Tafeldruiventeler Philip Dewit uit Overijse (B) heeft zijn oude verwarmingsinstallatie ingeruild voor een condensatiegasketel. Met de nieuwe ketel wil hij de toekomst voor zijn zoon en opvolger veilig stellen. Hij is één van de weinig overgebleven druiventelers in de regio met de bijnaam ‘glazen dorp van België’.

“De vorige verwarmingsketel was een combinatie stookolie-kolen ketel uit 1985. Alhoewel hij nog functioneerde, was het een kwestie van tijd voordat hij stuk zou gaan”, verklaart Philip Dewit de overstap naar een gascondensatieketel. De oude ketel is eind vorig jaar na de druivenoogst afgebroken en de nieuwe installatie is vorige maand in gebruik genomen.
Verwarming vormt een belangrijk onderdeel van de druiventeelt onder glas. Het Vlaamse bedrijf met 7.000 m² kas verbruikte 100.000 liter stookolie per jaar. Stookolie is niet meer van deze tijd, erkent Dewit die de afgelopen decennia veel collega druiventelers in de regio zag afhaken. Overijse en Hoeilaart, twee Vlaamse gemeenten onder de rook van Brussel, waren ooit het druivencentrum van België. Door de opkomt van de Spaanse en Franse eetdruif raakte de Belgische sector in zwaar weer.

Eerste lockdown

Druiven Dewit slaagde er desondanks in een stabiele afzetmarkt op te bouwen. Zo verkoopt het bedrijf druiven in de boerderijwinkel en vooral ook op lokale markten. Groot was daarom ook de schok toen tijdens de eerste lockdown in maart vorig jaar de markten dicht gingen. “Wij hadden even schrik dat wij onze druiven niet zouden kunnen verkopen”, vertelt de Vlaming.
Een ander probleem dat de kop op stak, waren de vaste Poolse medewerkers die midden april 2020 wegbleven door gesloten grenzen. “Uiteindelijk zijn twee van de vier vaste medewerkers thuisgebleven. Dat is opgevangen door huishoudsters die tijdelijk werkeloos waren en die bij ons mochten bijverdienen.”
Uiteindelijk bleek de aanvankelijk gevreesde impact ongegrond. Niet alleen het werk, maar ook de verkoop op markten kon uiteindelijk gewoon doorgaan toen de eerste druiven in juli werden geoogst. De teler: “Zo hebben we tot midden oktober een goed verkoopseizoen kunnen draaien. Omdat mensen thuisbleven en niet op vakantie gingen, was de verkoop zelfs beter dan in voorgaande jaren.”

Vertrouwen in toekomst

De kas is in zeven compartimenten verdeeld die na elkaar in productie komen. “Op deze manier kunnen we het werk spreiden, maar bovenal de oogst. Door deze te spreiden, kunnen we alles aan particulieren verkopen. Dat is uiteraard beter dan verkoop op de veiling of aan de groothandel waar tussenpersonen eraan moeten verdienen.” Met de verkoop in de korte keten heeft Dewit aan de misère in de tafeldruiventeelt weten te ontsnappen.
Ooit telde de regio 330 ha kas. Daarvan is nu nog maar 3,5 ha van over. Met de investering in de gasketel toont hij zijn vertrouwen in de toekomst van het bedrijf dat overigens spoedig van zijn zoon zal zijn. “Over drie jaar stap ik uit het bedrijf en is het aan hem.”
De volgende investering die op het programma staat is een energiescherm om zo de warmte wat langer in de kas te houden en tevens het krijten in de zomer achterwege te kunnen laten. “We zijn ons nu aan het oriënteren op de mogelijkheden. Belangrijk voor ons is een goede doorluchting om zo meeldauw in de kas te voorkomen”, besluit de teler.

Tekst: Jerom Rozendaal