De biologische bestrijding van trips, wittevlieg en spint liep bij Topline Gerbera in Tuil vorig jaar vrijwel probleemloos, al blijven er ook genoeg uitdagingen. Vooral de Turkse mot en ringpootoorworm houden gerberateler Rino Mans bezig. Voor de inzet van biologische bestrijders maakt hij zoveel mogelijk gebruik van een bioverdeelmachine. “Die zorgt voor een betere verdeling van de bio en bespaart ook veel arbeid.”

Mans teelt gerbera’s op 3,9 ha, hoofdzakelijk mini’s, voor de snijbloemen. Vijf jaar geleden verkaste hij van Hedel naar Tuil, dankzij een verplaatsingsregeling. “Op onze vorige tuin in Hedel zaten we als een eenling en hadden we nooit problemen met trips, hier wel. Sinds we met een bioverdeelmachine werken is de plaag jaarrond eigenlijk onder controle. Sommige vakken doen we wekelijks, andere vakken strooien we om de veertien dagen. Je hebt weleens een week dat het uit de bocht vliegt, maar over het algemeen kun je trips met biologische bestrijding prima onder de duim houden.”

Arbeidsbesparing

De bioverdeelmachine is ontwikkeld door Royal Brinkman, en dit type is specifiek voor het gerberagewas, zegt product specialist Michael Visser. “In de gerberateelt ontstond de wens om biologie traliebreed te verstrooien, niet vol over het gewas heen, maar per teeltrij en onder de bloemknoppen. De ‘Unimite Row’ is specifiek voor die taak ontworpen, zodat er geen materiaal in de bloemknoppen terecht komt, waar het Botrytis kan veroorzaken. Bij volvelds strooien zou er te veel biologie op de grond vallen en verloren gaan.”
Tot drie jaar geleden werden biologische bestrijders bij Mans met een koker handmatig uitgestrooid, maar dit leidde zelden tot een optimale verdeling. “Het kost ook heel veel tijd, zeker als je met tripsbestrijders elke week of om de veertien dagen wilt strooien. Toen hadden we met tien personen ongeveer anderhalf uur werk, dus vijftien mensuren. Nu doet één medewerker in vier uur machinaal de hele kas. Dat is een groot voordeel, aangezien dat strooien en uitzetten altijd moet gebeuren in een periode dat het toch al drukker is.”
De bioverdeelmachine is gemonteerd op een Meto spuitwagen, die in één gang een tralie van acht meter breed met tien plantrijen behandelt. Via kunststof doseerbuizen wordt het middel onder de bloemen op het gewas gestrooid. Mans gebruikt de machine voor de verspreiding van biologische bestrijders van Agrobio tegen trips en spint, eventueel door elkaar heen gemengd, en meestal ‘verdund’ met een zak voermijten. Een medewerker hoeft er alleen voor te zorgen dat de voorraadbunker gevuld is. De machine rijdt vanzelf naar achteren en weer naar voren.

Biologische bestrijders

Voor de bestrijding van trips verstrooit Mans wekelijks tot tweewekelijks Transeius montdorensis, dat in de meeste gevallen voldoende effect sorteert. “Als de aantallen trips toch nog te hoog worden kun je ook bijspringen met Orius, een roofwants. Die moet je wel met de hand uitzetten, maar die eet in principe alle tripsstadia”, zegt gewasbeschermingsspecialist Caroline van den Biggelaar van Royal Brinkman.
Andere plagen die de gerberateler met biologische bestrijders aanpakt zijn wittevlieg, spint en mineervlieg. Wittevlieg bestrijdt hij met Encarsia formosa en incidenteel met Delphastus catalinae (een roofkever). “Die kever kan een pleksgewijze haard van wittevlieg opruimen in het gewas. Deze kever moet ook handmatig worden ingezet.” Tegen spint is Phytoseiulus persimilis de vaste keus. Voor mineervlieg is dat de sluipwesp Diglyphus.
Zakjes met roofmijten of kaartjes met sluipwespen in het gewas hangen behoren sinds de aanschaf van de bioverdeelmachine tot het verleden. Mans: “Het nadeel van zakjes was ook dat de oorworm er graag in ging zitten, vanwege het Vermiculite-achtige materiaal dat erin zit, wat vochtig wordt. En dat trok ook muizen aan.”

Infraroodcamera

De Turkse mot blijft nog wel een uitdaging voor Mans. In de winter chemisch bestrijden en dan met een schone lei beginnen richting het voorjaar, is het devies.
De rupsen bestrijdt hij in het voorjaar en de zomer met een Bt-middel, zoals Turex of Xentari. Chemisch bestrijden van de Turkse mot is dan eigenlijk geen optie, omdat het de biologische bestrijding van alle andere ziekten en plagen lam legt.
Daarnaast volgt Mans de motten met behulp van een PATS-C infraroodcamera. Daardoor weet hij eerder hoeveel motten er in zijn kassen zitten en of hun aantal toe- of afneemt. “In de zomer gebruiken we ook onze deksproeiers in combinatie met het sluiten van ons open schermdoek tegen het invliegen van motten. Dankzij de camera weten we wanneer ze het meest actief zijn: tegen zonsondergang.”
Dit najaar overweegt Mans toch insectengaas te installeren, al twijfelt hij tussen het harmonica- of zakkensysteem. “Het laatste systeem is simpeler en daardoor goedkoper, en doet in principe hetzelfde. Het heeft ook minder impact op het kasklimaat, wordt gezegd. Het gaas houdt niet alleen de motten tegen, maar het helpt ook tegen wants of luis.”

Ringpootworm bestrijden

De ringpootworm wordt ook steeds vaker in zijn kas gesignaleerd, al blijft de schade bij Mans tot nu toe beperkt. “Ze zijn bijna niet te bestrijden omdat ze in de pot gaan zitten. Het belangrijkste is hygiëne, ervoor zorgen dat er geen grote hoeveelheden blad op de grond blijven liggen.”
Een mogelijke oplossing is de Sticky Disc, een gezamenlijke vinding van Royal Brinkman en een gerberateler. Deze eenzijdig klevende schijf met een uitgestansde kern is voorzien van een kliksysteem. Van den Biggelaar: “Ringpootoorwormen zijn lichtschuw en vochtminnend en houden zich in kassen veelal schuil onder het teeltsysteem waar gronddoek ligt. Door de schijfjes te bevestigen rondom alle waterslangen en staanders onder het teeltsysteem, is het voor de ringpootoorworm niet mogelijk om het gewas van onderaf te bereiken.”
Mans, tot slot: “In gerbera wisselen we elke drie jaar van gewas en dan is het van groot belang om schoon met de teelt te beginnen. Door het wegvallen van breedwerkende middelen groeien de aantallen ringpootwormen. De mate van schade in gerbera is soortafhankelijk, maar ze zorgen overal voor gewas- en bloemschade. Hopelijk helpen de discs dit probleem te tackelen.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen