“We hebben hier tot nu toe geen last van virus, Tuta’s, galmijten, Besi of Bemisia”, zegt de Limburgse ondernemer Wouter Moerman, teler van 4 hectare vleestomaten in Maasbree. Tijdens de teeltwisseling besteedt hij dit jaar toch extra aandacht aan een grondige ontsmetting van de kas en de opstanden, inclusief betonnen delen. Ook schuwt hij bij de start van de teelt het gebruik van breedwerkende middelen niet.

De teeltwisseling staat dit najaar weer voor de deur. We vragen aan Wouter Moerman van Kwekerij Moerman in Maasbree, die volgend seizoen voor de tiende keer vleestomaten gaat telen, wat zijn plannen zijn voor dit jaar.

Hoe ziet jullie planning eruit?

“Eind oktober oogsten we de laatste tomaten, als de Spaanse tomaten op de markt komen. Daarna begint voor ons de teeltwisseling. Daar doen we 2,5 week over. Ontsmetten doen we in de weekenden, dat doen we in totaal twee keer. Eén keer na het leeghalen van de kas en één keer voor het planten. We planten rond 22 november, meestal op een woensdag. Eerder planten heeft geen zin, want we telen onbelicht.”

Wat doen jullie zelf en wat besteden jullie uit?

“We halen zelf het gewas eruit, knippen de stammen door, en leggen het loof van het tomatengewas op de doeken van de loonwerker. Dat loof laten we versnipperen door een loonwerker. De matten en de folie halen we er zelf uit. Bij ons gaat alles eruit, we hebben geen gronddoek. De prikkers gaan er trouwens ook af, die ontsmetten we zelf met chloor. Ook spuiten we zelf het kasdek af. De matten liggen op de grond in kunststof goten, die spuiten we na het foggen zelf schoon met chloor. Wij hebben daarvoor goede pompen gekocht: het is financieel niet goedkoper, maar je kunt het dan wel rustiger doen, dat is beter. In het weekend gaat onze loonwerker foggen met formaline met Decis erbij, een breed werkend middel tegen insecten. Daarna trekken we opnieuw de folie erin en leggen de nieuwe matten klaar, alles nieuw. Als de kas helemaal plantklaar is fogt de loonwerker in het tweede weekend met waterstofperoxide en perazijnzuur, voor de tweede ontsmetting, en daar wordt je scherm ook weer schoon van. Daarna gaan we planten.”

Wat doen jullie anders ten opzichte van vorige jaren?

“Dit jaar gaan we voor het eerst de betonpalen met folie inwikkelen, daarnaast spuiten we een keer extra de gevels, betonvoet en dat soort dingen in met chloor of waterstofperoxide. Formaline foggen doe ik pas sinds vorig jaar, sinds de problemen met virus in de tomaten. Wij hebben nog geen last van virus gehad, maar doen dit preventief. Het kost relatief weinig en is in de teelt het enige moment dat je er wat aan kan doen.”

Wat doen jullie om lekwater te voorkomen?

“We zorgen ervoor dat de matten aan het einde van de teelt zo droog mogelijk zijn; dat deden we vooral voor het werk, niet specifiek voor het lekwater. Als je het gewas rijp gaat maken ga je automatisch al flink terug in watergift. Ik ga niet meer doen voor de lozing, want we loosden al niet. Het gewas en de andere materialen leggen we niet op het erf neer, maar voeren we direct af in containers. Dat stemmen de loonwerker en de afvoerder met elkaar af. Wij laten van tevoren containers op het erf zetten, daarna is alles in een keer weg en blijft de boel schoon. Wij hebben dus geen last van lekwater.”

Heb je nog een boodschap of tip voor je collega’s?

“Ben eigenlijk altijd ouderwets gestart met chemie, met Vertimec en zo. Toen ik hier begon was het best wel een trend in tomatenland: een grondige teeltwissel is niet meer nodig. Blad onder de goot, complete gewassen onder de goot, een open afvalverwerking onder je nieuwe planten. Ook chemisch starten met Vertimec was een tijdje geen advies, maximaal biologisch was het devies. Als ik zie wat voor exotische beesten we tegenwoordig allemaal hebben, denk ik dat het een beetje komt door een periode van gemakzuchtigheid: in een week wisselen, wat gewas laten liggen, desnoods onder de goot, zelf het afval houden en lekker biologisch starten, zonder breedwerkende middelen. Heel goed voor de opbouw van je bio, totdat er beestjes komen waar (nog) geen bio tegen is. De Tuta’s en de galmijten et cetera zijn allemaal gevoelig voor breedwerkende middelen. Maar als je dat niet meer doet is het naar mijn mening gewoon wachten tot er een nieuw beestje komt. Ik ben een jonge ondernemer, maar ben wat dat betreft altijd blij dat ik een beetje ouderwets ben gebleven. Ik denk dat een schone start de basis is. Wij hebben nog geen Nesi, Tuta of galmijt gezien. Wij liggen ook solo, in het Westland is het anders. Heb jij belichting met verschillende plantdatums, dan is het gewoon een heel ander verhaal.”

Tekst: Mario Bentvelsen, beeld: Ank van Lier