Wageningen University & Research heeft onderzoek gedaan naar de duurzaamheid en efficiency van hightech en lowtech tuinbouw, zowel biologisch als gangbaar. Gangbare hightech glastuinbouw is duurzamer dan andere teeltmethoden, zegt Sander van Golberdinge van substraatleverancier Grodan, de opdrachtgever voor het onderzoek. “Wij staan op pole position.”

Wat hebben jullie laten onderzoeken?

We hebben WUR-onderzoek laten doen naar de scores van vier verschillende teeltmethoden op de verschillende UN-development goals. Het gaat over een reeks van doelen die van belang zijn voor de teelt. Het onderzoek is door ons betaald.

Waarom hebben jullie dit onderzoek laten doen?

Vooral omdat de productie met het oog op de groei van de wereldbevolking moet worden opgeschaald en hulpbronnen steeds schaarser worden. Daarom moeten we hyperefficiënt gezond voedsel produceren en wel zo dat je geen milieuschade aanricht. Alleen als je aan beide eisen kunt voldoen – efficiency en duurzaamheid – heb je toekomst. Als we over tien jaar goed in de markt willen staan, moet je natuurlijk wel eerst weten waar we nu staan.

Waar staan we nu dan?

We staan op pole position, dat wil zeggen: de gangbare hightech glastuinbouw, zoals je die veel in Nederland ziet. We hebben ook gekeken naar lowtech teelt, zoals je die veel in Zuid-Europa ziet. Waar ze in de grond telen, maar wel met enige bescherming van plastic kassen. En we hebben naar de biologische variant van beide teeltmethoden gekeken. Dan zie je dat op een reeks van indicatoren, in totaal 14, hightech glastuinbouw het hoogste scoort.

Biologische teelt in hightech kassen scoort dus minder?

De biologische teelt heeft natuurlijk ook voordelen. Maar uit het onderzoek blijkt dat de gangbare hightech glastuinbouw hoger scoort op milieu en sustainable development. En over tien jaar nog beter. Want het heeft de potentie nog verder te verbeteren. Dat heeft te maken met de beschermde teeltomgeving, waardoor je in potentie alles circulair kunt maken.

Zit er veel verschil in de scores tussen biologische en gangbare hightech glastuinbouw?

Dat hangt een beetje af van de indicator. Waar biologische teelt nu wel goed op scoort is het niet gebruiken van chemische gewasbeschermingsmiddelen en de consequenties die dat heeft. Daar is de gangbare hightech glastuinbouw natuurlijk ook heel goed toe in staat, alleen wordt soms naar de ‘noodrem’ gegrepen en toch nog aan chemische gewasbescherming gedaan. Ook vanuit de consument gezien is dit heel belangrijk. Immers, de markt voor biologische producten blijft groeien en wij denken dat dit de belangrijkste reden hiervoor is. Een groot nadeel van biologische glastuinbouw is de teelt in de grond. Daardoor heb je altijd verlies van water en nutriënten. Je kunt ook geen water recirculeren. Ook is de productie in een gangbare hightech kas hoger en dus efficiënter.

Hightech glastuinbouw is goed voor de biodiversiteit, blijkt uit het onderzoek. Hoe zit dat?

Klopt. Neem de tomaat. Als je die heel traditioneel teelt haal je 6 kilo per vierkante meter per jaar. Met hightech glastuinbouw kun je wel 100 kilo halen, of meer. Dat betekent dat je met minimaal ruimtegebruik een maximaal resultaat haalt. En grond die je niet nodig hebt kan natuur blijven. Daar scoren we ongelooflijk goed op.

Hightech glastuinbouw staat dus nu op pole position, maar is het ook al goed gepositioneerd in de wereld als dé oplossing voor het voedselprobleem?

Te weinig. Het heeft alles in huis om misschien wel de standaardmethode te worden voor heel veel groenten. Maar de bekendheid is relatief gering. Als je kijkt naar het nieuwe beleid dat de Europese Commissie net gepresenteerd heeft, is het eigenlijk een gemiste kans dat hightech glastuinbouw daarin niet wordt genoemd. Het lijkt erop dat zij biologisch zelfs als de gewenste standaard ziet. Vandaar dat we ook dit onderzoek hebben laten doen. Omdat je ziet dat beleidsmakers en andere stakeholders, zoals supermarkten, duurzamer voedsel willen, maar er eigenlijk te weinig bekend is over wat de glastuinbouw te bieden heeft. De UN sustainable development goals zijn een herkenbaar kader. Heel veel grote retailers rapporteren daar zelf al over, maar ook overheden, dat spreekt voor zich. We willen de taal spreken die zij ook hanteren. Maar dat vraagt wel om veel voorlichting.

Wie moet dat voorlichtingstraject gaan oppakken?

Eigenlijk iedereen in de keten moet daar een rol in gaan vervullen. Wij willen hierover met partners van gedachten gaan wisselen en samen een coalitie bouwen.

Dutch Greenhouse Delta is daar al mee bezig, met het positioneren van hightech glastuinbouw voor het oplossen van het wereldvoedselprobleem. Werken jullie al samen?

Nee, maar dat zou natuurlijk perfect zijn omdat we elkaar kunnen versterken. Ik sluit een samenwerking daarom zeker niet uit. Wij willen als Grodan daar wel graag een meer uitgesproken rol in vervullen. Uiteindelijk heeft iedereen in de markt daar belang bij.

Volgens een biologische glastuinder in Limburg is het EKO-keurmerk voor consumenten het enige keurmerk met voldoende onderscheidend vermogen. Maar als consumenten echt duurzaam willen zijn moeten ze dus kiezen voor gangbare producten uit hightech kassen?

In het schap liggen nu ‘gewone’ en biologische tomaten, maar eigenlijk weet de consument nu niet goed waar hij voor kiest. Het is onze taak als bedrijfstak om dat verhaal beter zichtbaar te maken. Dat is eigenlijk mijn droom, maar er zal nog heel wat water door de Rijn stromen voordat we zover zijn. Eigenlijk zou je toe moeten naar een streepjescode die de consument kan scannen en zo informatie krijgt, over de herkomst van het product en dus ook over de teeltmethode – pesticidenvrij of niet – en vervolgens de impact daarvan op het milieu.

Je zou kunnen denken aan een label dat zegt: wij zijn de meest duurzame keuze?

Daar zou je inderdaad naar toe kunnen, maar dat hoeft niet per se.

Zoiets als het Kipster-ei, maar dan voor tomaten?

De groene tomaat, inderdaad, daar zou het naartoe kunnen. Dat is een traject dat uiteindelijk zou moeten worden ontwikkeld met elkaar. Uiteindelijk moet de consument in de driver’s seat terechtkomen, zodat hij weet wat hij wil en weet wat hij koopt. Dit onderzoek is daar eigenlijk het startschot voor.

Maar we hebben toch al PlanetProof voor het maken van duurzamere keuzes?

Wij streven op zich geen label na, maar wel dat bij ngo’s, retailers en overheden bekend is waar hightech glastuinbouw voor staat: de beste keuze voor milieu en gezondheid. En als ze beleid gaan maken dat ook goed gefundeerd kunnen doen. Hightech moet dus strakker op de kaart worden gezet als een hoogwaardig alternatief naast biologisch. Dat is nu niet het geval.

Wat moet er volgens u gebeuren?

Het is belangrijk om in ieder geval de feiten op een rijtje te zetten en er naartoe te werken dat die informatie transparant is en zichtbaar wordt. Ik denk ook dat de afstand tussen consument en producent nu eigenlijk te groot is. Daar moeten we iets aan doen. Want duurzaamheid en gezondheid worden alleen maar belangrijker.

Het WUR-rapport is naar verwachting in september beschikbaar.

Tekst: Mario Bentvelsen