseius swirskii en relatieve nieuwkomer Transeius montdorensis tegenwoordig de dienst uit, terwijl A. cucumeris en A. degenerans wat in onbruik zijn geraakt.

Diverse opties

“Degenerans slaat in komkommer minder goed aan dan in paprika en cucumeris wordt bijgevoerd met voermijten, die in de komkommerteelt soms wat schade veroorzaken”, licht biologisch gewasbeschermingsspecialist Arno Hellemons van Biobest Nederland toe. Montdorensis heeft hun plaats min of meer ingenomen, voornamelijk in de onbelichte komkommerteelt. Swirskii kan beter tegen droge en warme omstandigheden en is duidelijk favoriet in de belichte teelt. Volgens Hellemons is het bijvoeren van roofmijten met stuifmeel in de afgelopen jaren breder geaccepteerd geraakt en inmiddels gemeengoed.

Breed geaccepteerd

Keuze is er ook in de wijze van bijvoeren. In komkommer geven veel telers de voorkeur aan stuifmeel, omdat er in dit gewas geen stuifmeeldragende (mannelijke) bloemen voorhanden zijn waaraan de veelzijdige roofmijten zich kunnen laven. Biobest biedt dat aan in de vorm van Nutrimite, een verblaasbaar product dat volvelds in de kas wordt verstrekt als alternatieve voedingsbron voor de roofmijten. Het is vooral welkom wanneer er (nog) weinig spintmijten, trips- of wittevlieglarven in het gewas aanwezig zijn.
“De discussies die we vijf jaar geleden soms moesten voeren om telers over de streep te trekken, liggen wel achter ons”, meent de specialist die telers in Zuidoost-Nederland adviseert. “Bijvoeren is voor de meeste telers een logisch hulpmiddel om uitgezette roofmijten in het begin van de teelt te ondersteunen in hun populatieopbouw. Ook later in de teelt, wanneer er roofmijten worden bijgezet om oplopende aantallen belagers de kop in te drukken, draagt bijvoeren bij aan een snel en langdurig effect. Het stuifmeel houdt de roofmijten boven in het gewas zeer actief.”

Sneller op sterkte

Andere producenten passen geen stuifmeel toe in hun voedingssupplementen voor roofmijten, maar gebruiken voedermijten. Volgens Hellemons kunnen beide concepten even effectief zijn. “Onze klanten hebben uitstekende ervaringen met stuifmeel, maar er zijn net zo goed bedrijven en adviseurs die zweren bij voermijten. Je kunt voor beide methoden plusjes en minnen bedenken, maar voorop staat dat ze allebei werken. Je brengt je ‘standing army’ zo veel sneller op niveau. Hoe eerder je dat voor elkaar hebt, des te minder vaak je hoeft uit te zetten. Bovendien loopt de roofmijtenpopulatie bij een lage plaagdruk minder snel terug wanneer er alternatieve voeding voorhanden is. Het mes snijdt dus aan twee kanten.”

Tekst: Jan van Staalduinen