Tomatenbedrijf Hortipower in Merksplas (B) heeft succesvolle resultaten geboekt met hun Tuta-detectiesysteem. Camera’s uitgerust met artificiële intelligentie detecteren de aanwezigheid van Tuta absoluta weken voordat de teler deze met zijn blote oog ziet. Een volgende stap is het inzetten van drones met hetzelfde systeem om de Tuta’s te verdelgen.

“Begin maart hebben we op de camera’s de eerste metingen gezien van de tomatenmineermot, een heel lage hoeveelheid. Eind april begon dit te stijgen en half mei hebben we zelf de eerste waarnemingen gedaan.” Aan het woord is Astrid Sneyders, teeltverantwoordelijke van het Belgische tomatenbedrijf Hortipower, dat aan de grens met Nederland een kas van 14,5 ha heeft.
Doordat de Tuta’s een behoorlijke kostenpost vormen voor het bedrijf (de bestrijdingskosten worden op 5.000 euro per hectare per jaar geschat, red.) besloot Hortipower vorig jaar in te stappen in een pilotstudie. Hierin werkt het samen met Proefcentrum Hoogstraten en PATS, leverancier van indoor drones die eerder al drones afleverde die ingezet worden voor de bestrijding van de Turkse mot in de gerberateelt.

Artificiële intelligentie

Hortipower richtte één afdeling van 2 hectare in met het monitoringsysteem (10 camera’s) dat moet leiden tot de bestrijding van tuta’s met drones. Hoe het werkt? In de kas zijn ‘stations’ geïnstalleerd die zijn uitgerust met een camera en drone-platform, die vliegende objecten detecteren. Als zo’n systeem een schadelijke insect detecteert, wordt er een drone op afgestuurd en versnippert deze met zijn propellers het doelwit. Detectie van de mot gebeurt door artificiële intelligentie, waarbij nuttige insecten en bestuivers gevrijwaard blijven.
Alhoewel het systeem en camera’s al ruim een jaar geleden zijn opgehangen is de drone nog steeds niet operationeel. “Wel zijn er stappen gezet in de detectie”, vertelt Sneyders. Momenteel worden er zo’n 80 Tuta’s per nacht gesignaleerd. Dat de camera het ongedierte niet verward met andere insecten, staat voor haar als een paal boven water. “De artificiële intelligentie van het systeem is het afgelopen jaar dusdanig ontwikkeld dat het alleen de Tuta’s registreert. Daar zijn we zeker van.”

Wachten op de drones

Alhoewel het detectiesysteem door een vroegtijdige registratie mogelijkheden biedt om sneller in te grijpen, zitten daar volgens Sneyders ook nadelen aan. “Als je vroeger in gaat grijpen en verdelgen dan lopen ook nuttige insecten zoals de Macrolophus gevaar. Dat risico wil je niet nemen als de populatie relatief beperkt is. Met feromoonverwarring kunnen we de plaag redelijk beheersbaar houden en als het uit de hand loopt gebruiken we chemische bestrijdingsmiddelen.”
De teeltverantwoordelijke wacht met spanning de volgende stap af van het pilotproject: de proeven met de drones. Deze autonome vliegtuigjes van 7 bij 7 centimeter moeten de Tuta’s vernietigen op basis van instructies van het stationaire systeem dat de insecten waarneemt. Deze drones zouden vorig najaar al uitvliegen, maar technische problemen hebben de lancering uitgesteld. “Nu verwachten we ze volgende maand in te gaan zetten. Als dat werkt, kun je wel vroegtijdig ingrijpen en de groei van de populatie de kop indrukken”, besluit zij hoopvol.

Tekst: Jerom Rozendaal