Expertisecentrum Delphy start samen met partners een onderzoek naar de teelt van cannabis. Doel is om uit te vinden onder welke omstandigheden het gewas de juiste hoeveelheid inhoudsstoffen aanmaakt die de farmaceutische industrie nodig heef. Dat zijn bijvoorbeeld de cannabinoïden THC en CBD, maar ook terpenen en fenolen. “Nu de teelt wereldwijd de illegaliteit ontgroeit en professionaliseert, is er betrouwbare kennis nodig,” zegt Jeroen van Buren.

Het onderzoeksproject gaat in principe vijf jaar duren. Zes partners richtten er het onderzoekscentrum MCPIR (Medical Cannabis Platform Innovation & Research) voor op. Naast Delphy zijn dit Philips Horticulture LED Solutions van Signify, Koppert, Paradise Products, Priva en Mills Nutrients & Substrates. In indoor cellen gaan ze rassen en teeltmaatregelen uitgebreid testen. Zo kijken ze naar lichtstrategieën, voeding, substraat en natuurlijke ziekte- en gewasbescherming. Daar moet een blauwdruk uit komen waar telers wereldwijd hun voordeel mee kunnen doen.

Met zolderkamer-methode kom je er niet

Projectleider Jeroen van Buren: “Steeds meer telers pakken dit gewas op, wereldwijd. Maar als je de farmaceutische industrie wilt beleveren, dan kom je met de zolderkamer-methode niet ver. Je hebt er immers met zware eisen en voorwaarden te maken.”
Als teler moet je GMP-gecertificeerd zijn (Good Manufacturing Practices), maar daarnaast moet je continu eenzelfde percentage aan inhoudsstoffen kunnen leveren. Als de farmacie 17% THC eist, en je zit op 12%, dan keuren ze die batch af. “Je wilt dus sturen op een continue, specifieke hoeveelheid inhoudsstoffen. Wij gaan onderzoeken met welke maatregelen je dat bereikt. Zelf doen we dat in meerdere indoor cellen, maar we gaan dat later uiteraard weer door vertalen naar ‘recepten’ voor teelten in de kas en buiten.”
Het onderzoek begint niet bij nul. Er is al veel kennis vanuit vergelijkbare teelten, zoals die van chrysant. Ook is er al veel bekend over lichtstrategieën.

Uniek in aspectkeuze

Na een laatste keuring door het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) hoopt het MCPIR eind juni de definitieve ontheffing binnen te hebben om met de teelttesten te kunnen beginnen. “We moeten uiteraard aan een hele hoop eisen voldoen voor die ontheffing. Ook als het gaat om veiligheid. Als dat allemaal is goedgekeurd, gaan we in juli eerst beginnen met rassenproeven. Als we twee goede rassen hebben, gaan we daar de onderzoeken mee doen. Het programma bestaat uit 33 onderzoeksvragen.
Omdat we een vijfjarig contract hebben, kunnen we het onderzoek gefaseerd uitvoeren en steeds één of twee aspecten bekijken, zoals het effect van biostimulanten bijvoorbeeld. Deze aanpak garandeert dat de uitkomsten uiterst betrouwbaar zullen zijn.”
De testlocatie is van alle technieken voorzien. De onderzoekers kunnen er alle lichtkleuren en -intensiteiten instellen, het klimaat van 0 tot 35 graden sturen, de luchtvochtigheid van 50% tot 100% en de CO2 van 0 tot 2.000 ppm. “De bouw van het centrum en de sturingsmogelijkheden zijn zo gekozen dat we steeds de grenzen kunnen verkennen,” zegt Van Buren.

Kennis ontsluiten

De komende vijf jaar zal MCPIR geregeld demonstraties, events, lezingen en trainingen organiseren. Eens per week is de testlocatie geopend voor (gepland) bezoek. De verzamelde kennis wordt uiteindelijk ontsloten in een digitaal platform.
“We hopen op deze manier de teelt wereldwijd naar een hoger plan te brengen. En dat is nodig, want in steeds meer landen komt die uit de illegaliteit.
In Nederland is er nu nog maar één bedrijf dat medicinale cannabis mag telen: Bedrocan. Er komt er binnenkort nog één bij, vier bedrijven strijden nu om die vergunning. En er komt een wiet-experiment aan, met tien deelnemende bedrijven. Of het nu voor recreatief gebruik is of voor de farma-industrie, de teelt is in de basis vrijwel hetzelfde, dus ook deze doelgroep kunnen we met onze kennis bedienen.”

Vervolg niet uitgesloten

Ook andere gewassen bevatten inhoudsstoffen waar de farma-, food- en cosmetica-industrie iets mee kan. Zo bevat digitalis een stof die helpt tegen hartfalen, de alkaloïden in bloembollen kunnen dienen als gewasbeschermingsmiddel en lycopeen in tomaat zou tumorcellen remmen. Van Buren sluit niet uit dat het onderzoekscentrum zich over vijf jaar ook op andere inhoudsstoffen gaat richten. “We hebben de komende vijf jaar onze handen vol aan de uitstaande onderzoeksvragen. Maar we staan daarna zeker ook open voor testen met inhoudsstoffen van andere gewassen.”

Tekst: Astrid Zoumpoulis