Ted Duijvestijn en Kees Stijger verdedigen als referentietelers de eer van de huidige teeltpraktijk in de Autonomous Greenhouse Challenge (AGC). Dat is een serieuze zaak, want verliezen doen de heren niet graag. Hun strategie bleek al direct onderscheidend, want vanwege de korte teeltduur werden de planten direct op drie stengels gezet.       

“Winnen kunnen we niet, maar als referentieteam willen we toch graag als hoogste eindigen”, vertelt Kees Stijger na een tussentijdse evaluatie bij Wageningen University & Research in Bleiswijk. Samen met collega Ted Duijvestijn, tuinbouw & agribusiness studente Marissa van Duijn en drie betrokken medewerkers van de onderzoeksinstelling bespreekt hij het verloop van de op 16 december gestarte teelt en de setpoints voor de komende weken.
Ook voor de ervaren telers bevat de challenge nieuwe onderdelen, zoals de hybride lichtinstallatie met regelbaar LED-spectrum. “Daar hebben wij geen ervaring mee, maar dat geldt natuurlijk ook voor de andere teams. Net als zij baseren wij ons op de kennis en ervaring die daarmee elders is opgedaan”, aldus Duijvestijn.
“Het was grappig om te vernemen dat alle teams voor het startschot informatie bij collega-telers hebben ingewonnen en verzameld”, vult Stijger aan. “Ze willen allemaal zoveel mogelijk historische data hebben om hun groeimodellen, algoritmen en setpoints te finetunen. Wij doen dat uiteraard ook. Het ras is niet nieuw voor ons, maar we hebben het geen van beiden geteeld onder kunstmatig groeilicht.”

In balans brengen

Over de eerste zes weken zijn de telers tevreden. Hoewel het niet gebruikelijk is om tomatenplanten direct op einddichtheid te zetten (drie stengels/plant), hebben zij daar vanwege de korte teeltduur toch voor gekozen. “Hierdoor kwamen onze planten iets later uit de startblokken, maar kunnen ze ook ongestoord doorgroeien”, verklaart Stijger. “Een goede start is het halve werk. Als je de planten voor de eerste oogst in de juiste balans weet te krijgen, gaat het daarna vrijwel vanzelf. Wij denken dat dit uiteindelijk in ons voordeel zal uitpakken.”

Productie en kwaliteit

In de Autonomous Greenhouse Challenge draait het naast de fysieke productie (kg/m²) om kwaliteitsaspecten (klasse I/II, vruchtgrootte en -gewicht, suikergehalte en smaak) en om duurzaamheidsaspecten van de teelt, zoals gewasbeschermingsmiddelen, input van energie en CO2.
Hoewel de eerste trossen pas in week 8 oogstrijp zullen zijn, wordt nu al besproken hoe lang de trossen moeten blijven hangen om op zowel productie als smaak te kunnen pieken. Andere gespreksonderwerpen zijn o.a. de daglichtafhankelijke temperatuurinstellingen, de lichtafhankelijke CO2-verhoging, watergift en bemesting, en de biologische gewasbescherming. Stijger: “Daarin maken wij ook eigen afwegingen, maar die delen we liever niet met de andere teams.”
Over de samenwerking zegt Duijvestijn. “Kees is heel sterk op de details, ik ben meer van de grote lijnen. Ik geloof dat we elkaar goed aanvullen.”
“Jullie willen hetzelfde bereiken, maar op verschillende manieren”, heeft stagiaire Van Duijn geobserveerd. “De discussies die dat oplevert, zijn voor mij heel erg leerzaam.”

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen