Paprikakweker René Geurts in America (Limburg) houdt van telen op het randje. “Een gewas dat ’s morgens dorst heeft, wordt actiever en krijgt betere wortels”, is zijn overtuiging. Daarom wacht hij vaak lang met de beginbeurt en houdt hij een minimale drain aan. Kokos is het substraat dat het beste past bij zijn strategie.

Zelfs als hij zelf afwezig is, laat René Geurts het starten van de gietbeurten ’s morgens niet aan iemand anders over. Op zijn telefoon ziet hij de gewichtsafname van mat en gewas (continu gewogen) en pas bij voldoende intering geeft hij het signaal voor de eerste beurt. Waar hij zich ook bevindt. Het starttijdstip varieert per dag.
Opvallend is dat hij niet op basis van instraling werkt. “Op licht watergeven is op veilig spelen. Wij willen er juist bovenop zitten. Eerst een dorstig gewas creëren; dan met een paar grote beurten naar het drainpunt en vervolgens steeds met kleine beurten aanvullen”, vertelt hij.

Minimale drain

Hij houdt maar 10-15% drain aan, terwijl collega’s al bij 25-30% vinden dat ze vrij ‘droog’ telen. “We zijn nulllozer. Al ons water wordt hergebruikt, ook het spoelwater van de filters. Verder hebben we geen ontsmetter; er is immers geen afvalwater. Bovendien geloven we in een gezonde balans tussen goede en slechte bacteriën in het systeem. Dat maakt de plant weerbaarder”, vertelt hij.
Om die weerbaarheid te verhogen, gebruikt hij de nuttige schimmel Trichoderma. Enige concessie op de wens om te telen met een biologische balans is de inzet van Huwa-San. Dat is een gestabiliseerd waterstofperoxide dat overmatige groei van de biofilm in de leidingen voorkomt en daarmee verstoppingen. Zuinig zijn met water staat of valt immers met een perfect werkend systeem. “Elke druppelaar geeft de gelijke hoeveelheid af, en dat testen we ook. Verder gebruiken we het systeem van Munckhof dat, ook als de pompen uit zouden vallen, nog waterdruk houdt.”

Droogtrekken en bevochtigen

Geurts’ bedrijf in het Limburgse America telt 6 ha. Het is vijf jaar geleden geschikt gemaakt voor de paprikateelt. Een deel van de kas heeft diffuus glas gekregen, het deel met helder tuinbouwglas wordt vanaf begin mei bedekt met de diffuse en warmtewerende coating ReduFuse IR. Er liggen twee Luxuous diffuse hoogdoorlatende energieschermen in. De benodigde warmte komt uit een warmtepomp (850 kW) en een gasketel.
“Toen we hier begonnen teelden we nog groene paprika’s. Daar paste steenwol goed bij. Maar bij de omschakeling naar een meer generatief ras, moest er iets anders gebeuren. Een klein deel – 1,2 ha – staat op een hoge steenwolmat. De rest op kokos van Dutch Plantin en Jiffy. Dit substraat past eigenlijk het beste bij onze manier van telen. Je kunt het heel goed droog trekken en daarna weer goed bevochtigen. Daarom hebben we dat deel steeds uitgebreid”, vertelt Geurts.

“We hebben de stille hoop dat we biologisch of ‘organic’ kunnen gaan telen op kokos.”

In het begin was de omschakeling van steenwol naar kokos even wennen voor de Limburgse teler. “Het eerste jaar hadden de jonge planten een probleem met inworteling. Dat hebben we getackeld door een afspraak met de plantenkweker. Hij levert ze heel droog af, zogezegd met flinke dorst. Dan vullen we dat even aan, maar daarna moeten ze naar water gaan zoeken in de mat.”

Vegetatieve neigingen

Kokos is in principe een wat vegetatiever substraat. Beheerst water voorkomt een weelderig gewas. Bij paprika zijn de groene vingers nog net wat harder nodig. Bij dit gewas is het immers altijd al een kunst om de balans te vinden tussen zetting, uitgroei en vegetatieve groei.
“Onze algemene ervaring is heel positief. De plant groeit toch liever op een natuurlijk substraat. Hartje winter bij weinig licht tikt dat hard door”, zegt hij. Bij het opensnijden van de mat in de kas is te zien dat de wortels er anderhalve maand na het planten heel stevig en vitaal uitzien en de mat goed doorwortelen.
De uitgekiende watergeefstrategie en substraat zorgen samen voor een heel actief gewas dat zichzelf goed koelt en dat heel sterk is. Bij de gewasbescherming is daarom vrijwel geen chemie nodig. Er gaan wel karrenvrachten biologische bestrijders in om plagen preventief de kop in te drukken. “We hebben de stille hoop dat we biologisch of ‘organic’ kunnen gaan telen op kokos. De Europese Unie schrijft nu nog teelt in de grond voor maar in Canada is teelt op organisch substraat wel mogelijk. We zijn alvast voorbereid; met minimale chemie telen kunnen we al”, zegt hij.

Dubbele laag

De hier gebruikte matten bestaan uit twee lagen vertelt Wim Roosen van Dutch Plantin. De onderlaag is gemaakt van stukje kokosnootbast, de bovenlaag van gruis. Omdat het gruis toch een beetje de onderlaag inloopt, krijg je een geleidelijke overgang van fijn naar grof materiaal.
“In het vochtige fijne materiaal kunnen de planten vlot weggroeien en het overtollige water loopt onderin weg”, zegt hij. Daarmee is de gelaagde mat wat gemakkelijker dan een gemixte waarbij de grove en fijne fractie door elkaar gemengd zijn. Die is bestemd voor telers met donkergroene vingers.
In Nederland zijn er nauwelijks vruchtgroentetelers met kokos, in België iets meer. Maar in Mediterrane landen is dit juist een heel populair substraat. In Spanje, Italië, Griekenland en Turkije liggen grote arealen.

Kokosnootsubstraat

In de teelt van zachtfruit (aardbei, framboos, braam) is kokos bijna de standaard in de meeste landen. Roosen ziet de belangstelling onder blauwe bessentelers momenteel sterk toenemen. “En als de groenteteelt op dit medium bestempeld zou kunnen worden als ‘organic’, met een meerprijs voor de groenten, dan zijn veel telers bereid om direct over te stappen”, denkt hij.
Geurts kan precies één nadeel van het substraat noemen: “Voor steenwol is een heel afvoersysteem opgezet, voor dit niet, ondanks dat het organisch materiaal is. We moeten zelf het substraat van het plastic scheiden. Dat betekent: de matten met de hand opensnijden en met twee man de inhoud eruit kieperen. Op zich zou je ze best vaker kunnen gebruiken, maar dan kom je in de knoop met de teeltwisseling”, zegt hij. Roosen ziet dat de matten in het buitenland bijna altijd meerdere seizoenen gebruikt worden, soms tot acht keer toe.

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Wilma Slegers