Het praktijkonderzoek op potplantenkwekerij Green’05 is weer een stapje verder. Twee bestaande natuurlijke vijanden, de roofmijt Neoseiulus cucumeris en de gaasvlieglarven Chrysoperla carnea, pakken de pepertrips door een overkill-dosering zodanig aan dat de plaag beheersbaar is. In combinatie met de bodemroofmijt Hypoaspis miles tegen de tripspoppen voorkomen ze dat de plaag uit de hand loopt.

Martijn Roos, gewasbeschermingsspecialist bij potplantenkwekerij Green’05, is tevreden over het verloop van de praktijkonderzoek op zijn bedrijf. Die proef startte vrij snel, toen bleek dat de pepertrips (Thrips parvispinus), die in juli 2019 voor het eerst in de Nederlandse sierteelt werd gemeld, een probleem zou gaan vormen. “Vorig jaar was ons eerste leerjaar. Dit jaar is het probleem beheersbaar en kijken we of we met een andere aanpak nog verder kunnen komen.”

Wij durven laat in te grijpen

Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen probeert hij zoveel mogelijk te vermijden. Niet alleen komen er steeds minder middelen beschikbaar, ook stellen zijn afnemers steeds hogere eisen ten aanzien van chemische middelen.
Roos is blij met het ondersteunende praktijkonderzoek van Juliette Pijnakker van zijn producent van natuurlijke vijanden Biobest. “Wij faciliteren de kasruimte en durven laat in te grijpen als dat voor een proef nodig is. We zijn in 2020 begonnen met kooiproeven. Zo kwamen we op onze eerste selectie: de roofmijten Amblyseius swirskii, Transeius montdorensis en Neoseiulus cucumeris.  Nu doen we vooral praktijkproeven in het groot, in de kas. In werkelijkheid spelen er meer factoren een rol dan je in het lab of in een kooi kunt uittesten.”

Eieren in plaats van larven

Op basis van kasproeven bleek de roofmijt Neoseiulus cucumeris de beste optie voor Roos en kiest hij nu voor de eieren in plaats van de larven van de gaasvlieg Chrysoperla carnea.
“De roofmijten eten de eitjes en jonge larven van de pepertrips. Neoseiulus cucumeris is iets minder effectief dan de andere twee roofmijtsoorten, maar omdat deze roofmijten een stuk goedkoper zijn, kun je voor hetzelfde geld meer uitzetten”, noemt hij als voordeel.
Voor de gaasvlieg geldt iets vergelijkbaars. Voorheen zette Roos larven uit. Nu gaat hij voor eitjes.  “We kunnen nu meer eitjes als larven van de gaasvlieg uitzetten. En doordat de larven in de kas pas uit het eitje komen, is de overgang naar het kasklimaat minder groot en kunnen ze gelijk beter presteren.” De gaasvlieglarven zijn ‘s nachts actief, bijzonder vraatzuchtig en niet kieskeurig. Ze vallen hun volwassen prooi – veel verschillende insectensoorten – aan, waaronder de pepertrips.

Nieuwe strategie

De strategie is het ophangen van vangplaten met feromonen, wekelijks scouten of eerder als dit nodig blijkt, tweemaal per week de natuurlijke vijanden uitzetten en indien nodig ondersteunen met correctiemiddelen die niet schadelijk zijn voor de natuurlijke vijanden. De middelen die Roos gebruikt zijn NeemAzal, Oikos, Nocturn en Mainspring tegen Trips parvispinus. Sinds hij deze aanpak volgt, heeft hij geen chemische gewasbeschermingsmiddelen meer hoeven inzetten die minder passend zijn met natuurlijke vijanden, zoals Conserve of Vertimec.
Tegen de tripspoppen, die in de grond zitten, gebruikte hij al de roofmijt Hypoaspis miles. “Het voordeel van de roofmijten boven aaltjes is, dat ze meer effectief zijn omdat ze langer actief blijven.”
Het onderzoek naar de beste toepassing van deze roofmijt loopt op een van de andere locaties waar eveneens planten staan die gevoelig zijn voor pepertrips. “We zetten in het verleden de Hypoaspis alleen in de stekfase in. Nu zetten we ze ook in bij het oppotten. Indien nodig zetten we ze eventueel nóg een keer extra in. Tegelijkertijd gaan we verder met het onderzoek. We willen meer manieren vinden om de poppen in de grond nog beter aan te kunnen pakken.”

Tekst: Marleen Arkesteijn, beeld: Wilma Slegers