Grote stappen in energiebesparing gaat Marco Evers niet meer zetten op zijn bedrijf Evanty met kleinbloemige anthuriums als snijbloem en potplant. Wél weet hij dankzij de inzichten van Het Nieuwe Telen (HNT) steeds beter wat de plant nodig heeft, hoe hij stress kan voorkomen en de kwaliteit kan optimaliseren.

Marco Evers runt samen met zijn vader Jaap anthuriumkwekerij Evanty in Moerkapelle. Naast deze kwekerij van 2,6 ha zijn ze met de familie Van Eeden Petersman ieder voor de helft eigenaar van een bedrijf met kleinbloemige anthuriums met 2 ha snijbloemen- en 2 ha potplantenteelt. Op de bedrijven samen hebben ze 25 rassen.
De snijbloemen zetten ze af onder het label Lovely’s. Van de twee miljoen bloemen worden er ongeveer een half miljoen verwerkt in boeketten. De potplanten dragen het label d’Amour. Daarvan gaan er 100.000 tot 120.000 richting de klanten. Als extra groeien er bij Evanty ook vleesetende planten. Ze groeien goed in hetzelfde klimaat als de anthuriums.

Eén plant – twee functies

Het bedrijf op de hoofdlocatie is zeker niet standaard. Waar andere telers zich richten op de teelt van bloemen of potplanten, is dit volgens Evers het enige bedrijf in Nederland dat beiden combineert.
“We kopen onze jonge planten in als snijstek in pluggen bij Dümmen Orange. We zetten de pluggen direct in 21 cm potten. Na drie à vier maanden beginnen we met het snijden van de eerste bloemen. Na een jaar stoppen we met snijden. De plant heeft dan ongeveer zes weken nodig om voldoende bloemen te vormen om er een sterke, groeikrachtige potplant van te maken met alleen verse bloemen in een grote potmaat. De totale teeltduur is 70 tot 80 weken.”

Drie stadia

De dubbele functie is ook een puntje bij de rassenkeuze. “Als kamerplant moet het een mooie bossige plant zijn. De snijbloementeelt verlangt bloemen met een vaasleven van minimaal drie weken. Voor de toekomst kijken we naar rassen met iets meer koudetolerantie. Van oorsprong komen anthuriums uit Zuid-Amerika. Nu is minimaal 15°C aanhouden het advies. Wij zoeken naar rassen die minimaal 9°C aan kunnen aangezien de winkels hun producten – groenten, fruit, bloemen en planten – steeds vaker via één kanaal geleverd krijgen. We werken daarvoor samen met het veredelingsbedrijf waar we onze jonge planten inkopen, maar kijken ook bij andere veredelaars.”
Op de hoofdvestiging staan vijftien verschillende rassen. Iedere maand plant Evers nieuw. Dat betekent dat er van elk ras drie verschillende stadia in de kas staan: jonge plant, plant als basis voor de snijbloementeelt en de afkweek als potplant. “Qua lichtbehoefte en watergift zijn er echter grotere verschillen.”

Plantstress in de hand

In het verleden was het energieverbruik in de anthuriumteelt nog 35 – 40 m³ gas per m². Nu is het gehalveerd. “We zitten nu rond de 20 m³ gas per m². Dit is een algemene trend bij anthuriumtelers”, vertelt Evers. “Dat betekent dat we met Het Nieuwe Telen geen grote stappen in energiebesparing kunnen maken. Als je energie wilt besparen, heb je nieuwe technieken nodig zoals ontvochtigen. Daar hebben we op dit moment geen mogelijkheden voor.”

“We willen een nieuw doek dat meer vocht doorlaat, zodat we het langer gesloten kunnen houden.”

Vanuit de principes van Het Nieuwe Telen probeert de ondernemer wel verdere stappen te zetten. “Ons streven is dat de plant- en ruimtetemperatuur gelijk zijn en dat de vochtbalans optimaal is, zodat de plant zo min mogelijk stress heeft. Meten is daarbij belangrijk. We meten de planttemperatuur, de hoeveelheid licht op de plant en de VPD”. De VPD (Vapor Pressure Deficit – dampdruktekort) hangt samen met de temperatuur en vochtigheid en is onder andere van invloed op de plantstress en de huidmondjesopening. “Als je weet dat een plant stress heeft, kun je er wat aan doen. Met een nevelinstallatie kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat de huidmondjes open blijven en de groei stabiel is.”

Grip op watergift

Op het moment doet een stagiair van de Hogere Tuinbouwschool in Den Bosch onderzoek naar de waterbehoefte van de verschillende rassen. Hij weegt van acht hoofdrassen vijf planten per ras om 7.00 uur, 12.30 uur en 15.30 uur. “Wanneer de waterbehoefte bekend is, kunnen we water geven naar behoefte. Stel een ras heeft 20% meer water nodig, dan kun je in dat kraanvak de kraan instellen op 20% extra water.”
De teler zou ook graag de grenzen opzoeken wat betreft het toelaten van meer licht. Een hogere lichtsom betekent een hogere productie en/of een kortere teeltduur. Evers heeft op dit moment niet de benodigde apparatuur om de opening van huidmondjes te meten. In de toekomst wil hij de planten indelen op lichtbehoefte.

Natuurlijke warmte

Evers heeft twee scherminstallaties. In het onderste dradenbed ligt een energiedoek van Phormium en een plastic foliescherm met kleine perforaties die vochtige lucht doorlaten. In het bovenste dradenbed zit een diffuus Harmony-scherm van Svensson. “We sluiten het energiedoek aan het einde van de middag tegen de uitstraling en gebruiken het als de zon schijnt. Het doek is aan vervanging toe. We willen een nieuw doek dat meer vocht doorlaat, zodat we het langer gesloten kunnen houden.”
Het plasticfolie scherm laat meer licht door dan het energiedoek dat in hetzelfde dradenbed zit. Het gaat juist ‘s ochtends dicht. “Als de zon opkomt, warmt de kas sneller op. Op die manier maken we gebruik van de natuurlijke warmte. Zeker in de winter als je al het natuurlijke licht kunt gebruiken, is de lichtdoorlatendheid belangrijk.” Daarnaast belicht hij tussen 1 oktober en 1 maart zo’n 12 tot 13 uur per dag om de kwaliteit te waarborgen.
Het schermdoek in het bovenste dradenbed gaat vanaf half februari dicht bij te veel instraling en ‘s nachts om energie te besparen. Daarnaast laat de teler in april de kas krijten. Dit wordt rond 1 september weer verwijderd.

Omgekeerde volgorde

Volgens Evers was het vroeger standaard om eerst de buistemperatuur te laten oplopen, dan een kier in het scherm te trekken en vervolgens te luchten. “Door de cursus van Het Nieuwe Telen weet ik nu dat je door het verwarmen vocht produceert. Dus wij handelen andersom. Eerst zorgen we voor condensatie van de warme vochtige lucht tegen het koude glas. Als dat onvoldoende helpt, gaan we luchten.”
Pas als dat ook onvoldoende is, trek de teler een kier. De laatste stap is de temperatuur verhogen door te stoken. “Ons uitgangspunt is om het scherm zoveel mogelijk gesloten te houden voor een gelijk klimaat. Voorwaarde is dat het schermdoek voldoende vocht doorlaat.”
De teler begint dus niet met verwarmen, maar laat ‘s ochtends de temperatuur mee stijgen met de natuurlijke warmte door het plastic folie dicht te trekken. Aan het einde van de dag doet hij het energiedoek een uur eerder dicht. “Door het vasthouden van de warmte besparen we energie. Je oogst als het ware de warmte.” Daarbij let hij op dat de luchtvochtigheid maximaal 90% is. “Het transport van voedingselementen vindt vooral ‘s avonds plaats. Als het klimaat té inactief is, verdampt de plant niet.”

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn