Al ruim tien jaar zijn wij bezig met het verduurzamen van ons energieverbruik. Jarenlang hebben we ongeveer 60 procent van onze vraag ingevuld met biomassa van afvalhout en gas. Ook schreven we ons in voor een unieke installatie waarbij natuurgas uit hout onttrokken wordt. Die werd – mede dankzij SDE+ subsidie – in 2017 opgeleverd. Het break-even-point schatten we op 35-40 cent per kuub. Normaal gesproken niet rendabel. Maar om te verduurzamen en onze gasafhankelijkheid te verkleinen hebben we er toch voor gekozen.

Goed gedaan zeggen zowel Nederland als Europa. Niet dus, zeggen steeds meer burgers. Vlak voor kerst viel ook bij ons het verzoek tot handhaving van de provincie op de mat. Eerder nog vertelde diezelfde overheid ons dat een Natuurbeschermingswetvergunning niet nodig was en een melding volstond. Daar zette de Raad van State vorig jaar een streep door. De drijvende kracht achter dat vonnis is een activistische milieuclub. Die heeft waarschijnlijk de beste intenties, maar zoekt, net als Farmers Defence Force een agressieve vorm van actievoeren op waar wij last van hebben.

In een democratie mag iedereen vechten voor zijn recht. Maar hoe we ons nu ontwikkelen is het wij tegen zij en ik denk niet dat de natuur daarmee geholpen is. We willen allemaal de natuur beschermen, maar als het alleen op ieders eigen manier mag, lukt dat niet. Als mensen zijn we al zover verwijderd van de natuur. We hebben van onze ouders geleerd dat alles mogelijk is en wij leren onze kinderen dat ‘alles’ mag. Zo is het natuurlijk niet.

Het is tijd om balans te vinden tussen vooruitgang, mondialisering en leefbaarheid. Zien we Nederland als een grote stad, als handelsnatie met unieke producten en processen voor de wereld, of als zelfstandig landje tussen andere naties zoals de UK dat ziet?

Hoe dan ook, we hebben elkaar nodig in ons land: overheid, ondernemers en burgers. Als dat in Nederland niet meer lukt, dan volgt verpaupering, en daar is niemand bij gebaat!

Dieter Baas, perkplantenteler in Ens