Arjan en Marco de Hoog van De Hoog Orchids investeerden in het afgelopen jaar volop in zonnepanelen. In combinatie met WKK’s is de Dendrobium-kwekerij nu maximaal geëlektrificeerd. “Zo proberen we zo weinig mogelijk netstroom in te kopen. Zeker nu met de ODE-heffing en de SDE-subsidie is deze investering interessant. Het is ook goed voor je uitstraling.”

De broers telen sinds 1990 Dendrobium nobile. Op twee locaties van in totaal 52.000 m² glas worden deze orchideeën zo duurzaam mogelijk geteeld, voor bloemisten, tuincentra en supermarkten. “We willen jaarrond de beste nobiles maken, in verschillende kleuren. Daar hoort ook duurzaamheid bij, al zullen we dit niet van de daken schreeuwen. Ook vinden wij het belangrijk om een positieve uitstraling te hebben naar onze omgeving en willen het milieu zo min mogelijk belasten. Maar het moet ook een haalbare businesscase zijn”, zegt Marco de Hoog, verantwoordelijk voor verkoop en personeel.

Investeringen

De afgelopen dertien jaar investeerden de broers in nieuwe kassen, WKK’s, belichting (SON-T in de kas en LED’s in een kweekcel met drie teeltlagen), warmte/koude-opslag (WKO), zowel boven- als ondergronds, warmtepompen, driedubbele schermdoeken en zonnepanelen. Verder maakt het bedrijf gebruik van OCAP-CO2, koeling en luchtbevochtiging.
De kassen elk 2,6 ha stammen uit 2007 (Pijnacker) en 2013 (Delfgauw). Het huidige gasverbruik bedraagt circa 1,7 miljoen m³ in Delfgauw en 2,3 miljoen kuub op de andere locatie. “Dit verschil valt te verklaren door de inzet van een WKO met warmtepomp”, zegt Arjan de Hoog, verantwoordelijk voor teelt en inkoop. “We verbruiken daardoor wel meer stroom, ook voor de kweekcel.”

Warmtevraag

In de kweekcel – een Venlokas met drie teeltlagen en sandwichpanelen in het dek – worden de nobile’s in drie tot vier weken in bloei getrokken. Een noodzakelijk onderdeel van het teeltplan van in totaal 50 weken. Voor het koelen van deze ruimte gebruiken de broers een tweede (kleinere) warmtepomp. De warmte die dit oplevert gaat naar de lauwe tank (LOB), zodat deze ‘s nachts in de kas nuttig wordt gebruikt of naar de ondergrondse opslag.
De Hoog: “De grote warmtepomp gebruiken we in de winter voor het verwarmen van de kas, dan maken we van het lauwe water 50 graden, daar stoken we de kassen mee en de restkoude slaan we op in de bron. Als het ’s zomers te warm is, halen we de kou uit de bron, daar koelen we de kas mee. Wordt het te warm, dan gaat het in de andere bron terug.”
De warmtepompen zorgen op locatie Delfgauw in totaal voor 20% van de energiebehoefte. Op de locatie in Pijnacker vullen ze de warmtevraag zoveel mogelijk in met een WKK en een (kleine) ketel.

Inkoopstrategie

“Vroeger kon je ’s winters, als de stroom goedkoop was, verwarmen. Tegenwoordig is de stroom ’s zomers weleens goedkoop, vooral overdag. Dan kun je de koelinstallatie aanzetten, dan sla je ook warmte op in de bron en haal je het ’s winters weer terug. We letten continu op de dag- en uurprijzen. Wij kunnen daardoor heel flexibel meebewegen met de elektriciteitsmarkten, het weer en onze eigen vraag, om zo de kosten zo laag mogelijk houden.”
De Hoog maakt gebruik van een Powerbox, die automatisch regelt bij welke stroomprijs de motor aan of uit gaat. “Als mijn eigen verbruik hoger wordt dan 800 KW gaat sowieso de WKK aan, want meer wil ik niet inkopen. De warmtepomp draait op stroom van de WKK als er geen belichtingsvraag is en ’s zomers op de zonnepanelen.”

Besparing 300.000 m³ gas

De 2.600 zonnepanelen op het dak in Delfgauw produceren jaarlijks 740 MW, de zonnepanelen aan de gevel (ruim 500) en op het dak (1.500) in Pijnacker 577 MW per jaar. Hiermee wordt vooral in de zomer in de stroombehoefte voorzien, zodat de motor minder uren hoeft te draaien. “Hiermee besparen we jaarlijks 300.000 kuub gas”, zegt de teeltman. Al moet je het terugleveren van stroom hier nog afhalen.”
De gevelpanelen leveren minder stroom op dan de dakpanelen, maar zijn toch zinvol. “Afgelopen winter hebben we ze getest en toen bleek dat ze zelfs voor lagen op het dak. Wij hebben een zuidoostgevel, in de zomer draait de zon er om drie uur vanaf. Dan halen de dakpanelen de gevel weer in. Ze zijn op advies van mijn vader gekozen. Het moest er wel strak uitzien, vond hij. Dat is prima gelukt. We doen het ook voor onze klanten en onze medewerkers.”

Toekomst

Concrete plannen voor nieuwe energiebesparende maatregelen zijn er nu niet, al houden de broers wel de ontwikkeling van nieuwe technieken in de gaten. Ruimte voor meer zonnepanelen is er niet.
De Hoog: “Je kunt natuurlijk wel stroom duurzaam gaan inkopen met certificaten, bijvoorbeeld windenergie. Zolang de stroom of de ODE-opslag te duur zijn, gaat de WKK niet weg en blijft het gas interessanter.” Gaat de ODE weer omlaag en heeft windenergie een nette prijs dan zouden ze kunnen aansluiten op de ringleiding, met aardwarmte van nabijgelegen telers Duijvestijn of Ammerlaan, want dan is extra warmte nodig.
“Als de stroomprijs onder nul gaat, kost het terug leveren geld. Dan zouden we misschien zelf waterstof kunnen maken. Volgens mijn leverancier kun je een WKK ook op waterstof laten draaien. Dat zijn ze al aan het testen. TU Eindhoven is met brandstof op basis van ijzerpoeder bezig. En er wordt onderzoek gedaan naar zonnepanelen die direct waterstof kunnen maken. Die ontwikkelingen houd ik wel in de gaten, maar dat is voor de lange termijn.”

‘Terugverdientijd installatie moet niet te lang zijn’

De gebroeders De Hoog kunnen hun energie-installatie heel flexibel inzetten. Dat is misschien wel het belangrijkste aspect in hun strategie, in een onzekere toekomst”, stelt Arjan van der Spek, energieadviseur bij Enova.

 

Marktomstandigheden veranderen namelijk snel en hetzelfde geldt voor overheidsbeleid. Daarmee komt menig business case vaak snel op losse schroeven te staan. Het is dus ook belangrijk om de investeringen in die installaties in een voldoende korte tijd terug te kunnen verdienen, zodat veranderende omstandigheden niet in de weg zitten.
Van der Spek: “Daarnaast zien we steeds grotere fluctuaties in korte termijn prijzen, APX en onbalans, waar hun installatie prima mee om weet te gaan. Dat gaat zeker zorgen voor financieel gewin, plus een bijdrage aan een duurzame toekomst. Men moet zich echter ook niet te snel rijk rekenen; zo is het voordeel van eigen stroomproductie uit zonnepanelen vaak minder groot dan men denkt. De uitkering van de SDE-subsidie wordt sinds 2018 gekort met het voordeel van eigen verbruik. Verlagen van kosten voor energiebelasting en transport wordt dus direct gecompenseerd door een lagere subsidie-uitkering.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen