Gaandeweg schakelen phalaenopsistelers over op substraten waarin een deel van de bark is vervangen door kokosbrokjes. Deze houden meer vocht en voeding vast dan bark, waardoor de groei homogener en sneller verloopt. De bemesting en watergift dienen wel te worden aangepast.

Anders dan dendrobiumteler Stef Scheffers uit Honselersdijk, die inmiddels volledig is overgeschakeld op een 100% kokossubstraat (zie artikel uit Onder Glas augustus 2016), zijn phalaenopsistelers een stuk terughoudender bij het zoeken naar en toepassen van alternatieve substraten. Ondanks de beperkingen die aan het vertrouwde, grove barksubstraat kleven – zoals de kans op besmetting met parasitaire potwormen, overbeworteling (wortels die over de rand van de eigen pot doorgroeien in een buurpot, red.) en de soms heterogene gewasontwikkeling – is er nog geen ander substraat dat op grote schaal wordt omarmd.

Groeiende belangstelling

“Daar lijkt nu verandering in te komen”, zegt substraatadviseur Frank Meeuwisse van MeeGaa Substrates. “Met een aantal telers beproeven we al enkele jaren nieuwe recepten, waarin een kleiner of groter aandeel bark is vervangen door kokosbrokjes. Dat blijkt heel goed te werken. De eerste bedrijven stappen al over op mengsels die 25 tot 50 procent kokosbrokjes bevatten. En nu de eerste schapen over de dam zijn, volgen er meer.”
De groeiende belangstelling laat zich volgens de adviseur eenvoudig verklaren. Omdat de alternatieve substraten meer water bufferen dan zuivere bark, hebben de planten voortdurend vocht en voedingsstoffen tot hun beschikking. Dat vertaalt zich in een homogenere en snellere groei.

‘Aandeel kokos nog verder omhoog’

“Op de nieuwe mengsels is de gemiddelde teeltduur drie tot vijf weken korter”, aldus Meeuwisse. “De indruk is ook dat de teeltrisico’s minder groot zijn. Wij verwachten daarom dat de ontwikkeling versneld zal doorzetten. Naarmate de ervaring toeneemt, groeit ook het vertrouwen. Persoonlijk denk ik dat het aandeel kokos nog verder omhoog kan, misschien zelfs naar 100 procent. De tijd zal het leren.”

Tekst: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd