De glastuinbouw staat voor flinke uitdagingen op energiegebied. Die kun je als individueel bedrijf oppakken of in samenwerking. De net officieel opgerichte warmtecoöperatie Maasdijk kiest voor het laatste. Eerste optie voor verdere verduurzaming: aardwarmte. Het begon met een initiatief van twaalf bedrijven in de Oranjepolder (Maasdijk) en de omgeving Groeneweg (‘s-Gravenzande).
Inmiddels is het aantal bedrijven dat serieus belangstelling heeft voor warmteafname meer dan verdubbeld. Het aangesloten areaal bedraagt nu meer dan 200 hectare. “We hoeven niet te leuren. Er komen nog steeds aanmeldingen binnen”, vertelt Frank Barendse, financieel directeur van Zuidgeest Growers en voorzitter van de net opgerichte coöperatie.
De warmtecoöperatie richt zich op het gebied ingeklemd tussen Maassluis, Nieuwe Waterweg, Staelduinse Bos en de snelweg. “De aangemelde bedrijven liggen in het gebied dat op voorhand aangesloten zou kunnen worden op het warmtenetwerk”, geeft Patrick Dekker aan. Hij is energiespecialist bij Lans.
Individueel of collectief
Overal in het Westland ontstaan energiecoöperaties, als antwoord op de huidige en toekomstige uitdagingen op energiegebied. Ze worden ondersteund door Glastuinbouw Nederland en werken veelal samen met het bedrijf Energie Transitie Partners (ETP). De precieze invulling hangt af van de geologie, de concentratie van de warmtevraag en de risicobereidheid. “Duurzaamheidsvraagstukken overstijgen vaak het individuele bedrijf”, ziet Barendse. Dat vergroot de bereidheid tot samenwerking. Verder maakt de hoge concentratie glasbedrijven in het gebied individuele oplossingen soms lastiger, constateert Dekker: “Bij ondiepe warmteopslag bijvoorbeeld kun je elkaar soms in de weg zitten. Voor de opslag van laagwaardige warmte heb je snel een grotere ondergrondse oppervlakte nodig. Dan kan de buurman niets meer.”
Minder afhankelijk van aardgas
Een andere factor die tot samenwerkingsbereidheid leidt, is dat de winning van aardwarmte de afgelopen jaren gecompliceerder en duurder is geworden. En juist met aardwarmte zet een bedrijf een grote stap om de afhankelijkheid van aardgas te verminderen. Bovendien is het een warmtebron waarvan de duurzaamheid niet omstreden is.
En zo is na een periode waarin sombere geluiden klonken over het afnemende collectieve gevoel in de tuinbouw de kracht van de samenwerking weer helemaal terug. Eén van de pijlers van de Nederlandse tuinbouw waar buitenlandse concurrenten vaak met jaloersheid naar kijken.
Drie warmtebronnen
In het zuidelijke deel van het Westland is het vanwege kenmerken van de ondergrond lastiger om tot een economisch rendabel project te komen dan in andere delen van het gebied. De oplossing is een ambitieuze aanpak: drie bronnen tegelijk aanboren. “Om dat rendabel te kunnen doen, moet je er wel veel bedrijven bij betrekken. Voorwaarde is een concurrerende warmteprijs. In ruil daarvoor leggen de deelnemers zich vast op gegarandeerde afname”, geeft de voorzitter aan.
De opsporingsvergunning is rond, de SDE+-subsidie is toegekend en de boorlocatie aan de Lange Kruisweg is inmiddels vastgelegd. De coöperatie heeft ervoor gekozen het project samen met ETP te ontwikkelen, deze laatste neemt het risico; de tuinbouwbedrijven kunnen behalve afnemer ook participant worden. Met de aardwarmte kunnen ze 30 tot 50% van hun warmtebehoefte invullen. De rest komt uit de eigen WKK’s en ketels.
Warmtenetwerk
De coöperatie kijkt verder naar andere mogelijkheden om het gebied te verduurzamen, zoals restwarmte vanuit het Botlekgebied en centrale houtstook. Dekker: “De investering in een warmtenetwerk is fors maar als het er eenmaal ligt, biedt het enorme mogelijkheden. We onderzoeken of we aansluiten op het geplande WarmteSysteem Westland. Dat regionaal dekkende systeem vergt grote investeringen en je kunt het eigenlijk niet alleen aanleggen voor aardwarmte of restwarmte. Maar als je warmtebronnen stapelt, wordt het veel aantrekkelijker. Zo kan aardwarmte bijvoorbeeld het vliegwiel worden, waarbij je dan restwarmte en onderlinge warmte-uitwisseling tussen bedrijven meeneemt.”
Koude teelten
Barendse benadrukt dat bedrijven met een beperkte warmtevraag eveneens kunnen profiteren, als er eenmaal een leidingnetwerk ligt. Dan is aansluiten op de leiding namelijk niet meer zo duur. “Voor ons gebied zouden we zoveel mogelijk glastuinbouwbedrijven erbij willen betrekken. Een goede dekking in het gebied vergroot de mogelijkheden om tot een mix van oplossingen te komen.”
Het bestuur van de coöperatie bestaat louter uit telers en wordt ondersteund door Glastuinbouw Nederland. De eerste taak is toezicht houden op het aardwarmteproject zodat het doel ‘duurzame warmte tegen een concurrerende prijs’ ook daadwerkelijk is te realiseren.
Oplossing voor CO2-behoefte
Het komende jaar wordt de business case berekend: daar rolt een concept-warmteprijs uit. De uitvoering zou dan kunnen starten eind 2020, zodat de eerste warmtelevering winter 2022 kan plaatsvinden.
Randvoorwaarde is dat er een oplossing komt voor de CO2-behoefte van de aangesloten bedrijven. “Bedrijven met een CO2-vraag gaan twee keer zoveel externe CO2 gebruiken”, geeft Dekker aan. “Dat moet betrouwbaar en betaalbaar ingevuld worden. We vragen daarom aan OCAP, de leverancier van CO2 uit het Botlek-gebied, om de stappen naar de toekomst te zetten, die de sector nu ook maakt. Daar moet wel wat gebeuren: er komt nog te weinig CO2 bij.”
Verduurzamingsstap
Met de aardwarmte, en eventueel de restwarmte, maakt de sector een duidelijke verduurzamingsstap. Het vergt een voortdurende inspanning om dat onder de aandacht te brengen: bij afnemers, bij de overheid en bij de publieke opinie.
Dekker wijst erop dat de tuinbouw al grote stappen heeft gezet: “Met onze WKK’s gebruiken we de energie-inhoud van aardgas efficiënter dan elke andere partij. We hebben al een grote efficiëntieslag gemaakt. Het gasverbruik per kilo product is sterk gedaald. Bovendien zijn wij qua waterverbruik ten opzichte van andere landen zeer duurzaam. Nu voeg je weer een extra duurzaam element toe”, zegt hij.
De noodzaak om daar zelf als sector op te wijzen, blijft echter steeds bestaan. “De supermarkten gaan steeds beter begrijpen welke mogelijkheden duurzaamheid biedt. Ze waarderen het ook zeker, maar niet in euro’s”, ziet Barendse.
Fossielvrij
Beide coöperatievertegenwoordigers benadrukken de weg van redelijkheid. De discussie over een ‘fossielvrije’ economie slaat wel eens wat door. Zo is de levering van restwarmte uit het Botlekgebied strikt genomen niet ‘fossielvrij’, want de leverende bedrijven gebruiken immers fossiele brandstoffen. Dekker is daar heel duidelijk over: “Het gaat om warmte die nu vernietigd wordt. Dan is het toch heel mooi als we die gaan gebruiken! Je moet denken in transities: een geleidelijke overgang naar een ander energieverbruik. Als Lans hebben we het standpunt dat we voorlopig niet zonder gas kunnen, tenzij de overheid de juiste voorwaarden schept. We gebruiken het gas al heel efficiënt.”
Ook Barendse benadrukt de weg van de geleidelijkheid. “Transitie vergt tijd. Daar moet je rekening mee houden. Als we nu beginnen met aardwarmte en daar een infrastructuur voor bouwen, kun je die op termijn goed benutten voor alternatieven die nu nog onbereikbaar lijken.”
Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Studio G.J. Vlekke











