Vier weken nadat Jan Reijm zijn gloednieuwe full LED-installatie in werking stelde, noteerde hij een productiestijging van 10% in zijn komkommerteelt over die periode. “Opvallend en mooi meegenomen, maar met deze lichtinstallatie willen we vooral kosten besparen”, vertelt hij. “Door het hogere lichtniveau en de toegenomen efficiëntie kunnen we meer schermuren maken, hoeven we minder te kieren en kunnen we een hogere etmaaltemperatuur aanhouden. Tegelijkertijd kan de stengeldichtheid omlaag.”
Met drie weken ervaring op zak geeft de ondernemer, die samen met vader Piet en oom Jaap de directie voert over VOF Reijm & Zn, uitleg over de installatie en de manier waarop hij die wil gebruiken. De belichte afdeling van 6 ha werd in de eerste week van oktober voorzien van 900 watt dimbare Agrolux WEGA Max armaturen, die maximaal 300 µmol/m2/sec PAR licht leveren met 90% rood, 5% blauw en 5% groen licht.
Via een apart stuurbaar kanaal kan naar wens tot 10% verrood licht worden toegevoegd. De armaturen vervangen een hybride installatie met 1.000 W HPS en 760 W (100 µmol/m2/sec) LED-lampen in dambordprofiel, die slechts een goed jaar heeft gedraaid.
Apart stuurbaar verrood
“In 2023 hebben we de HPS-installatie hybride gemaakt en de helft van de lampen vervangen door LED’s”, licht Jan Reijm toe. “We wisten toen al dat er een zwaarder, nog efficiënter armatuur aankwam waarmee we de stap naar full LED konden maken.”
De komkommerteler uit Zevenhuizen koos na uitgebreide oriëntatie voor Agrolux, omdat deze leverancier al over armaturen met apart stuurbaar verrood licht beschikte. “Nu bieden de meeste producenten die optie aan, toen nog niet”, blikt hij terug. “Het geeft aan hoe snel de ontwikkelingen gaan.”
Meer schermen, minder kieren
Over zijn keuze voor 300 µmol/m2/sec, wat voor de komkommerteelt uitzonderlijk hoog lijkt, zegt hij: “Wij willen een grote stap zetten in efficiënt telen en daar is op gedimensioneerd. Meer licht stelt ons in staat om intensiever te schermen en een iets hogere etmaaltemperatuur aan te houden, waardoor je de planten makkelijker actief krijgt en houdt. Boven de SON-T-lampen moesten we vaak kieren om een warmteoverschot af te voeren. Nu hoeft dat nauwelijks meer en blijven de schermen langer gesloten. Daardoor wordt het klimaat minder verstoord en de planten kunnen meer energie omzetten in groei en productiesnelheid. Bovendien bieden zware lampen meer flexibiliteit in het gebruik. Denk aan het benutten van goedkope uren en het laten branden bij lager vermogen, waardoor de lamp efficiënter presteert.”
Over de vraag of hij na vier weken (één dag voor het ruimen) al een verschil ziet, hoeft de vooruitstrevende ondernemer niet lang na te denken. “Na een aantal dagen zagen we al een flinke productiestijging door het snellere afrijpen van de vruchten. Dat had ik echt niet verwacht. In de laatste vier weken van de teelt hebben we 10% meer geoogst dan begroot. Ik heb geen idee of we die lijn in de nieuwe teelt kunnen vasthouden. Opbrengstverhoging is ook geen hoofddoel, maar het zou een welkome bijvangst zijn.”
Energie-input en plantdichtheid omlaag
Reijm benadrukt dat zijn keuze voor de nieuwe installatie vooral is ingegeven door de wens om duurzamer en efficiënter te telen en daardoor kosten te besparen. Enerzijds door er minder energie in te stoppen en minder warmte te verliezen, anderzijds door een lagere plantdichtheid aan te houden zonder verlies van productie.
“Wij zijn gewend om het aantal stengels in het vroege voorjaar te verhogen van 2,5 naar 3,2 per m2. Door het hogere lichtniveau denken we nu op 2,5 te kunnen blijven om de beoogde productie te halen.”
Bij een lagere plantdichtheid zal er ook minder verdampingsvocht vrijkomen in de kas. Om een te lage RV in het voorjaar te voorkomen, zal de teler dat zelf moeten aanvullen. Over enkele maanden wordt voor dat doel een nevelinstallatie geplaatst. “Daarmee is het plaatje voor de belichte afdeling compleet, totdat de volgende innovatie zich aandient. Daar blijven we uiteraard op gespitst.”
Tekst: Jan van Staalduinen










