Volledig kunnen voorzien in zijn eigen warmte- en elektriciteitsbehoefte; dat was het doel van Wouter Moerman toen hij zich ging oriënteren op verduurzaming van zijn energievoorziening. De tomatenteler realiseerde daarom afgelopen jaar – als één van de eerste telers in ons land – een biomassaketel in combinatie met een ORC. De installatie, die binnenkort gaat draaien, levert een kostenbesparing van enkele euro’s per vierkante meter op. Ook creëert de ondernemer meer stabiliteit in zijn energiekosten.

Wie een bezoek brengt aan Kwekerij Moerman in Maasbree kan niet om de nieuwe biomassa-installatie heen: langs de toegangsweg naar het bedrijf wordt namelijk gebouwd aan een loods van 500 m2. Op dit moment rijden bouwbedrijven, installateurs en leveranciers nog af en aan, maar eind maart is de installatie ‘draaiklaar’. “Daarmee komt er een eind aan een traject dat zo’n vier jaar in beslag heeft genomen. En eigenlijk begint het dan pas echt”, zegt Wouter Moerman.

In 2010 kon hij in Noord-Limburg een tuinbouwbedrijf van 4 ha overnemen. Daar startte hij met het telen van vleestomaten. “De afgelopen jaren heb ik nauwelijks hoeven investeren. Eigenlijk is deze biomassa-installatie de eerste échte grote investering die ik doe.”

Economische motieven

“Energie bepaalt een kwart van alle kosten op ons bedrijf. Daar komt bij dat mijn WKK aan revisie toe is. Ik wil bovendien zelfvoorzienend worden in mijn warmte- en elektriciteitsbehoefte en daarnaast meteen de noodzakelijke verduurzamingsslag maken.”

De teler nam diverse mogelijkheden onder de loep. Aardwarmte bleek geen optie vanwege de solitaire ligging en de beperkte omvang van het bedrijf. Ook voor een gesloten kassysteem in combinatie met een warmtepomp liep de teler niet echt warm. “Daarmee kun je geen echte grote slagen maken wat betreft energiebesparing en blijf je altijd enigszins afhankelijk van de gas- en elektriciteitsprijzen. Daarbij moet je vaak genoegen nemen met een lagere buistemperatuur in de kas. En ik wilde geen concessies doen op teeltgebied.”

Ideale verduurzamingsoptie

Via een advertentie op een tuinbouwsite werd Moerman in 2015 geattendeerd op de mogelijkheid van een hout- of biomassaketel. Na een eerste oriënterend gesprek met de betreffende leverancier was zijn interesse gewekt. “Het grote voordeel hierbij was dat ik een dergelijk project in mijn eentje kon oppakken. Daarbij kun je de grootte van zo’n ketel perfect afstemmen op de omvang en energiebehoefte van jouw bedrijf. Kortom: dit is de ideale verduurzamingsoptie voor mijn kwekerij.”

De teler verdiepte zich in de materie en ging met meerdere houtketelleveranciers in gesprek. Eind 2015 werden de bouwvergunning en SDE-subsidie aangevraagd. In maart 2016 waren beide zaken rond. “Toen moest ik gaan kijken: wat wil ik nu echt, welke installatie heeft mijn voorkeur? Tot dat moment was ik uitgegaan van gemiddeldes en richtprijzen. Daarbij wilde ik dus ook mijn eigen elektriciteitsbehoefte kunnen invullen; ik wilde volledig zelfvoorzienend worden qua energie.”

Op safe spelen

Uiteindelijk koos Moerman voor een biomassaketel met een thermisch vermogen van 2,2 MW van leverancier Vyncke. Achter de biomassaketel plaatst het bedrijf Bepco een ORC-installatie, die de opgewekte warmte omzet in elektriciteit. “In de houtketel worden houtsnippers verbrand, voor het verwarmen van water tot 170°C”, legt de ondernemer uit. “Dit warme water gaat naar de ORC, waar hiermee ethanol wordt verwarmd. Deze vloeistof zet uit en drijft een turbine aan, die elektriciteit opwekt. Op deze manier kunnen we op jaarbasis 1.700 MWh aan stroom genereren voor het aandrijven van de houtketel en het verwarmen van de kas. Dan zijn we volledig zelfvoorzienend qua energie en hebben we geen gas meer nodig. Overigens is de inzet van een ORC vrij uniek in de glastuinbouw.”

Aangezien hij de WKK straks aan de kant schuift, moest de vleestomatenteler wel op zoek naar een alternatieve CO2-voorziening. “Je kunt een houtketel ook voorzien van een CO2-afvanginstallatie, maar deze techniek wordt nog maar weinig gebruikt. Daarom vond ik het te riskant om hierin te investeren, zeker omdat de CO2 direct effect heeft op de groei van het gewas. Omdat ik op safe wilde spelen, gaan we zuivere CO2 inkopen. En voor noodgevallen houd ik de gasketel achter de hand.”

Risico’s afdekken

Voor de houtlevering heeft de teler een contract afgesloten met een lokale partij, die snoeihout en dergelijke inkoopt bij bijvoorbeeld hoveniers. “Vyncke heeft de precieze specificaties waaraan het hout moet voldoen doorgesproken met de leverancier. Zo moet het vochtpercentage bijvoorbeeld rond de 45% liggen. Hoe meer vocht, hoe minder warmte je uit de biomassa kunt halen. Dergelijke zaken zijn allemaal vastgelegd in een contract. De prijs staat voor vijf jaar vast. Natuurlijk, onderling vertrouwen is belangrijk, maar bij een dergelijk grootschalig project is het ook cruciaal om eventuele risico’s zoveel mogelijk af te dekken.”

Moerman is zich ervan bewust dat een biomassa-installatie over het algemeen meer aandacht en onderhoud vergt dan een gasketel. “De leverancier komt drie keer per jaar langs voor onderhoud. Daarnaast heb ik een medewerker 20 uur per week ingepland voor de kleinere onderhoudszaken. Denk aan het smeren van kettingen, het nalopen van de installatie en dergelijke. Belangrijk is daarnaast om de houtketel en de ORC zo min mogelijk uit te zetten; deze moeten bij voorkeur continu draaien. Dan is de verbranding het meest stabiel en heb je de minste kans op storingen. Een voordeel is dat we de installatie, in perioden dat we minder warmte nodig hebben, ook op lagere capaciteit kunnen laten draaien.”

Economische meerwaarde

De installatie moet vooral kostenvoordeel opleveren. De vleestomatenteler verwacht op jaarbasis gemiddeld enkele euro’s per vierkante meter te besparen. “De financiering van de installatie is hier al in meegenomen. Het feit dat we zowel SDE- als MEI-subsidie krijgen, speelt eveneens een belangrijke rol. Deze subsidies zijn ook nodig om een dergelijk project te kunnen rondrekenen. Ik verwacht de installatie in maximaal acht jaar tijd te hebben terugverdiend.”

De energiebelastingen gaan de komende jaren waarschijnlijk alleen maar omhoog, waardoor gas duurder wordt. “Daar heb ik nu niets meer mee te maken. Aangezien de inkoopprijs voor het hout voor vijf jaar vastligt, weet ik waar ik aan toe ben. Dat is veel waard. Of het feit dat ik mijn tomaten energieneutraal produceer ook een meerwaarde zal hebben in de markt? Dat denk ik niet, ik geloof niet dat afnemers bereid zijn om hier meer voor te betalen. De meerwaarde van deze installatie ligt echt op het economische vlak.”

Crowdfunding

De totale installatie, inclusief het voorbereidingstraject, vergde een investering van bijna 3,5 miljoen euro. Moerman regelde de financiering via het Limburg Energie Fonds (een fonds van de Provincie Limburg ter ondersteuning van duurzame projecten) én via crowdfunding. Ook bracht hij eigen middelen in. “Natuurlijk heb ik in eerste instantie aangeklopt bij de bank, maar die stond niet meteen te springen. Via het crowdfundplatform Duurzaam Investeren vonden we tientallen particulieren bereid om geld te steken in onze installatie; binnen 24 uur was het streefbedrag opgehaald.”

“Het inpassen van de veranderende warmtestroom in de bestaande situatie is een hele klus”, benadrukt Johan Kodde van automatiseerder Hoogendoorn. “Met de ingebruikname van de nieuwe installatie gaat Moerman hoogwaardige warmte, afkomstig uit de houtketel, omzetten in elektra, en de laagwaardige warmte uit de ORC toepassen in de kwekerij.” Kodde vult aan dat de biomassa-installatie direct is gekoppeld aan de klimaatcomputer.

Samenvatting

Bij het vleestomatenbedrijf van Wouter Moerman in Maasbree verrees afgelopen jaar een biomassaketel in combinatie met een ORC, die het bedrijf dit voorjaar in gebruik neemt. In de houtketel worden houtsnippers verbrand. De ORC, uniek in tuinbouwland, zet een deel van de opgewekte warmte om in elektriciteit. Deze werkwijze maakt het bedrijf volledig energieneutraal. Ook bespaart de ondernemer op zijn energiekosten en weet hij waar hij wat kosten betreft aan toe is.

Tekst en beeld: Ank van Lier.

Gerelateerd