De roep om meer natuurlijk geproduceerde bloemen en planten wordt steeds luider. Ook bij Robert van Egmond begon het te kriebelen. “Chemie vernietigt het bodemleven, zoveel is wel duidelijk.” Mede daarom begon de matricariateler in 2018 met proeven om kunstmest te vervangen door organische voedingsstoffen. Een zaak van de lange adem.

Tijdens het oogstwerk zien Robert van Egmond en zijn oom Kees steeds meer bijen stuifmeel verzamelen op de bloemen. Er is duidelijk weer plaats voor de natuur op het bedrijf en dat voelt goed. Beiden menen dat kunstmest de landbouw absoluut veel goeds heeft gebracht, maar dat de grenzen nu zijn bereikt. Robert van Egmond: “Weet je wat het is, een gezonde bodem is essentieel voor een gezond gewas. Het jarenlang toedienen van chemische middelen heeft de bodem ‘dood’ gemaakt waardoor de natuurlijke wisselwerking flink is verstoord. Door te minderen met kunstmest willen we die relatie weer opbouwen. Uiteindelijk investeer je in een meer weerbare plant. En inderdaad, daarmee reduceer je weer het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.”

Minder kunstmest

Het is een kringloop. Een gezonde bodem maakt de wortels actief waardoor de plant minder behoefte heeft aan de overdaad van kunstmest. Tegelijkertijd levert de plant weer terug aan de bodem. Klinkt logisch, vonden ook de bloementelers. Ze wilden het gedachtegoed graag in de praktijk brengen en nodigden daarom Plant Health Cure (PHC) uit voor een oriënterend gesprek. Deze producent en leverancier van organische meststoffen, wortelschimmels, wortelbacteriën en biostimulanten wilde de telers graag begeleiden.
“Zo’n verandering voer je niet in één dag door”, benadrukt Van Egmond, “het is een heel proces. Als teler moet je de plant helpen bij het omschakelen van chemische afhankelijkheid naar biologie. Het inbrengen van de juiste producten is daarbij absoluut noodzakelijk.” Op een van hun tuinen startten ze vervolgens met proeven en halveerden in drie vakken de kunstmestgift.

Meer evenwicht

Niet alleen voor de plant en de bodem is de meer biologische werkwijze nieuw, ook voor de telers is het een zaak van ‘omdenken’. Ze staan er nuchter in. “We zijn echt geen wereldverbeteraars, maar we geloven wel dat dit de richting is die de tuinbouw op gaat. Het is vooral een kwestie van geduld hebben, proberen en leren. We houden rekening met een omschakeltermijn van zo’n drie jaar. Dan hebben we hopelijk de evenwichtige bodem waar we naar streven. Tot die tijd hebben we inderdaad wat verliezen ingecalculeerd. Dat hoort erbij.”
De mede-eigenaren (en tevens familieleden) van Van Egmond Matricaria wachten de ontwikkelingen op de tuin van Robert rustig af. De drie ooms en drie zonen beheren drie locaties in Bleiswijk. Op totaal 4,5 ha worden kamille en witte en gele matricaria geteeld. De bloemen staan er in de vollegrond.
Robert van Egmond bekijkt de uitslagen van bodemmonsters. “Het is hier overal zavel: 43% zand en 20% klei.” De proeven begonnen op zijn locatie (13.000 m²) en inmiddels heeft ook een tweede tuin de kunstmestgift gehalveerd. De telers werken puur vanuit de overtuiging om chemie terug te dringen. “Het is niet ons doel om volledig biologisch te worden; om kunstmest compleet uit te bannen. Nee, een SKAL-certificaat zit er niet in. We willen gewoon kijken of het mogelijk is om op een meer natuurlijke wijze een mooie bloem te produceren.”

Dynamisch recept

De kunstmestproeven lopen nu anderhalf jaar. In samenwerking met Menno Kamphuis van Plant Health Cure ontwikkelden de telers een recept dat de omschakeling moet begeleiden. Bij het voorbereiden van de vakken strooit de teler de bodemversterker TerraPulse en OPF (Organic Plant Feed korrels). Tijdens de groeifase wordt vloeibare OPF-meststof via de regenleiding meegegeven samen met biostimulant Compete Plus en chelator Fulvic 25. De teler spuit ook nog bladmeststof Natural Green en Proact. De harpine-eiwitten stimuleren het afweersysteem van de plant.
Kamphuis: “Het is een dynamisch recept. Op basis van bodem-, plantsap- en bladmonsters beoordelen we regelmatig wat de plant en de bodem nodig hebben om het evenwicht te herstellen. Op basis van die meetwaarden passen we de samenstelling aan. Nu zijn dat kleine aanpassingen. In het begin waren dat best grote stappen, ja. Vergelijk het met iemand die altijd vloeibare voeding via een infuus heeft gehad. Als die persoon plots vast voedsel krijgt voorgeschoteld, moeten de darmen aan het werk. Dat opstarten van een complex proces als spijsvertering kost tijd en moeite, maar is zeker de moeite waard.”

Opnieuw leren telen

Aanvullend op genoemd bemestingsrecept laat de teler enkele trays met planten bij de plantenkweker behandelen met Miniplug. De mycorrhizaschimmels in dit product vormen zeer fijne schimmeldraden waarmee de opnamecapaciteit van de plant met gemiddeld 700% wordt vergroot. Middels proeven wordt de vestiging van de schimmels gevolgd. Van Egmond: “Op ons bedrijf kijken we nu of die behandelde stekken beter groeien of niet. Het is inderdaad een beetje pionieren, maar wij vinden dat leuk. Je hebt een andere set instrumenten tot je beschikking en moet die op een heel nieuwe manier gebruiken. Als je die omslag niet kunt of wil maken, adviseer ik stellig om er niet aan te beginnen.”
Middels de betere bodemgezondheid hopen de ondernemers binnenkort ook drastisch te kunnen besparen op bestrijdingsmiddelen. De beste gewasbescherming komt immers vanuit de eigen plantweerbaarheid. Als aanvulling hierop kiezen de telers sinds vorig jaar zo lang mogelijk voor een biologische aanpak van mineervlieg, trips en luizen.
“Niet dat we tegen chemische middelen zijn, maar de mate waarin ze gebruikt worden wel. Het is een glijdende schaal. Hoe meer kunstmest je gebruikt, hoe meer bestrijding je moet uitvoeren. En met het beperkte middelenpakket van tegenwoordig, loop je snel tegen de problemen aan. Alles hangt met elkaar samen.”

Wel of niet stomen

Tot dusver zijn de resultaten naar tevredenheid. Volgens de teler hadden de bloemen uit de proefvakken zelfs een hoger gewicht dan de gangbaar geteelde producten. Van Egmond: “Dat is een indicator dat we op de goede weg zitten.” Het is nu vooral zaak de gesteldheid van de bodem nauwlettend te blijven volgen. Via chroma- en mycorrhiza-analyses verzamelt de leverancier extra data. Hoe meer informatie hoe fijner de telers kunnen sturen. Natuurlijk houdt de adviseur het stikstofgehalte goed in gaten. “Hoewel de kunstmestgift gehalveerd is, bevat de bodem nog voldoende stikstof voor de plant. Zo zie je maar, die overdaad is echt niet nodig, dat spoelt alleen maar uit. En je krijgt er luie wortels van.”
De adviseur heeft nog wel een aandachtspunt voor het bedrijf: stoppen met stomen. Van Egmond stoomt nu nog 1 keer per jaar tegen onkruiden. Maar ja, die actie maakt de hele aerobe bovenlaag van de bodem kapot. Zonde van alle eerdere inspanningen, vindt ook de teler. “We overwegen voorzichtig om binnenkort bij wijze van proef 1 of 2 vakken niet te stomen. Stap voor stap. Proberen en leren, hè.”

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: LD Photography