Als u dit leest, zit ik – als het goed is! – in het zonnige Griekenland. Even weg van de dagelijkse sleur, even lekker ontspannen met mijn gezin en vrienden. Toch voelde het vooraf voor mij niet dat de vakantietijd al is begonnen. Dat komt uiteraard door de vreemde wereld waarin we nog steeds leven ondanks de versoepeling rondom het coronavirus.

Maar het komt vooral ook doordat ik in deze tijd de Tour de France mis. Bij het schrijven van deze column, eind juli voel ik de dagelijkse opwinding van ’s werelds grootste wielerevenement. ‘s Middags de tourflits op de radio als je naar huis rijdt, even thuis de samenvatting kijken op tv van de gereden etappe die dag. Welke Nederlander kan er die dag mee en hoe houdt de ploeg met toprenners zich dit jaar? Het is er allemaal niet. De grootste sportzomer sinds jaren met ook het EK voetbal en de Olympische Spelen is om bekende redenen geheel afgelast.

Om je heen hoor je toch geregeld weer mensen die naar het buitenland op vakantie gaan. Anderen blijven in Nederland en gaan misschien wel iets korter dan andere jaren. Zo zal het in de rest van Europa ook zijn. Wordt het een zomer als alle anderen? Ik kan het me niet voorstellen. Blijven we deze zomer in de markt met onze producten? Zullen de consumenten die thuisblijven ook meer bloemen kopen? Dat is te hopen. Al met al hebben we een spannend voorjaar gehad met ups en downs en zullen we ook een spannende zomer en najaar tegemoet gaan.

Eigenlijk is het ondernemen vergelijkbaar met de Tour de France. Je begint elk jaar weer fris aan de start. Je team is compleet en gemotiveerd. Onderweg komen er altijd hobbels of soms zelfs bergen waar je overheen moet. Je wordt beloond voor korte tussensprints, er is een trui voor jonge talenten en er zijn premies te verdienen onderweg. Maar de echte grote beloning is aan het einde in Parijs. Bij de rit over de bijna twee kilometer lange Champs-Elysées, waar de laatste rondjes als een zegetocht voelen. Mits je in de gele trui rijdt.

Ronald van Veen, gerberateler in De Lier