Niet minder dan 375 verschillende soorten kruiden teelt het Vlaamse D&V Plant Production. Het bedrijf volgt het natuurlijke ritme van de tuincentra. Belichting is niet nodig en verwarming vrijwel alleen voor beworteling van stekken en voor het vorstvrij overwinteren van planten. Een foliekas is beter uitgerust voor de kruidenteelt.

Het bord aan de weg spreekt de bezoekers in het Vlaamse Menen in twee talen toe. “Drie kilometer van de Franse grens, dan moet je wel twee talen spreken”, verklaart eigenaar en bedrijfsleider Dirk Descamps. “Daarbij gaat zeker dertig procent van onze afzet ook naar Frankrijk.”
Terwijl de 56-jarige Vlaming in de bedrijfskantine zijn verhaal doet, neemt dochter Sarah (29) op kantoor binnenkomende bestellingen aan. In de werkruimte versnijden twee werknemers mierikswortel en de wortel van zeekool tot kleine stekjes. Meer dan honderd wortelstekken gaan in een bak en worden voor ontkieming in een verwarmd deel van de kas geplaatst.
Het driekoppige familiebedrijf (Sarah, Dirk en echtgenote An) heeft twee vaste werknemers op de loonlijst staan. Tijdens het hoogseizoen in het voorjaar neemt het personeelsbestand met maximaal zeven seizoenarbeiders toe.

Ongewisse start

D&V Plant zag het licht in 1993 en startte met een nieuwe Venlo kas van 2.000 m². In de eerste jaren teelde het sierheesters en chrysanten. Na vier jaar ruilde het bedrijf de chrysantenteelt in voor die van kruiden en vergeten groenten. Later kwam daar nog kleinfruit bij. Inmiddels teelt het bedrijf in totaal meer dan duizend verschillende plantensoorten, waarvan 375 soorten kruiden.
In twee ruimtes, grenzend aan het kantoor, zijn de etiketten voor het assortiment uitgestald en wordt het uitgebreide aanbod visueel. Citroenverbena, Moerasspirea, rode zonnehoed, venkel, rode Mitsuba, winterpostelein, Brave Hendrik, aardbeispinazie, Roomse kamille: het is zo maar een greep uit het assortiment. Alleen van munt al heeft de teler 30 verschillende soorten.

Lichte verwarming

Nadat het bedrijf haar weg vond in de kruidenteelt, bleek de glazen kas eerder een last dan een lust, vertelt Descamps. “Voor de teelt van onze gewassen is een glazen kas minder geschikt. Slechts enkele teelten uit het assortiment gedijen goed onder glas.” Door de rechtlijnige lichtinval in een kas groeien de planten te iel en na een beregeningsbeurt vallen ze slap. “Planten uit een glazen serre zijn ook gevoeliger voor verbranding bij het naar buiten brengen. Krijten biedt enig soelaas, maar is niet voldoende.”
De zaai- en stekafdeling, waar de teler de kruiden bewortelt alvorens hij ze oppot in potten van 14 centimeter, is licht verwarmt. Hier mag de temperatuur niet beneden de zes graden vallen. Er wordt tafelverwarming en wandverwarming ingezet. In de andere ruimtes van de Venlo-kas staan een aantal soorten kruiden, sierheesters en kleinfruit om te overwinteren. De teelt gebeurt buiten op bijna 3 ha containervelden. Doordat de gewassen in pot staan, zijn zij gevoeliger voor vorstschade, dan wanneer ze in de vollegrond worden gepoot.

Foliekassen beter geschikt

Na de millenniumwisseling volgde een uitbreiding van de kas. De teler koos voor een foliekas. “Foliekassen zijn veel geschikter voor de kruidenteelt. Het diffuse folie zorgt voor een breking van het licht, waardoor het licht van meerdere kanten op de plant invalt”, beweert Descamps. In 2001 werd een Venlo-foliekas (tralie van 9.6 m met 2 kappen van 4.8 m) van 2.000 m² neergezet en in 2011 volgde een breedkapper foliekas (kapbeedte 12.80 m) van dezelfde oppervlakte.
De beste resultaten worden gehaald met de Venlo-foliekas. Behalve de luchtramen kan de teler ook de vier zijkanten openzetten, waardoor de luchting optimaal is. “Kruiden hebben goede luchting en een niet te hoge temperatuur nodig”, vertelt Descamps. Alhoewel de breedkapper is voorzien van dubbelzijdige, doorlopende nokluchting en het schoorsteeneffect een voldoende luchting zou moeten opleveren, worden de openschuifbare zijwanden node gemist. De teler overweegt in de toekomst zijluchting in de breedkapper aan te laten brengen.

Ritme van de tuin

Terwijl verwarming tot een minimum beperkt wordt, is er geen belichting in de kas. De kruiden volgen het ritme van de natuur. Dit heeft alles te maken met het afzetkanaal. D&V Plant verkoopt vrijwel alleen aan tuincentra. “Een op onnatuurlijke wijze geteeld kruid hoort niet in een tuincentrum, waar planten bedoeld zijn om in de tuin te planten en in die omstandigheden ook goed moeten kunnen gedijen”, verklaart Descamps.
Het aanbod wisselt om deze reden ook gedurende het teeltjaar. In de winter levert de teler vooral de nog visueel goed uitziende planten, zoals tijm en rozemarijn. Soms verkoopt hij ook kruiden die in wintertoestand verkeren en waarvan het gewas bovengronds is afgestorven.
Voor beregening in de kassen, gebruikt de teler hemel- en restwater uit de kassen en van de containervelden. Dat water wordt in twee bassins verzameld en opgeslagen.

Partnerschap

D&V Plant leverde ooit aan de retail, maar deze geven extreme, onrealistische opdrachten, zegt Descamps: “Bijvoorbeeld basilicum in februari, terwijl dat een zomerkruid is.” Bij tuincentra gaat het er volgens hem gemoedelijker aan toe en zijn de harde verkooppraktijken minder aan de orde. “Zij willen dat de hoek van de winkel mooi opgevuld wordt en dat de verkoop vlot verloopt.” Om bij te dragen aan een snelle verkoop, levert het Vlaamse bedrijf de planten met etiket verkoopklaar af. “De verkoop moet binnen de eerste week gebeuren, anders neemt de kans op bijvoorbeeld onkruidvorming toe en dalen de verkoopkansen.”
Om deze opvulling van de winkelhoek nog beter vorm te kunnen geven, ging Descamps een partnerschap aan met Dirk Talpe, een teler uit de buurt. Samen bieden de telers een gedeeld pakket aan de tuincentra aan. Talpe teelt 600 soorten bloeiende vaste planten. De twee bedrijven hebben dus een gezamenlijk aanbod van 1.600 verschillende soorten kruiden en planten.

Tekst en beeld: Jerom Rozendaal