Na het ‘proof of concept’ in 2024 startte dit jaar op twee plaatsen een driejarige, door RVO gefinancierde praktijkproef met innovatieve PV-panelen geïnstalleerd in de kas. Deze panelen laten PAR-licht passeren en zetten overige straling om in elektriciteit. De innovatieve PV-panelen liggen niet op bedrijfsruimten of bassins, maar hangen gewoon in de kas.

Het zou een gamechanger kunnen worden, maar dan moeten er eerst nog flink wat vragen worden beantwoord. De proeven liggen op dit moment bij kuipplantenteler Harry Beijer in Bemmel en Division Q, de innovatietak van Koppert Cress in Monster.

Toepassing kan enorme impact hebben

In de Onder Glas editie van maart 2025 benoemde Egon Jansen van TNO de relevantie als volgt: “Voor een succesvolle energietransitie zijn zonnepanelen (PV) in combinatie met andere vormen van elektrificatie nodig. De motor achter zo’n systeem is grootschalige opwekking van zonne-energie. Het nieuwe PV-concept van Voltiris zou daarin kunnen voorzien. Wat deze panelen interessant maakt, is dat ze geen PAR-licht blokkeren. Grootschalige toepassing in kassen kan een enorme impact hebben.”
Belangrijke vragen voor telers zijn, nog afgezien van het energetische rendement, hoeveel PAR-licht en stralingswarmte er uiteindelijk bij het gewas komt, hoeveel licht de installaties onderscheppen en welke praktische beperkingen er te overwinnen zijn. Bart van Meurs van Division Q en teler Harry Beijer stelden proefruimte beschikbaar om die antwoorden boven water te krijgen. Wat zijn hun ervaringen tot op heden?

Praktische hobbels

Harry Beijer kan er nog weinig van zeggen. Zijn proefafdeling beslaat een halve kap van ongeveer 225 m², waar nu 12 panelen hangen. “De afdeling was tijdelijk gehuurd door onze collega Karma Plant, die anthuriums teelt. Het plan was dat die afdeling in het voorjaar weer beschikbaar zou komen, maar het is anders gelopen. Door omstandigheden is de ruimte nog niet vrijgekomen en staan er nog steeds anthuriums. Die verdragen minder licht dan onze eigen teelten. Er wordt daarom veel geschermd, waardoor de PV-panelen dit jaar niet goed uit de verf komen.”
Ook bij Division Q loopt het anders dan verwacht. Daar is de helft van de proefkas van 1.000 m² beschikbaar gesteld voor de proef, waarvoor 56 PV-panelen zijn geïnstalleerd onder de al aanwezige scherminstallaties. “Ja, wij hebben in feite een luxeprobleem. De vraag naar de producten van ons moederbedrijf is dermate groot, dat de proefkas nu ook is ingezet voor commerciële productie. Daarin kunnen we niet de risico’s lopen die we in proeven niet uit de weg gaan. De consequentie daarvan is dat het dek al vroeg is gecoat met ReduHeat en dat het scherm ook wat intensiever wordt ingezet.”

Stroom alleen niet toereikend

De innovatiemanager vindt het jammer dat hij dit jaar nog niet alle antwoorden kan krijgen op enkele prangende vragen, zoals de verschillen in bladtemperatuur tussen plantjes waar wel of geen invloed is van PV-panelen. “Ik ben erg benieuwd of het in een situatie met panelen mogelijk is om de kasdekcoating achterwege te laten of sterk te verminderen. Dat zou een mooie en naar mijn inschatting ook noodzakelijke plus kunnen zijn van dit concept. Als de infraroodstraling goeddeels wordt afgevangen en omgezet in elektriciteit, acht ik het niet onmogelijk. Om tot een goede technische én economische inpassing te komen is het wenselijk om méér te doen dan alleen elektriciteit opwekken. Een lagere bladtemperatuur zou een mooie kans zijn. Hopelijk kunnen we daar volgend jaar meer inzicht in krijgen.”

Keurig werk

Ondanks zijn voorbehoud benadrukt Van Meurs dat hij erg enthousiast is over het innovatieve karakter van de panelen en over de manier waarop deze (56 stuks op 500 m²) door Voltiris en Horconex zijn geïnstalleerd. “De teelt liep gewoon door en ze hebben keurig werk afgeleverd. Die pluim wil ik ze graag geven. Het is jammer dat we er in het eerste proefjaar niet alles uit kunnen halen, maar klagen over een luxeprobleem ligt niet in mijn aard.”

Tekst: Jan van Staalduinen