Kwekerij Bosplant heeft een goed teeltjaar achter de rug. Na jaren met een forse uitval van gemiddeld vijf procent bij hun potplanten, is dit verlies tot een minimum gereduceerd. Dit gebeurde na het zorgvuldig in kaart brengen van het watersysteem in het bedrijf, een goed hygiëneprotocol en het meegeven van een desinfectiemiddel op basis van een zilver-gestabiliseerde waterstofperoxide.

Bosplant is een samenwerking van de drie compagnons Johan van Antwerpen en vader Jan en zoon Jelle van den Bos. Op dit moment zijn het de cyclamen die het meest opvallen door hun sierlijke bloemetjes van wit tot donkerrood en mooi getekend blad. Andere potplanten op het bedrijf in ‘s-Gravenzande zijn poinsettia, primula, helianthus, potlisianthus, gloxinia en Pelargonium grandiflorum (Franse geranium) in de potmaten 10, 12 en 13 centimeter.

Verkoop op lange termijn

Per gewas zijn er meer cultivars. Het uitgangsmateriaal komt van verschillende plantenkwekers, waarmee langdurige relaties bestaan. “We volgen de ontwikkelingen bij de veredelaars en plantenkwekers. Bij nieuwe cultivars kijken we niet alleen naar het uiterlijk, maar letten ook op ziektegevoeligheid”, vertelt Van Antwerpen.
Het bedrijf is 4 ha groot en bestaat uit elf gescheiden afdelingen, waar ze één tot drie producten tegelijk kunnen telen. “Onze klanten zijn supermarkten en bouwmarkten. We maken offertes onder voorbehoud van ruimte en beschikbaarheid. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Alles wordt op de lange termijn vastgelegd. We telen wat we op voorhand vanuit ons portfolio verkocht hebben. Half december hebben we bijvoorbeeld al verkocht voor augustus 2021. We zijn nu alweer bezig voor kerst 2021”, vertelt Van Antwerpen.

Hoog uitvalspercentage

Deze manier van werken vraagt om een strakke planning. De duur van zaaien bij de plantenkweker tot het afleveren door Bosplant ligt tussen de twaalf weken voor de helianthus en 28 tot 30 weken voor cyclamen.
Een probleem was het relatief hoge uitvalspercentage van 5%. Met name bij de potlisianthus was dit 10% en het liep soms op tot wel 30%. “Dit werd veroorzaakt door bodemschimmels, zoals Fusarium bij lisianthus en verschillende pathogenen bij overige teelten”, schetst Van Antwerpen. Om toch voldoende aantallen te kunnen leveren, moesten de telers extra planten opzetten als reserve of eventueel planten bijkopen.
“De planten staan op een betonnen vloer en krijgen om de dag water via een eb- en vloedsysteem. Als er eenmaal bodemschimmels zijn in het eb- en vloedsysteem dan kunnen deze zich iedere keer met het watergeven verspreiden naar gezonde planten.” Dit ondanks een hygiëneprotocol dat bestond uit het scouten van geïnfecteerde planten, ontsmetten van de vloeren bij de teeltwisseling, het meegeven van gestabiliseerde waterstofperoxide voor het leidingonderhoud, et cetera. Toch was het gietwater na het watergeven aan het einde van de kappen alweer vervuild door herbesmetting.

Leidingnetwerk onder de vloer

Van Antwerpen zocht in 2019 samen met Dirk Timmers, specialist hygiëne & desinfectie bij Royal Brinkman naar een oplossing om het uitvalpercentage terug te dringen. Al snel werd Niels Claes van het Belgische bedrijf Roam Technology hierbij betrokken, vanwege de intensieve samenwerking tussen beide bedrijven. “Samen hebben we het probleem blootgelegd door het uitvoeren van een nulmeting aan de hand van watermonsters. We hebben tien monsters genomen over het hele watersysteem: voor en na de ontsmetter, in de silo, op verschillende punten op de teeltvloeren, in het leidingwerk onder de vloer en in de retourput van enkele vloeren. We hebben de monsters laten analyseren in een geaccrediteerd laboratorium”, vertelt Claes.
Het probleem bleek vooral in het leidingnetwerk onder de vloer te zitten. “De telers hadden al eerder hun toevlucht genomen tot het meegeven van een ander gestabiliseerd waterstofperoxide, maar dit hielp onvoldoende. Voornamelijk op de vloeren en in de leidingen werd een hoge infectiedruk van schimmels gemeten”, blikt Claes terug. Toen duidelijk was waar de herbesmetting vandaan kwam, stelde hij een advies op om dit in het vervolg te voorkomen.

Schoon blijven

Het al bestaande hygiëneprotocol is aangescherpt om besmetting vanuit voorgaande teelten te voorkomen. Van Antwerpen: “We maken nog steeds de kas schoon na iedere teelt. De silo, retoursilo, leidingen en putten maken we schoon met Huwa-San TR-50, een desinfectiemiddel op basis van een zilver-gestabiliseerde waterstofperoxide. We doseren nu ook continu een onderhoudsdosering van dit middel mee vlak na de voedingsunit, zodat de leidingen en putten tijdens de teelt ook schoon blijven. Vroeger moest je met een ketelpak de put in omdat de putten en pompen vettig waren door verslijming en algen, nu zien we mooi schoon beton.”
Periodiek worden er verschillende watermonsters genomen om te controleren of het systeem schoon blijft. “We kijken niet alleen naar bacteriën en schimmels, maar meten ook de waterstofperoxide zelf. Als de waardes aan het begin en einde van de watercyclus weinig verschillen, betekent dit dat het water weinig ziektekiemen bevat”, legt Claes uit. “De teler heeft meetstrips waarmee hij tussentijds kan checken hoeveel waterstofperoxide er nog in het water op de vloer zit. Wij brengen deze waardes met een digitale meter in beeld.”

Minder dan 1% uitval

Het streven was om de uitval terug te brengen naar 3 tot 5%. “In 2020 hebben we over het hele bedrijf zelfs minder dan één procent uitval gehad, inclusief de lisianthus. Er was een partij waarbij maar twee van de 8.000 planten zijn uitgevallen. Nu is het de kunst om dit vast te houden”, zegt de teler.
Timmers: “Je moet bekijken wat een product uiteindelijk voor je kan opleveren. We geven onze klant niet alleen het product mee, maar ook begeleiding. Het periodiek nemen van monsters, het laten analyseren en vervolgens het advies hoe te handelen horen hier ook bij. Dit is belangrijk om als teler mee te nemen in de keuze voor een product in plaats van alleen op basis van de prijs te beslissen.”

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn