De allereerste natuurlijke vijand die op de markt kwam in 1967 was een roofmijt tegen spint. Toch zijn er steeds vragen gebleven over een effectieve inzet. De Franse studente Sophie Le Hesran heeft belangrijk onderzoek gedaan om de inzet van Phytoseiulus persimilis te verbeteren.

Ze deed haar promotieonderzoek voor Wageningen University bij Koppert in Berkel en Rodenrijs. Daar probeerde ze antwoord te vinden op de vraag: Waarom is de roofmijt niet zo effectief tegen spint als het heel droog is?

Bestand tegen uitdroging

De gangbare opvatting was dat de eitjes onder zulke omstandigheden doodgaan. Opvallend is dat spint, dat toch ook een mijt is, juist floreert onder droge omstandigheden.
Uit het onderzoek van Le Hesran bleek het allemaal iets anders te liggen. De vrouwtjes van de roofmijt leggen bij droge omstandigheden eitjes die beter beschermd zijn. Ze bevatten stoffen waardoor ze bestand zijn tegen uitdroging. Maar de aanmaak van die stoffen kost energie, en daardoor kunnen ze minder eitjes leggen.
Spint daarentegen gaat bij grote droogte in hetzelfde tempo door met eieren afzetten en wint de strijd. Bovendien heeft ook een uitgedroogd gewas genoeg voedingswaarde voor de spint.

Oplossingen

Uit het onderzoek van Le Hesran volgt welke oplossingen je kunt kiezen om de roofmijt effectiever te maken. De eerste is: meer exemplaren in het gewas brengen. Ze leggen per stuk dan wel minder eitjes, maar samen is het toch genoeg. Ook luchtbevochtiging zou goed werken om de eierproductie op peil te houden.
Tot slot zouden toeleveranciers kunnen selecteren op roofmijten die meer eitjes legen bij droogte.

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Ward Stepman